Vrede van Pasen


Laat niet de aarde wachten op vrede en vriendschap
die zij zo lang reeds mist
in zware nacht op sombere dag
in tijden van oorlogsdreiging en twist.

Laat toch de mensen vreugde vieren
vrijheid genieten in vredestijd
dank Hem die de aarde met leven wil sieren
die ooit liefde bracht in plaats van strijd.

Hij wilde heel de aarde redden uit nood
en heeft daarvoor alles gegeven
stierf op Golgotha aan het kruis de dood
en verwierf voor ons eeuwig leven.

Van Zijn geboorte tot Zijn sterven
hield Hij ons een spiegel voor
ieder die tot Hem komt mag eeuwig leven erven
ook na Zijn dood aan ’t kruis gaat Hij ons voor.

Daar, ginds op Golgotha


Daar, ginds op Golgotha
hebben wijzelf de vrede vermoord
de zegen veloochend
Zijn handen en voeten doorboord
bespot en geslagen
Zijn liefde en warmte in bloed gesmoord.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij Zijn Vader gebeden om vergeving
voor Zijn beulen
die Hem nagelden aan het kruis
en vroeg voor hen om gena
beloofde een zondaar hem te brengen in Vaders huis.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij satan voor goed gedaagd
sprak troost voor moeder en vrind
elk mens heeft Hij vergeven
omdat Hijzelf ook mens geworden is
wist Hij hoe wij waren en kende elk gemis.

Daar, ginds op Golgotha
is Hij voor ons gestorven
gemarteld en gehangen aan dat kruis
maar heeft door Zijn dood
een plaats voor ons verworven
in Vaders hemelshuis.

De weg alleen


Bent U de Koning,
mijn Herder en beschermer?
Bent U neergedaald
uit hemellicht
naar aardse duisternis?
Bent U de genezer
van lichaam en van ziel?
Gods enige Zoon
waarvoor heel de schepping knielt?
Waarom bent U
die eenzame weg gegaan
door die duistere hof?

Zelfs Uw vrienden lieten U alleen
in uren van lijden en van dood
en bij Uw arrestatie was er geen
die U bijstond of bescherming bood.

Uw lijden was Uw vrije wil
alle angst en pijn hebt U doorstaan
tegenover Uw rechters bleef U stil
en bent die zware weg alleen gegaan.

Geslagen, beschimpt en bespot
werd U met doornen gekroond
de wereld liet U over aan Uw lot
men heeft U belasterd en gehoond.

Gehangen aan het kruis op Golgotha
zweeg nog Uw Vader stil
toch bad U voor Uw beulen om gena
bad “O Vader Mij geschiede naar Uw wil.”

Nu sta ik aan de voet van Uw kruis
en weet dat ik ook schuldig ben
maar leid mij toch gereinigd naar Uw huis
gedenk in Uw dood dat ik in geloof U ken.

Ook wij


Eenmaal komen wij allen aan op Golgotha
daar onder het kruis waar mensen lijden
gepijnigd en gemarteld zonder gena
beschuldigd van vele kwalen en nodeloos strijden.

Eens kroont men ons met doornkroon
en legt een loodzwaar kruis op onze rug
betaalt onze werken naar aardse loon
en voor ons is geen weg terug.

Dan wacht ons het duister van het graf
afgesloten door een zware steen
en wij verwachten verwijt en straf
maar ook dan laat U ons nooit alleen.

Zelfs door die steen schijnt weer Uw helder licht
wordt door het kruis de dood teniet gedaan
Uw almacht maakt dat het duister zwicht
en wij straks gereinigd voor Uw troon zullen staan.

Lijden, genade en vergeven


Hij leed het lijden
dat ik had moeten lijden.
Hij droeg het kruis
dat ik had moeten dragen.
Hij droeg de spot
die voor mij was bestemd.
Hij werd vernederd
in mijn plaats.

Hij overwon de strijd
die ik niet kon strijden.
Hij schonk gena
aan hen die Hem verraden.
Zelfs vergaf Hij hen
die Hem sloegen aan het kruis.

Nu hoef ik die strijd
niet meer te strijden.
Zijn overwinning
schonk Hij mij door Zijn gena.

Hij wil Zijn herrijzenis
delen met alle mensen.
En in Zijn hemel
ontvangt Hij ieder mens.

Op weg


Rusten in schaduw der bomen
Daar op die plek die ons is belooft
In zonneschijn en licht liggen dromen
Waar nimmer de liefde meer dooft

Daar zal een ieder welkom wezen
Daar heerst eeuwig warmte van liefde en geluk
Niemand hoeft daar voor angst of pijn te vrezen
Is elk gevrijwaard van zorg en druk

We genieten daar van de aller schoonste bloemen
Lopen over blinkend gouden paden
Mogen ons daar gezegend noemen
En in heldere fonteinen baden

Poorten gaan open als wij daar komen
Van het beloofde hemels paradijs
Waarop wij altijd mochten hopen
Na die levenslange reis

Grootste genade


Er schijnt een helder licht dat ieder mens beschijnt
een licht vol glans vanuit een open hemelpoort
zo zacht en vol gena vervuld met liefde omlijnd
een gloed omringt een troon in paradijs’lijk oord.

Ik hoorde eng’lenzang zo zelden wordt gehoord
als lof en eer voor Hem gezeten op die troon
Die d’ aard en al wat leeft voor eeuwig toebehoort
en schonk als blijk van grote liefde ons Zijn Zoon.

Geen offer kan ooit groter zijn als gunst betoon
zo onbaatzuchtig zonder praal of pracht gesteld
slechts Hem behoren in geloof vraagt Hij als loon
heb lief, zoals Hij dat deed gebruik geen geweld.

Maar bid zo Hij bad voor elk mens op Golgotha
“Vader zij weten niet wat zij doen, toon Uw gena!”

Eeuwig opgestaan licht


Zie toch waar licht U nooit ontnomen
glans afstraalt vanuit zelfs duister graf
waar zware steen gena niet in kan tomen
hemelse begunsteling die ons vergaf.

Spot en hoon waarmee wij U kruisigden
zelfs dragend op die zware gang
lasten waarvan U ons wilde ontheffen
zodat wij nu vrij zijn ons leven lang.

Ontslapen licht over schepping en leven
verrijzenis uit donkerste graf
als overwinnaar hebt U ons gegeven
te delen met U, Uw Koningsstaf.

Geef dat wij dan met U mogen ontwaken
als U weer op aarde daalt
heel Uw schepping zult vervolmaken
en de uiteindelijke overwinning behaalt.

Pasen als bewijs


Zacht voert de wind een naam met zich mee
Een naam die ieder mens wil dragen
Een naam die wordt gedragen over land en zee
En die de wereld vult met zekerheid of vragen
Die naam schalt overwinning uit
En doet de aarde beven
Als men denkt dat het graf zich sluit
Geeft juist die naam nieuw leven

Die naam verbreidt zich als een loftrompet
De vijand, het kwaad, heeft Hij verslagen
De satan is nu buiten spel gezet
Al zal hij eerst de wereld nog een tijd belagen
Maar zolang de wind die naam aanvoert
Behoeft geen mens te vrezen
Voor kwade macht door satan beroert
Zijn opstanding uit de dood heeft dat bewezen.

Eeuwig open graf


Binnenkort zal een keur van bloemen
de velden weer sieren
vogels in bomen de schepper weer roemen
zullen we een nieuwe opstanding vieren
van het leven dat als begraven in het graf
zolang door donkere aarde bedolven
zo’n troosteloos aanzien gaf

dan zal het zaad weer vrucht gaan dragen
beschenen door warme zon
en waar wij eerst slechts duister zagen
beschijnt het licht nu de horizon
daar rijst nu het leven uit de aarde
en opent ook het donker graf
Hij die door Zijn dood ons eeuwig leven gaf.

Rondom Uw lijden 4 (opstanding)


In alle vroegte zongen weer de vogels deze morgen
begroetend schone nieuwe dag vol licht en zonneschijn
alsof een nieuwe toekomst nu ontwaakt zonder zorgen
en elke angst verdwijnt voor ziekte, dood of hel en pijn.

De stilte van het graf voor eens en voorgoed verbroken
geen dood zal ooit nog eens het einde van ons leven zijn
ons lichaam eens gestorven maar de geest opnieuw ontloken
bevrijd van druk en last van ‘t zware juk van satans venijn.

Hoe is de angst voor duister graf en zonde nu geweken
de zware steen is afgerold van onze ban en vloek
waar ’t donker heerste is door Zijn opstanding gebleken
dat Hij de zonde van ons heeft verwijderd uit Zijn boek.

Rondom Uw lijden 3 (stille zaterdag


Wat is de pijn die wij nu voelen,
wat is het ondragelijk gemis,
de golven kou die ons omspoelen,
wat is er werkelijk met ons mis?

Waar is de vertrouwde stem
die nodigde in Zijn Vaders woning,
waar is het beeld van Hem,
die wij zagen als onze koning?

Het heilig kleed gescheurd
de hemel is in diepe rouw,
de heilige stad met bloed besmeurd
de lucht gehuld in somber grauw.

Geen vogel in de bomen zingt
de hele aarde zwijgt
’t is al droefheid wat ons omringt
het kwade dat ons van alle kant bedreigt.

Rondom Uw lijden 2 (kruisiging)


Staande aan de voet van het kruis
hoor ik Uw spotters smalen;
“U wilde ieder geleiden naar Zijn huis,
maar Uw Vader komt U niet halen”.

Uw antwoord was zo onbegrijpelijk;
“Vader vergeef hen, zij weten niet.
Wat zijn doen is zo verwerpelijk,
zij doen U daarmee zo veel verdriet”

Hoe kon hij, die gisteren nog bij U zat
van dezelfde dis genoot
de zelfde wijn dronk, het zelfde brood at,
U uitleveren aan de dood

Nog hoor ik Uw laatste woord;
“Vader, in Uw hand beveel ik mijn geest”
Nooit heb ik iets indringender gehoord
Uw grote vertrouwen raakte mij het meest

Op Golgotha


Op Golgotha hingen ook mijn zonden
aan dat houten kruis gelijk met Hem
mijn lichaam vol geestelijke wonden
smeekte vergeving met gebroken stem.

Zijn hoofd heeft Hij gekeerd naar mij
nooit zal ik Zijn zachte blik vergeten
“Mijn kind Ik koop je voor eeuwig vrij
heden zul je met Mij van één tafel eten”.

Hoe schandelijk dat Hij moest lijden
gehangen aan dat kruis voor mij
voor mijn zonden in de hel moest strijden
en maakte mij van alle schulden vrij.

Hoe pijnlijk dat ik niet wilde weten
van Zijn liefde die Hij had voor mij
dat ik het liefste wilde vergeten
dat ook ik hing daar aan Zijn zij.

Onbaatzuchtige vergiffenis


Iedere keer dat ik drie maal
de haan hoor kraaien
bij het rijzen van de zon
vraag ik mij af
hoeveel keer ik U heb verraden
nog voor de dag begon.

Nooit heb ik gezegd dat ik U niet ken
maar ook niet dat ik U wil volgen
en als men het mij vraagt
reageer ik dikwijls verbolgen
dat ik niet die vrome christen ben.
Ik voel mij zo licht belaagt.

Kijkt U straks bij het eerste ochtendlicht
ook, naar dat vuur, om naar mij
doe dat dan bij het eerste hanengekraai
en vraag mij dan; “Wie ben jij?”

Vergeef mij zo U Petrus deed
met in Uw oog de droeve blik;
“Mijn kind zo dikwijls jij je van mij keert,
zo dikwijls heb Ik jou vergeven”