Dank en vraag van iedere dag


Zacht tempert schaduw het zonlicht van de dag
en over de velden spreidt dauw als deken,
valt stilte over vlakke land als teken
dat men na drukke arbeid ter ruste mag.

Voldaan sla ook ik mijn ogen naar omhoog
en vouw mijn moede handen in dankbaarheid
een gebed aan ons aller schepper gewijd,
Vorst van het leven boven de hemelboog.

De dag was goed, door zonlicht beschenen,
de aarde bracht leven, vrucht en bloemen voort
de nacht zal ons kracht voor morgen verlenen.

“Geef dan Heer, als morgenvroeg de zon weer gloort,
ons lust tot Uw glorie arbeid te verrichten,
over Uw grote daden zingen en dichten.”

Stille plek


Stil zat ik in die hoek met peinzende gedachten
mijn denken dwaalde zomaar ergens heen
ook zat ik op niets of niemand hier te wachten
had behoefte hier te zijn helemaal alleen

mijn oog was naar de verte nergens op gericht
en het was of mijn bewustzijn hier niet toefde
daar midden op die dag in het heerlijk zonnelicht
waren er zo veel herinneringen die mij bedroefden

langzaam zakte ik daar weg in zachte dromen
zag een zaal vol mensen die ik van vroeger kende
tot mijn verbazing wilden ze allen bij mij komen

hoorde mijn vaders stem die zich tot mij wende;
“Zie zoon, de aarde is nog steeds Gods Paradijs.
Die dat steeds voor ogen houdt leeft goed en wijs”

Gelouterde puurheid


Die twee, het rein’gend vuur, de pure lucht,
Zij zijn u rijk in gaven toegezonden
Opdat u vele zorgen niet verzucht
Die u met gesels toch zo zwaar verwonden

Dat deze elementen u steeds leiden
Op ‘t levenspad dat u al wand’lend gaat
In dromen over liefde u verblijden
Behoeden tegen ongerief en haat

O volg het rechte pad dat zij u wijzen
In spoor van vreugde en gerechtigheid
De Geest die immer met u mee wil reizen
Die u van angst en zorg op ’t eind bevrijdt

Dan vindt u daar de lucht zo zuiver puur
Gelouterd in de gloed van ’t rein’gend vuur.

Nachtrust


Als de laatste stralen over ’t veld vervagen
rust en stilte van lawaai het overwint
door de bomen zelfs geen zuchtje van de wind
’t leven tempert alsof uren zich vertragen

ook duistere nacht nadert met trage treden
avondklok luidt alsof hij met zachte klanken
ons tezamen roept tot bezinning en danken
opnieuw behoort een dag weer tot verleden

straks in stilte van de maanverlichte nacht
zien wij aan purperen hemel fluweelzacht
schitterende twinkeling van sterrenpracht

slaap zal ons lichaam met nieuwe energie voeden
en in rust nieuwe dag naar de ochtend spoeden
vertrouwen dat God deze nacht ons wil behoeden.

Samen


Ik mag de zoete smaak genieten
Van jouw nabijheid iedere dag
Van jouw vrolijke humeur en lach
Die jij met zon zult overgieten

De wereld zal dan weer lichter zijn
En elke avond gaan we dansen
Het leven opent nieuwe kansen
Genietend elk moment groot of klein

Om zo verder te gaan door ’t leven
Elkaars steun door voor- en tegenspoed
Elkaar vrijheid gunnen en geven

Met elkaar de toekomst tegemoet
Één richting naar de horizon
Daar schijnt voorgoed de avondzon

Mijn stille moment


Als ik mij terugtrek naar stil moment,
een moment om alleen met U te zijn
en mij besef dat U mij zo diep kent,
voel ik mij, Heer, zo zondig en klein.

Dan voel ik mij als een heel klein kind
durf niet tot Uw grootheid heen te gaan.
Stilte loeit dan als een hevige wind,
waarin mijn goede voornemens ondergaan.

U sprak Heer; “Laat de kinderen komen,
Ik wil zorgen met liefde en vertrouwen.
Laat hen in grote drommen tot Mij stromen,
op hen zal Ik eens Mijn Koninkrijk bouwen.

Geloof dus met het geloof van een kind,
dat u bij de Vader rust en liefde vindt”.

Nog eenmaal….


Nog eenmaal wilde Hij met zijn vrienden zijn
Nog eenmaal nuttigen met hen het avondmaal
Nog eenmaal breken het brood en drinken de wijn
Nog eenmaal met hen samen zijn in die eetzaal.

Hij wist reeds dat die avond de laatste was
En dat ze Hem allen zouden verlaten
Verraden ondanks dat Hij vrij van zonden was
Door één van hen die bij Hem aan tafel zaten.

Hij wist reeds zolang wat Hem te wachten stond
Zijn leven was door profeten reeds lang voorspeld
Hoe Hij uiteindelijk Zijn overwinning vond

In de strijd tegen een vijand vol bedrog en geweld
Verslaat Hij de satan op eigen terrein
En schenkt ons ten teken gebroken brood en wijn.

Na vreedzame dag


Ik zoek de woorden die als zang der vogels klinken
vanuit de kruinen in de vroege morgenstond
als aan de horizon de eerste stralen blinken
en witte nevel zich verspreidend over grond.

Het woord dat nacht’lijk duister weer op zal doen klaren
het leven als het ware uit de dood weer wekt
dan zal de aarde weer het nieuwe leven baren
zolang de zon met licht en warmte overdekt.

De bomen ruisen zacht de melodie en woorden
het golvend koren deint in stille regelmaat
aan stille oever klinken zacht door ‘t riet d’ akkoorden
een zang van vrede tot het eind der dageraad.

En als s’avonds stilte valt na de laatste klanken
dan rest mij slechts de handen vouwen…. en te danken.

Kruis, verticaal, horizontaal…


Het kruis, afschuw der gelovige zielen
werelds symbool van vervloeking en lijden
uit verleden duister, sombere tijden
toen wij onwetend tot zonde vervielen

onze Heer hebben we gehoond, geslagen,
gemarteld, aan schandelijk kruis gehangen
terwijl ook wij naar bevrijding verlangen
eeuwig leven na de dood Hem steeds vragen.

Dat vreselijk kruis, afschuw voor alle mensen.
Het teken, aard en hemel opnieuw verbonden,
symbool van macht, gena en vredeswensen.

Teken waar wij Gods glorie en liefde vonden,
waaraan het onbegrijpelijke is volbracht
een einde maakte aan de eeuwige nacht.

Herschapen woestijn


Waar mensen uitgangspunt noch geloof bekennen
Is ’t leven als een dorre doodswoestijn
Daar kan een hart niet offervaardig zijn
Maar zich verdroogd verdord van God afwenden

Een dode vlakte, ergens in een kloof
Daar kan geen zon of licht de aren rijpen
Slechts ‘t duister zaad kan daar zich vergrijpen
Ontzien door ’t kwaad, gereed voor moord en roof

De dorre vlakte zal toch eens herrijzen
Besproeid, gedrenkt door held’re fonteinen
Daar hoort men alle leven de Here prijzen

Verschil is daar niet tussen groten of kleinen
In vrede zal de schepping dan weer leven
De zonde weggedaan, het kwaad verdreven.

De zin….


Wat is de zin van zoveel dingen
vermoeit ons in ‘t leven deze vragen
moeten wij ons eigen kruis nog dragen
laten ons door eigen schulden dwingen

vergeten zijn wij onze taken
waartoe wij geroepen zijn vanaf begin
maar wij dachten enkel aan gewin
om voor eigen glans debuut te maken

van zoveel dingen is de zin te dragen
daar ontneemt het leven ons de last
waar wij om werkelijk steun vragen

heeft nog nooit een hand in de blinde getast
dan ervaren wij het telkens weer
in samenvatting van de wet door onze Heer.

Het grote wonder

SONY DSC

Dagelijks aanschouw ik rondom mij de aarde
Als een vreemd nieuw te ontdekken werelddeel
Een wereld vol wonderen van grote waarde
Helder blauwe stromen en bossen groen struweel

En dagelijks ontmoet ik andere mensen
Geschapen naar een zelfde uiterlijk en beeld
Een ieder met zijn of haar eigen wensen
Met eigen lasten, lusten en gaven bedeeld

Dagelijks aanschouw ik mensen rondom mij heen
En verbaas mij over al hun verschillen
Dikwijls tussen de massa zijn ze toch alleen
Handelen dwars terwijl ze het beste willen

Ik aanschouw dagelijks rondom mij de aarde
En dank dan Hem die dit alles steeds bewaarde

Kleurrijke bogen


Slechts enkele heel kleine individuen
onzichtbaar in het groot universum
aanwezig als kleuren in een spectrum
die in waterdroppen door zonlicht vloeien

als kleurrijke eenheid geschapen genot
schitteren als boog van verbond voor eeuwig
daardoor in woord en daad tot vrede plichtig
en verantwoordelijk in gedrag voor God

helaas wordt thans het individu slachtoffer
van macht en onverstand dat zich tegen hem keert
valt de goedwillende eenling ten offer

wordt steeds meer door de massa overheerst
de mooiste kleurrijke boog komt pas aan ’t licht
nadat zon haar stralen op donkere wolken richt

De aarde en het nieuwe verbond

SONY DSC

Als slanke handen die zacht de snaren strelen
En toveren welluidend klanken in ’t gehoor
Terwijl bladeren ruisen als fuga in een koor
En duizenden vogels een adagio kwelen

Zo streelt een zachte bries door kruinen der bomen
En zonnestralen vallen door het groene dek
Aan rust en vredige gevoelen geen gebrek
In paradijs’lijk woud om tot jezelf te komen

Hier bemerkt men nog de ware scheppingssfeer
Waarmee God de aarde vroeger heeft ontworpen
Hier voelt men het gemis en eenzaamheid veel meer

Van het paradijs waaruit wij zijn verworpen
Maar ’t verzekerd ons ook van Zijn nieuw verbond
Dat Hij sloot toen Hij Zijn enige Zoon ons zond.

Toen U was vertrokken

Biblical silhouette illustration of Jesus Christ raising His hands, for the ascension day of Jesus Christ theme

Toen U van aarde was vertrokken Heer
en wij voelden ons verlaten en verweesd
keek U vanuit Uw hemel op ons neer
zag hoe wij angstig waren en bevreesd

Hoe wij als schapen dreigden af te dolen
van een kudde slechts door eendracht sterk
U zag de wolven komen uit hun holen
als gevaarlijke bedreiging voor Uw werk.

Maar aan Uw macht zal nooit een einde komen
al briest de vijand als een leeuw in ‘t rond
ook al zal hij van een overwinning dromen
reeds aan ’t kruis hebt U hem dodelijk verwond.

Ook al zijt U hier op aard nooit meer geweest
U wilt leidsman wezen door hulp van Uw Geest.