Keizers kleding


Het spiegelbeeld waarmee ik mijzelf spiegelde
Gaf niet het beeld wat ik mijzelf voor ogen hield
Voor anderen was het, het tegengestelde
Het heeft mijn vertrouwen en eigenwaan vernield

Aan duigen ligt nu de glans van het spiegelglas
De werkelijkheid toont zich nu hard en wreed
Hoe men volgens waarheid is ontdekt men pas
Als men zich met “Keizers kleren” heeft gekleed

Dan blijkt het naakte uiterlijk in puur contrast
Gekleed in klatergoud te staan voor Jut en Jul
En blijkt transparantie vanuit binnenste gepast
En voor de rest vanbuiten slechts flauwe kul

Ik keer de spiegel waarin ik kijk nu dus om
Om naar een aangeklede nar te zien is dom.

Mijn wens


Zacht glijd ik door de wind
mijn vleugels ver gespreid
zoekend de drijvend thermiek
die mij stuwt naar hoogten
over bossen en bergen heen

die laat zweven over landen
over zeeën en blanke stranden
vliegend als de adelaar
langs ravijnen en kloven
hoogtes en dalen in het leven

en laat me landen daar
waar geen stormen woeden
slechts zacht een koele wind
kruinen van bomen doet wiegen
en leven alleen vrede vindt.