Waar niet naar is te zoeken


Ik zocht naar wat niet is te vinden
vond niet waarom ik had gevraagd
ging over onbegaanbare paden
door ondoordringbaar woud

heb ook niet gevonden wat ik zocht
mijn eisen waren te hoog gegrepen
te veel op mijzelf gericht
mijn weg ging in wankel evenwicht

maar wat ik vond dat was veel meer
dan ik ooit heb durven hopen
de kracht om werkelijk door te gaan,
de weg waar ik ruim over kan lopen.

Nachtrust


Als de laatste stralen over ’t veld vervagen
rust en stilte van lawaai het overwint
door de bomen zelfs geen zuchtje van de wind
’t leven tempert alsof uren zich vertragen

ook duistere nacht nadert met trage treden
avondklok luidt alsof hij met zachte klanken
ons tezamen roept tot bezinning en danken
opnieuw behoort een dag weer tot verleden

straks in stilte van de maanverlichte nacht
zien wij aan purperen hemel fluweelzacht
schitterende twinkeling van sterrenpracht

slaap zal ons lichaam met nieuwe energie voeden
en in rust nieuwe dag naar de ochtend spoeden
vertrouwen dat God deze nacht ons wil behoeden.

Kind


Waarom zou ik proberen te begrijpen
wat mijn brein niet kan bevatten
daar ik als Zijn kind tot volwassen moet rijpen
trachten de waarde van het leven in te schatten

waarom zou ik alwetend willen zijn
groot gelijk de wereldvorsten
zonder gevoel voor alle pijn
van hen die naar oprechtheid dorsten

Laat mij zijn als het jonge kind
die slechts vertrouwt op Vaders hand
en dat daarin berusting vindt
dat die hem leidt naar het Vaderland.

Bewustwording van die weg


Het was doodstil
toch hoorde ik je zo duidelijk
een stem een roep
om je te volgen
maar wist niet wie of waarheen

ja…., men had mij wel gewezen,
een pad, niet meer dan een steg,
glibberig, glad niet ongevaarlijk
geen weg die een mens kiezen zal

maar toen kwam Ú mij tegemoet
in al Uw liefde en genade
en ik wist wie mij geroepen had
de weg te gaan
die moeilijk leek en gevaarlijk
maar naast U durf ik het aan.

Bron van hulp en steun


Niet meer of minder dan een hersenschim
droombeeld van tijden lang vervlogen
jaren van onervaren levenslicht en gedachten
in onnozele naïviteit vol goed vertrouwen
komt thans waarheid in het licht mij voor ogen
te laat het ervaringsfundament om te bouwen

heden hier en nu wijzen onzekere toekomst
verten in nevel gehuld zonder gouden randen
paden onverhard vol kuilen en vallen
jammerklacht en spijt binden mijn handen
toch zal ik niet aan kwade kusten stranden
de Bron van hulp en steun is mij nooit ontvallen.

Lichtende horizon


Genietend wandelend door landerijen
waar ver van hier de horizon
in getemperde licht reeds zacht vervaagt
dag en nacht om voorrang strijden
de hemel sporen van duister draagt

loop straks onder firmament van sterren
bijgelicht door licht der maan
in steeds verstillende wereld
waarover ik door het ochtendgloren
eens een lichtende toekomst in zal gaan.

Over wankele plank

competition gymnastics exercises on balance beam girl gymnast

Over wankele plank zoek ik
gaande naar evenwicht
zonder materiële lasten
enkel met mijn hoop
op veilig heenkomen
naar toekomst en leven gericht.

Geen leuning die mij steunt
hekwerk waar ik aan kan klampen
alleen vertrouwen
brengt mij balans
onzichtbare, ontastbare hulp
mijn enige kans.

Ik zocht tot ik werd gevonden

Laan met rij bomen, herfst in de Kaapse Bossen bij Doorn, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht

Er moet een weg zijn op de wereld.
Een weg, naar vrede en geluk.
Niet meer dan een heel smal paadje.
Bevrijdend van ellende en zware druk.

Men zegt, dat men die weg moet zoeken.
Dat hij zeker niet gemakkelijk is.
Een wijs man zei; “Zoek in de boeken.”
Maar, weet je hoeveel verschil er is.

Eigenlijk heb ik de moed verloren.
Zo vele wegen ben ik reeds gegaan.
En steeds weer krijg ik te horen;
“Die idealen hebben nooit bestaan !”

Op het kruispunt van vele wegen,
Zakte mijn moed, bleef radeloos staan,
daar kwam die onbekende man mij tegen,
en sprak mij zo vertrouwelijk aan.

“Dat jij je door mij wilt laten leiden,
houd Mijn handen stevig vast,
Ik heb je nu gevonden en zal je bevrijden,
Van alle schuld en zondenlast.

Ik heb dat ene pad gevonden.
Gemakkelijk is hij niet te begaan,
maar bevrijd van alle zonden,
mag ik altijd met Jezus gaan.

Uw naaste gelijk uzelf


Hij die groter is dan ons
ziet smalend op ons neer
verwerpt onze visie
en voelt zich toch “heer”

die kleiner is begrijpt ons niet
ziet ons aan voor zot
ontwijkt ons met een lach

die de grootste is
reikt ons een hand
begrijpt ook elk verdriet
voor Hem is geen verschil
in gevoel noch verstand.

Afstand


Slechts zal het kort verleden
ons ondersteunen naar de horizon
herinnering op de dag van heden
aan tijden dat het licht begon

en over de kort resterende paden
die kronkelend verder gaan
lopen wij door tijd beladen
tot wij voor gouden poorten staan

dan zullen wij de tijd moeten laten
en voortgaan in vertrouwend schijn
afstaan, al wat wij ooit bezaten,
omdat wij koningen zullen zijn.

Stille uren


Wie kent mijn stille uren,

mijn onverwerkt verdriet?

De bitt’re stroom van tranen,

wie is het die ze ziet?

Ik lach en maak zelfs grapjes,

terwijl mijn hart soms huilt.

Het kind dat niemand waarneemt,

heel kwetsbaar in mij schuilt.

Toch weet ik dat er Één is,

die door mijn lach heenkijkt

en als ik mij alleen voel,

zacht door mijn haren strijkt.

‘k Heb dan een onderonsje,

een tweespraak met mijn Heer

en zonder zware woorden

legt Hij Zijn liefde neer.

Ik ben van Hem gaan houden,

omdat Hij mij bemint,

de avond met mij afsluit,

de dag met mij begint.

In al mijn stille uren

zie ik Zijn beeltenis.

Is het geen wonder dat Hij

er telkens voor mij is?

Gesprek met de dood


Je moet niet denken zei ik tot de dood
dat ik je ooit zou willen weren
of dat ik niet echt geloof in jou
jij zult mij steeds helpen herinneren
jij blijft als mijn schaduw
mijn hele leven trouw
zei ik tot de dood.

Je moet niet denken dat ik het niet weet
dat jij mij steeds staat te begluren
dat je eens toeslaat al duurt dat nog uren
vanachter duister gordijn
ik ken jouw stille stiekeme kuren
waar ik je niet verwacht zul je zijn
zei ik tot de dood.

Je kunt mij nooit ontlopen zei de dood
dus blijf er altijd op rekenen
dat ik je vast wel ergens tegenkom
’t zijn geen waarschuwingstekenen
rechte wegen maak ik niet krom
langs zijpaden gaan is dom
zei mij de dood.

Oké zei ik toen tot de dood
uiteindelijk zul jij wel winnen
maar denk niet dat ik voor je vrees
er is er Één die verrees
die jou verslagen heeft
De dood werd buiten zinnen
sindsdien zag ik hem nooit weer.