Bron van hulp en steun


Niet meer of minder dan een hersenschim
droombeeld van tijden lang vervlogen
jaren van onervaren levenslicht en gedachten
in onnozele naïviteit vol goed vertrouwen
komt thans waarheid in het licht mij voor ogen
te laat het ervaringsfundament om te bouwen

heden hier en nu wijzen onzekere toekomst
verten in nevel gehuld zonder gouden randen
paden onverhard vol kuilen en vallen
jammerklacht en spijt binden mijn handen
toch zal ik niet aan kwade kusten stranden
de Bron van hulp en steun is mij nooit ontvallen.

Lichtende horizon


Genietend wandelend door landerijen
waar ver van hier de horizon
in getemperde licht reeds zacht vervaagt
dag en nacht om voorrang strijden
de hemel sporen van duister draagt

loop straks onder firmament van sterren
bijgelicht door licht der maan
in steeds verstillende wereld
waarover ik door het ochtendgloren
eens een lichtende toekomst in zal gaan.

Over wankele plank

competition gymnastics exercises on balance beam girl gymnast

Over wankele plank zoek ik
gaande naar evenwicht
zonder materiële lasten
enkel met mijn hoop
op veilig heenkomen
naar toekomst en leven gericht.

Geen leuning die mij steunt
hekwerk waar ik aan kan klampen
alleen vertrouwen
brengt mij balans
onzichtbare, ontastbare hulp
mijn enige kans.

Ik zocht tot ik werd gevonden

Laan met rij bomen, herfst in de Kaapse Bossen bij Doorn, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht

Er moet een weg zijn op de wereld.
Een weg, naar vrede en geluk.
Niet meer dan een heel smal paadje.
Bevrijdend van ellende en zware druk.

Men zegt, dat men die weg moet zoeken.
Dat hij zeker niet gemakkelijk is.
Een wijs man zei; “Zoek in de boeken.”
Maar, weet je hoeveel verschil er is.

Eigenlijk heb ik de moed verloren.
Zo vele wegen ben ik reeds gegaan.
En steeds weer krijg ik te horen;
“Die idealen hebben nooit bestaan !”

Op het kruispunt van vele wegen,
Zakte mijn moed, bleef radeloos staan,
daar kwam die onbekende man mij tegen,
en sprak mij zo vertrouwelijk aan.

“Dat jij je door mij wilt laten leiden,
houd Mijn handen stevig vast,
Ik heb je nu gevonden en zal je bevrijden,
Van alle schuld en zondenlast.

Ik heb dat ene pad gevonden.
Gemakkelijk is hij niet te begaan,
maar bevrijd van alle zonden,
mag ik altijd met Jezus gaan.

Uw naaste gelijk uzelf


Hij die groter is dan ons
ziet smalend op ons neer
verwerpt onze visie
en voelt zich toch “heer”

die kleiner is begrijpt ons niet
ziet ons aan voor zot
ontwijkt ons met een lach

die de grootste is
reikt ons een hand
begrijpt ook elk verdriet
voor Hem is geen verschil
in gevoel noch verstand.

Afstand


Slechts zal het kort verleden
ons ondersteunen naar de horizon
herinnering op de dag van heden
aan tijden dat het licht begon

en over de kort resterende paden
die kronkelend verder gaan
lopen wij door tijd beladen
tot wij voor gouden poorten staan

dan zullen wij de tijd moeten laten
en voortgaan in vertrouwend schijn
afstaan, al wat wij ooit bezaten,
omdat wij koningen zullen zijn.

Stille uren


Wie kent mijn stille uren,

mijn onverwerkt verdriet?

De bitt’re stroom van tranen,

wie is het die ze ziet?

Ik lach en maak zelfs grapjes,

terwijl mijn hart soms huilt.

Het kind dat niemand waarneemt,

heel kwetsbaar in mij schuilt.

Toch weet ik dat er Één is,

die door mijn lach heenkijkt

en als ik mij alleen voel,

zacht door mijn haren strijkt.

‘k Heb dan een onderonsje,

een tweespraak met mijn Heer

en zonder zware woorden

legt Hij Zijn liefde neer.

Ik ben van Hem gaan houden,

omdat Hij mij bemint,

de avond met mij afsluit,

de dag met mij begint.

In al mijn stille uren

zie ik Zijn beeltenis.

Is het geen wonder dat Hij

er telkens voor mij is?

Gesprek met de dood


Je moet niet denken zei ik tot de dood
dat ik je ooit zou willen weren
of dat ik niet echt geloof in jou
jij zult mij steeds helpen herinneren
jij blijft als mijn schaduw
mijn hele leven trouw
zei ik tot de dood.

Je moet niet denken dat ik het niet weet
dat jij mij steeds staat te begluren
dat je eens toeslaat al duurt dat nog uren
vanachter duister gordijn
ik ken jouw stille stiekeme kuren
waar ik je niet verwacht zul je zijn
zei ik tot de dood.

Je kunt mij nooit ontlopen zei de dood
dus blijf er altijd op rekenen
dat ik je vast wel ergens tegenkom
’t zijn geen waarschuwingstekenen
rechte wegen maak ik niet krom
langs zijpaden gaan is dom
zei mij de dood.

Oké zei ik toen tot de dood
uiteindelijk zul jij wel winnen
maar denk niet dat ik voor je vrees
er is er Één die verrees
die jou verslagen heeft
De dood werd buiten zinnen
sindsdien zag ik hem nooit weer.

Aan de Glazen Zee


Ooit zal de zee eens rimpelloos deinen
branding stil zijn aan vlakke kust
als aan de horizon de laatst stralen schijnen
zonlicht langzaam aan de einder blust

dan spiegelen sterren en maan
op ‘t vlakke water in donkere nacht
zal ik daar aan de zilveren stranden staan
terwijl ik op de veerman wacht.

Hij voert mij naar het gouden strand
waar nooit de zon ter kim zal dalen
en neemt mij mee aan Zijn hand
waar eeuwige zon in de glazen zee zal stralen.

Dagelijkse belofte


Nooit is een dag met meer belofte begonnen
Zo stralend, zo vol van licht en vogelzang
De vrede van de eeuwige strijd gewonnen
Alle volkeren vrij van dictatuur en dwang

Zal ooit een droom als deze dag eens komen
Dat alle mensen leven in vrede met elkaar
En zingen met de vogels in de bomen
De wereld ’t paradijs en alle dromen waar

Maar vele dagen dragen weer hun zorgen
En begint de ochtend weer somber en grauw
Horen mensen geen vogelzang in de morgen
En zien geen zonnestralen meer in ’t blauw

Een dag kan met zoveel beloften beginnen
Maar de vervulling zit bij ons vanbinnen.

Bridge over toubled water


Bij die rivier met troebel water
wast U toch mijn zonden schoon
dompelt mij in liefde onder
schenkt gena al is ’t niet mijn loon
zegent mij met met gulle gaven
biedt bescherming mijn leven lang.

Daar bij die rivier met troebel water
zie ik U staan aan de overkant
U roept en zegt: Wacht niet tot later
maar gord je aan reik Mij je hand
vertrouw op Mij en waad naar hier
spoel alle zonde af in deze doodsrivier.