Hij vraagt óns…


En iedere morgen huilt de aarde dauw
verdriet over zo ontstellend veel doden
een wereld gevangen in angst en rouw
geen uitkomst ziend uit ellende en noden

Waarom, zo vragen wij iedere keer,
komt geen eind aan aardse lijden
hebt U ons de rug toegekeerd o Heer
wilt U niet voor ons behoud strijden?

Waarom staat U dit geweld steeds toe?
Schept U vreugde in onze bange tijden?
O Heer, wij worden die angst zo moe.
Waarom blijft U de wereld zo kastijden?

Iedere morgen huilt de aarde nu dauw.
U hebt belooft ons te komen bevrijden.
Waarom blijft U Uw woord niet trouw
en moeten wij zelf voor vrede strijden?

“Waarom, o mens hoor je niet Mijn woord.
Niet Ik heb u die rouw op aard gebracht,
maar in uw daden hebt u niet naar Mij gehoord
Mijn naam is Liefde en Ik wacht

uzelf hebt gekozen voor oorlog en geweld
en keert u tegen Mijn woord en heiligdom
met verdriet en pijn heb Ik de doden geteld
en vraag nu aan ú…. Waarom?”

Licht achter de horizon


In schone avondschemer
terwijl menig vogel nog zong
rode gloed langs verre horizon
een vurige bal dalend in zee
op de scheidslijn ’t silhouet
van bolle zeilen op vaste koers
als droom uit vervlogen tijd.

Slanke schim van sierlijke
vogel glijdt door het decor
als engel die het schip geleid
naar waar het licht der zon
verder verbreidt en schijnt
daar achter de verre horizon
om nimmer naar duister te keren.

Gelouterde puurheid


Die twee, het rein’gend vuur, de pure lucht,
Zij zijn u rijk in gaven toegezonden
Opdat u vele zorgen niet verzucht
Die u met gesels toch zo zwaar verwonden

Dat deze elementen u steeds leiden
Op ‘t levenspad dat u al wand’lend gaat
In dromen over liefde u verblijden
Behoeden tegen ongerief en haat

O volg het rechte pad dat zij u wijzen
In spoor van vreugde en gerechtigheid
De Geest die immer met u mee wil reizen
Die u van angst en zorg op ’t eind bevrijdt

Dan vindt u daar de lucht zo zuiver puur
Gelouterd in de gloed van ’t rein’gend vuur.

Reddingsboot

An Orange and White Pilot Boat From Above Cutting Through Water.

Een vissersboot op grote wereldzee
een net met fijne mazen
zo menigeen vaart mee
in wonderbaarlijk verbazen.

Een vangst zo overvloedig groot
van grote en kleine vissen
gered van dood en ademnood
kunnen zij aan boord het water missen.

En door zee en over land klinkt ’t woord
dat eens het wonder geschiedt,
en iedereen de belofte hoort
dat Zijn gena in liefde ons biedt.

Even terugtrekken


Even slechts heb ik de stilte gezocht
ergens in een rustig heel klein hoekje
handen gevouwen en gevraagd of ’t mocht
om te lezen in mijn kleine boekje.

Ik las over Iemand die daar boven was
en die daar in stilte om mij glimlachte
die mijn lichaam en ziel van onrust genas
en in liefde op mijn gebeden wachtte.

En zachtjes weken de wolken vaneen
kwam een zonnestraal naar beneden
een glimlach was het naar mij dat scheen
daardoor voelde ik mij blij en tevreden.

Hij antwoordt steeds in wind en zon
schiep paradijs waarin wij mogen leven
verjoeg de vijand die Hij overwon
en wil ons ook op aard de vrede geven.

Geloof


Als een kind geboren.
Als een mens opgegroeid.
In een massa verloren.
Als in waan uitgeroeid.

Uit duister herboren.
In licht, komend tot bloei.
Een boegbeeld van ochtendgloren.
In een wereld in volle groei.

Uit kou tot warmte verheven.
Uit nevels tot ‘t klare licht.
Vanuit dood tot het ware leven.
Vanaf dwalen tot hoogste doel gericht.

Er staat een engel aan de deur


Ik sta verstoord op als de deurbel gaat
en er een slordig type voor me staat
geërgerd vroeg ik naar de reden
dat ik aandacht aan hem zou besteden;
“Besef wel ik ben een druk bezet man
wat is er dat een andere keer niet kan?”

Hij keek mij aan met zijn vriendelijke ogen
“Zou ik misschien even binnen mogen?
Hebt u voor een klein gesprekje even tijd?
Ik beloof u dat ik niet te veel uitweidt”.
Voor ik het wist spraken we toch uren
maar het leek niet half zolang te duren.

Tot mijn schrik was het al behoorlijk laat
“Ik wil niet dat u zonder eten van hier gaat.
Laat mij snel een maal voor u bereiden.
Dat u aangesterkt op uw weg zal leiden”.
Hij at met graagte wat ik aan hem bood
en dankte nadien voor maal en brood.

Plotseling was hij spoorloos verdwenen
en niets dat nog op zijn aanwezigheid wees
zwaar was ik met dit probleem verlegen
stond duizenden mogelijkheden af te wegen
normaal vervult zoiets een mens met vrees
maar dit moet een engel zijn geweest.

Herleving


Schijn zijn de dagen met rust gevuld
maar overvloeiend van vragen
innerlijke twijfel en ongeduld
vol lasten en onwetendheid gedragen.

Steeds zoekend naar verlossend woord
verzoening van schuld en onbehagen
door verwijten en laster verstoord
in je hart en ziel in diepe lagen.

Maar toch, als je de waarheid hoort
in klank van warme liefde en vergeving
twijfel door werkelijke kracht verhoord
komt je gemoed weer tot herleving.

Herschapen woestijn


Waar mensen uitgangspunt noch geloof bekennen
Is ’t leven als een dorre doodswoestijn
Daar kan een hart niet offervaardig zijn
Maar zich verdroogd verdord van God afwenden

Een dode vlakte, ergens in een kloof
Daar kan geen zon of licht de aren rijpen
Slechts ‘t duister zaad kan daar zich vergrijpen
Ontzien door ’t kwaad, gereed voor moord en roof

De dorre vlakte zal toch eens herrijzen
Besproeid, gedrenkt door held’re fonteinen
Daar hoort men alle leven de Here prijzen

Verschil is daar niet tussen groten of kleinen
In vrede zal de schepping dan weer leven
De zonde weggedaan, het kwaad verdreven.

De zin….


Wat is de zin van zoveel dingen
vermoeit ons in ‘t leven deze vragen
moeten wij ons eigen kruis nog dragen
laten ons door eigen schulden dwingen

vergeten zijn wij onze taken
waartoe wij geroepen zijn vanaf begin
maar wij dachten enkel aan gewin
om voor eigen glans debuut te maken

van zoveel dingen is de zin te dragen
daar ontneemt het leven ons de last
waar wij om werkelijk steun vragen

heeft nog nooit een hand in de blinde getast
dan ervaren wij het telkens weer
in samenvatting van de wet door onze Heer.

De aarde en het nieuwe verbond

SONY DSC

Als slanke handen die zacht de snaren strelen
En toveren welluidend klanken in ’t gehoor
Terwijl bladeren ruisen als fuga in een koor
En duizenden vogels een adagio kwelen

Zo streelt een zachte bries door kruinen der bomen
En zonnestralen vallen door het groene dek
Aan rust en vredige gevoelen geen gebrek
In paradijs’lijk woud om tot jezelf te komen

Hier bemerkt men nog de ware scheppingssfeer
Waarmee God de aarde vroeger heeft ontworpen
Hier voelt men het gemis en eenzaamheid veel meer

Van het paradijs waaruit wij zijn verworpen
Maar ’t verzekerd ons ook van Zijn nieuw verbond
Dat Hij sloot toen Hij Zijn enige Zoon ons zond.

Geloofsblijdschap


O Heer bij het eerste ochtendgloren
sprong reeds mijn hart van blijdschap op
toen ik de eerste jubeltoon mocht horen
in machtige bomen van Uw scheppingstop
zong mijn hart mee met die blijde zangen
en dans ik vol vreugde op dat lied
naar Uw wonderen Heer kan ik zo verlangen
prijzend Uw belofte in het verschiet.

Liefdesstem


Er liep een Mens op aarde
en velen volgden Hem
Zijn woord had zoveel waarde
men luisterde naar Zijn stem

die Mens noodde ieder te komen
te volgen waar Hij gaat
in Zijn voetstap zonder schromen
bij Hem voelen velen zich gebaat

velen zijn tot Hem gekomen
met hun pijnen en verdriet
in liefde heeft Hij hen aangenomen
verstoten deed Hij hen niet.

Nog steeds loopt er een Mens op aarde
en nog velen volgen Hem
Zijn woord heeft zoveel waarde
kom luister naar Zijn liefdesstem.