
Letterspoken dansen door de nacht
vormen in reien woorden
rijen van zinnen en akkoorden
in eenheid die als vers mij tegenlacht.
Door duistere schaduwen hossen zij
ongrijpbaar als diepste dromen
die vanuit verscholen hoeken komen
en benevelen mijn slaperig hersenbrij.
Heel de nacht weet ik wat ik ga schrijven
dan slaap ik zeer voorzichtig in
om de lieve spoken niet te verdrijven
ontwaak ’s morgens met tegenzin
omdat spoken overdag niet blijven
weet ik van ‘t verhaal noch eind noch begin.

