Geloof


Als een kind geboren.
Als een mens opgegroeid.
In een massa verloren.
Als in waan uitgeroeid.

Uit duister herboren.
In licht, komend tot bloei.
Een boegbeeld van ochtendgloren.
In een wereld in volle groei.

Uit kou tot warmte verheven.
Uit nevels tot ‘t klare licht.
Vanuit dood tot het ware leven.
Vanaf dwalen tot hoogste doel gericht.

Er staat een engel aan de deur


Ik sta verstoord op als de deurbel gaat
en er een slordig type voor me staat
geërgerd vroeg ik naar de reden
dat ik aandacht aan hem zou besteden;
“Besef wel ik ben een druk bezet man
wat is er dat een andere keer niet kan?”

Hij keek mij aan met zijn vriendelijke ogen
“Zou ik misschien even binnen mogen?
Hebt u voor een klein gesprekje even tijd?
Ik beloof u dat ik niet te veel uitweidt”.
Voor ik het wist spraken we toch uren
maar het leek niet half zolang te duren.

Tot mijn schrik was het al behoorlijk laat
“Ik wil niet dat u zonder eten van hier gaat.
Laat mij snel een maal voor u bereiden.
Dat u aangesterkt op uw weg zal leiden”.
Hij at met graagte wat ik aan hem bood
en dankte nadien voor maal en brood.

Plotseling was hij spoorloos verdwenen
en niets dat nog op zijn aanwezigheid wees
zwaar was ik met dit probleem verlegen
stond duizenden mogelijkheden af te wegen
normaal vervult zoiets een mens met vrees
maar dit moet een engel zijn geweest.

Herleving


Schijn zijn de dagen met rust gevuld
maar overvloeiend van vragen
innerlijke twijfel en ongeduld
vol lasten en onwetendheid gedragen.

Steeds zoekend naar verlossend woord
verzoening van schuld en onbehagen
door verwijten en laster verstoord
in je hart en ziel in diepe lagen.

Maar toch, als je de waarheid hoort
in klank van warme liefde en vergeving
twijfel door werkelijke kracht verhoord
komt je gemoed weer tot herleving.

Herschapen woestijn


Waar mensen uitgangspunt noch geloof bekennen
Is ’t leven als een dorre doodswoestijn
Daar kan een hart niet offervaardig zijn
Maar zich verdroogd verdord van God afwenden

Een dode vlakte, ergens in een kloof
Daar kan geen zon of licht de aren rijpen
Slechts ‘t duister zaad kan daar zich vergrijpen
Ontzien door ’t kwaad, gereed voor moord en roof

De dorre vlakte zal toch eens herrijzen
Besproeid, gedrenkt door held’re fonteinen
Daar hoort men alle leven de Here prijzen

Verschil is daar niet tussen groten of kleinen
In vrede zal de schepping dan weer leven
De zonde weggedaan, het kwaad verdreven.

De zin….


Wat is de zin van zoveel dingen
vermoeit ons in ‘t leven deze vragen
moeten wij ons eigen kruis nog dragen
laten ons door eigen schulden dwingen

vergeten zijn wij onze taken
waartoe wij geroepen zijn vanaf begin
maar wij dachten enkel aan gewin
om voor eigen glans debuut te maken

van zoveel dingen is de zin te dragen
daar ontneemt het leven ons de last
waar wij om werkelijk steun vragen

heeft nog nooit een hand in de blinde getast
dan ervaren wij het telkens weer
in samenvatting van de wet door onze Heer.

De aarde en het nieuwe verbond

SONY DSC

Als slanke handen die zacht de snaren strelen
En toveren welluidend klanken in ’t gehoor
Terwijl bladeren ruisen als fuga in een koor
En duizenden vogels een adagio kwelen

Zo streelt een zachte bries door kruinen der bomen
En zonnestralen vallen door het groene dek
Aan rust en vredige gevoelen geen gebrek
In paradijs’lijk woud om tot jezelf te komen

Hier bemerkt men nog de ware scheppingssfeer
Waarmee God de aarde vroeger heeft ontworpen
Hier voelt men het gemis en eenzaamheid veel meer

Van het paradijs waaruit wij zijn verworpen
Maar ’t verzekerd ons ook van Zijn nieuw verbond
Dat Hij sloot toen Hij Zijn enige Zoon ons zond.

Geloofsblijdschap


O Heer bij het eerste ochtendgloren
sprong reeds mijn hart van blijdschap op
toen ik de eerste jubeltoon mocht horen
in machtige bomen van Uw scheppingstop
zong mijn hart mee met die blijde zangen
en dans ik vol vreugde op dat lied
naar Uw wonderen Heer kan ik zo verlangen
prijzend Uw belofte in het verschiet.

Liefdesstem


Er liep een Mens op aarde
en velen volgden Hem
Zijn woord had zoveel waarde
men luisterde naar Zijn stem

die Mens noodde ieder te komen
te volgen waar Hij gaat
in Zijn voetstap zonder schromen
bij Hem voelen velen zich gebaat

velen zijn tot Hem gekomen
met hun pijnen en verdriet
in liefde heeft Hij hen aangenomen
verstoten deed Hij hen niet.

Nog steeds loopt er een Mens op aarde
en nog velen volgen Hem
Zijn woord heeft zoveel waarde
kom luister naar Zijn liefdesstem.

Naar ’t eeuwig licht


Ik loop de weg die voor mij open is
De weg die naar de horizon leidt
Een tunnel naar ’t licht vanuit duisternis
Die mij van angst en last bevrijdt

Daar volg ik de weg van mijn Heer
Die mij naar veilig oord wil leiden
Mijn paden effent keer op keer
En tegen kwaad en ongeluk voor mij zal strijden

Dan loop ik die paden zorgeloos
Mijn ogen op het licht gericht
Slechts enkel in het spoor dat Hij verkoos
Zo leidt Hij mij over ’t pad naar ‘t eeuwig licht

Eeuwig blijvende hoop


Over strand langs branding
uitziend over deinende zee
gaan ook gedachten in ritme
van rollen der golven mee

volgen vogels tot de horizon
in zwevende glijdende vlucht
als ware luchtacrobaten
langs grauwe herfstlucht

en stil volgt mijn brein
in hoop en fantasie
alsof ik over verre kim
glanzend gouden toekomst zie

Tastend door licht en duister


Waar donker is zoek ik het licht
mijn zijn en mijn wezen
in tastende tred langs hindernissen

onzekerheid in mijn bestaan

en langs de wanden van mijn cel
zoek ik de uitgang
zoek ik de vrijheid van het licht

zekerheid van ruim baan

zolang het duister rond mij blijft
licht niet door ramen schijnt
blijf ik tastend voet voor voet

door onzekere wereld gaan.

aan het eind van het modderig pad
waarover ik in duister liep
zie ik in volle pracht

de schone Lichtstad staan

Levende gemeente


Alsof U zich zou binden aan steen en staal
opgesloten binnen blinde muren
enkel Uw aanwezig zijn laat blijken door verhaal
waarin gelovigen tijd zullen verduren
op dagen die U alleen behagen.

Hoeveel temeer verlangt U naar Uw gemeente
die als Uw lichaam Uw woning is op aard
van vlees en bloed en niet van koud gesteente
maar door Uw geest haar taak aanvaardt
ook in lijden dat zij als Uw knecht moet dragen.

Een gemeente die U in zoveel liefde hebt aanvaard
van mensen die leven van Uw gezegend woord
uit alle streken van de wereld zijn vergaard
die allen van Uw liefde en wil hebben gehoord
een gemeente die zich laat kennen door hun daden.

Mijn woestijn


In ’t dorre zand en schrale lucht
door de hitte haast bevangen
voor mezelf alleen op de vlucht
naar vertroostend woord verlangen.

Sleep ik mijzelf moeizaam voort
naar verleidelijke verre horizon
hopend dat daar verlossing gloort
en dat daar welt mijn levensbron.

Maar slechts de luchtspiegeling
geeft mij hier een valse hoop
hier zelfs voel ik me drenkeling
verloren en uitgesloten van de doop.

Toen ik mij ten dode had neergelegd
en zei; “Vader, neem mijn ziel”
richtte Hij mij op die heeft toegezegd
dat Hij mij steunt voor ik ooit viel.

Hij nam mijn hand een keek mij aan
met een blik vol liefde en gena
“Blijf niet vol zelfbeklag hier staan,
je weet toch dat ik altijd met je ga?”

En zie, een stroom vlak aan mijn voet
was uit mijn levensbron ontsprongen
nu en altijd weet ik hoe ik verder moet
op die plek heb ik de Here lofgezongen.