Ik sliep, het was zeer duistere nacht
geen maan of sterren schenen
alsof ik gevangen zat in kwade macht
en iedere lach verstikte in wenen
geen dag ooit meer ontwaken zou
de wereld zich spoedde ten einde
de zon veranderde in ijzige kou
en elk levend schepsel kwijnde.
Toen omvatte mij plots een heerlijk licht
en een vriendelijk zachte stem riep mij
Mijn kind geloof niet in dit gericht
Ik kocht u aan het kruis reeds van alles vrij
Mijn zon verwarmt de ganse aarde weer
Mijn maan en sterren begeleiden u bij nacht
vrede en rust schenk Ik u steeds meer
en stap voor stap is uw leven aangebracht.
Lasten van zorg en pijn
wil ik dragen, er voor je zijn
je schragen in je verdriet
troosten waar niemand
je ellende ziet.
Zo voelbaar, zo zwaar is je gemis
zo somber nu je dagen
nu een dierbare niet meer is
blijf je eenzaam zitten
met al je vragen.
Alleen een hand kan ik je reiken
en drogen je betraande ogen
of dat voldoende is moet blijken
hopelijk zul je dat waarderen
het is slechts een menselijk pogen.
Ach, wat zou ik graag dichten
Als beroemde dichters deden
Zoals een Shakespeare of Spencer
Vol ritme, metrum en romantiek
Voor te dragen met vuur en vlam
Of op de tonen van muziek
Ik zou zo graag woorden vinden
Waar ik ieder hart mee kan verwarmen
Vree en geluk op aarde brengen kan
Die alle tranen kunnen wissen
In deze donkere tijd is dat zo nodig
Omdat we door gezondheid dit zo missen
De stille beden die ik prevel
in wanhoop of in hoop
waarvan mijn verwachting
nergens anders heen kan gaan
dan naar het Hoogstgerechthof
dat mij in nood bij kan staan
daar zullen al mijn beden
bewaard zijn als een grote schat
geen woord wordt daar vergeten
geen smeking niet verstaan
geen dank wordt er verworpen
elke blijdschap komt daar aan
en op het allerlaatste einde
mogen ook wijzelf daarheen gaan.
Als herfstbomen zachtjes ruisen
wind licht fluitend door takken gaat
langs kusten golven stilletjes bruisen
steeds minder mensen zijn op straat
lees ik bij het haardvuur oude woorden
ook al is het uit een nieuw boek
die volkeren reeds eeuwen bekoorden
over enkel pure liefde dat ik zoek.
Eens zijn deze woorden gesproken
door een Mens die als kind op aarde kwam
als een roos in donkere nacht ontloken
en voor ons de zonden op Zich nam
slechts liefde bracht Hij op deze aarde
en leerde ons over Zijn Vader God
in Wie Hij alle vertrouwen bewaarde
en legde in Diens hand Zijn eind en lot.
Aan het kruis is Hij ook voor ons gestorven
op die heuvel daar net buiten Jeruzalem
en leek het anders, Hij heeft zege verworven
al was in Vaders stad geen plaats voor hem
aan dat kruishout is Zijn lichaam gebroken
voor vrienden, broeders en moeders oog
heeft Hij het grootste troostwoord gesproken
“Zij weten niet, vergeef hen Vader van omhoog!”
Een donker pad waarover ik liep
oneffen en gevaarlijk was de bodem
langs een ravijn zo peilloos diep
in somber weer met regen en bliksem.
Schaduwen waren vol gevaren
geen lichtpunt dat een richting wees
of bracht mijn onrust tot bedaren
ik liep slechts verder in angst en vrees.
Plots een hand die mij leidde door ’t duister
een stem, die sprak mij vriendelijk aan,
“Houd Mij steeds vast en luister.
Dan zullen we samen verder gaan”.
Zo ben ik aan een open poort gekomen
waar stond, “Hier kun je vrijelijk binnengaan”.
en licht kwam mij in bundels tegen stromen
’t smalle pad werd plotseling een ruime baan.
Een trein stond klaar op het perron
en ergens liepen rails tot de horizon
fluitsignaal weerklonk door het station
een sein dat hier een reis begon.
En langzaam rolde de machtige trein
richting het doel waar hij moest zijn
over rails aan de horizon zo klein
loeiend zijn toon in dof refrein.
Bestemming het einder van het zicht
waar aan de horizon in schemerlicht
vaag silhouet van een kruis is opgericht
teken van Hem die wonderen verricht.
Daar in de verte aan die verre horizon
de andere kant dan waar de reis begon
ver weg van dat veilig begin station
daar schijnt voor eeuwig Zijn liefdeszon.
Nee, jij bent niet weg van deze aarde
ook al zien wij je hier nu niet meer
in onze gedachten blijft jouw waarde
we weten zeker, straks zien wij jou weer
als wij ons daar bij jou mogen voegen
zal onze vreugd zo overstelpend zijn
samen met de engelen die jou droegen
sámen feesten in het hemelse festijn.
Nooit zullen we dan meer droevig wezen
altijd met liefde en vreugde bij elkaar
geen verdriet of dood valt dan te vrezen
worden we behoed door onze Middelaar
jij waar wij van moesten scheiden
zien wij dan terug daar bij de glazen zee
vriend en vijand zullen nooit meer lijden
daar heerst enkel blijdschap, enkel vree.
Gloeiende kolen branden door mijn leden
mijn gedachten worden met vuur geblust
mijn lichaam weert elke druppel water
handen tasten gloeiend ijzer
ogen kijken in verblindend licht
en voeten dansen op rode platen
van sulfer en vloeibaar glas.
Deuren openen naar witte nevel
omgeven door helder blauw
zachte tinten pastel onder verkwikkend groen
en dauw doordrenkte grassen
weldadig masserend verschroeide huid
terwijl ogen voeden aan zacht omfloerst licht
armen strekken in zachte koele bries.