Na m’n pensioen


Ik hoef niet meer zo erg nodig
Te gaan in snelle passen der jeugd
Dat haasten is mij overbodig
Slechts rust en kalmte is mijn deugd

Mijn actie is een statisch voortgaan
In bewegende belangstelling
Al glijd ik ook op langzame baan
Naar nauwelijks merkbare verandering

Ik moet nu niet zoveel meer
Ik kan op voldoende ervaring bogen
En ’t kost me geen verweer
Niets te moeten, des te meer te mogen.

Bezadigd denken


Woorden en letters dansen voor ogen
geven mij rust noch duur
drijven tot vormen van regels
en waar vroeger
mijn tred vol kracht nog was
neemt nu mijn brein
langzamerhand het tempo over.

Het is geen plaag,
meer verandering van actie
een statisch voortgaan
in bewegende belangstelling
het goede gevoel, te zijn,
niet meer te moeten
maar des te meer te mogen.

Onzekerheid

Brick path and flowerbeds in the park.

Nog één maal loop ik ’t tuinpad af
en keer me met een zucht
pijn doet dit omzien slechts
benauwt mijn hart en ziel
maar ’t is niet wat ik achterlaat
waar mijn gemoed zo zwaar op viel.

Wat zal ik vinden waar ik kom
en hoe ontvangt men mij
altijd ben ik mijn eigen weg gegaan
was in mijn doen en laten vrij
nooit heb ik anderen in de weg gestaan
dan loop ik door, ik moet toch gaan.

Wegen van herinnering


Loop eenzaam langs wegen
die ik in verleden liep
peinzend over verleden dagen
waar ik veel kansen achter liet
omdat ik niet kon accepteren
in maatschappij onder te gaan
maar als individu interpreteren
dat ik op eigen benen kon staan

nu eenzaam en overwegend
verlang ik naar die tijd van toen
helaas kan ik niet meer keren
naar het punt waar alles begon
en loop ik over eenzame wegen
onder nog steeds die zelfde zon.

Droom in ‘t heden


Ik heb mijn dromen behouden
zoals ik ze in mijn jeugd ook had
vol hartstocht en verlangen
als ik een schone stil aanbad.

Mijn ideaal mag nu dan anders zijn
gedachten zwerven meer naar verten
in passieve aanwezigheid van het brein
’t verlangen kent zijn grenzen.

Verleden had zijn eigen keus
eigen zicht op toekomst op ’t nu
en heeft de hartstocht ingedamd
niet getemperd tot slechts heden.

Mistige toekomst


Nee, de dagen zijn niet langer
Evenals de uren korter trouwens
Nog steeds is het leven als vroeger
Maar zelf wordt mijn besef van tijd
Beperkt door vooruitzicht
Mijn veerkracht sluit zich aan
Bij mijn vorderende leeftijd
Overigens even snel als verloop van tijd
En mijn geheugen verhoudt zich meer en meer
Binnen perken van ervaring
Die gelegen zijn in nevelen der jaren
Toch blijft mijn zicht
Richten op toekomstige tijden
En mijn gedachten priemen door nevel

Van rand tot rand


Geboren als het leven zelf in evenwicht
zoekend zonder ergens houvast
gaan dagen langs koorden van de tijd
aan iedereen in regelmaat voorbij
balancerend door licht en duister.

Ingedeeld in weken en maanden
vanaf jeugd periodes van jaren
groeiend naar midlife of midlifecrisis
tijden waar wij jong of ouder waanden
maar de rand van overmoed voorbij.

In mijmering dagen overpeinzen
dat leven korter maar tijd ruimer wordt
je lichaam wordt in dagen gebonden
maar je geest wordt steeds meer bevrijd
door het zeker weten, op de rand van de tijd.

Elke leeftijd


Aanschouw gedachten in uren
doorleef gevoel op een dag
aanvaard het zijn van liefde
verwijder droefheid met een lach
geef warmte van beminnen
zekerheid van aanwezig zijn.

Ik wil mijn gedachten bepalen
in tijden van enkel louter geluk
weten van liefde in uren en dagen
dat droefheid verdwijnt door een lach
in zekerheid van jouw aanwezigheid
en tederheid van warm beminnen.

De reis


Lopend langs de rijen van dagen
Tellend ochtend, middag en avond
De dagen worden steeds meer
De jaren vullen zich met vragen
Voort gaat de tijd
Met uren, minuten en seconden
En verder gaat de rij der dagen

Mijn pas loopt door het Dal der Nevelingen
En onzekerder wordt mijn tred
De wereld sluit zich meer en meer
Maar eens zal ook deze nevel wijken
Wordt onzekerheid opzij gezet
Dan opent een nieuwe wereld zich weer

De jaren


Het zijn geen jaren die ik zal tellen
maar enkel de stralen zonneschijn
die denkbeeld over mijn leven vellen
daar ’t anders één ellende zou zijn.

Al kent een jaar ook wind en stormen
en zal het zonlicht geen kim beschijnen
zal nog geen duister mijn leven vormen
geen tegenslag mijn hart doen kwijnen.

Al nemen de jaren toe in getal,
onafgebroken de vele dagen,
onmerkbaar leiden ze tot verval
en doen zoveel herinnering vervagen

Begrijp mij wat ik met dit vers bedoel.
Ik ben geen dag ouder dan ik mij voel.

Herfst en Jakobsladders


Nooit wil ik het leven als herfst bezien
maar terug denken aan de zomer
of aan voorjaar met schat van bloemen
klanken van vogels in de bomen
en kan ik van warmte dromen
als ik vlinders zie en bijen hoor zoemen.

Nee, nooit wil ik het leven als herfst bezien
maar ook dan de zonnestralen waarderen
tussen ’t gedempte licht gevat in vele kleuren
stralen die als ladders naar de hemel wijzen
om daar dan in gedachten misschien
engelen naar de hemel op zien rijzen.

Monumentaal


Vele jaren en lange tijden verstreken
gleden in rijen van glorie en roem voorbij
en tonen met de tand des tijds hun gebreken
tekenen hun sporen van wisselend getij

maar nog sta ik overeind, ben fier en vrij
beschermd door stalen zekerheid uit verleden
al komt dan de dag van afbraak dichterbij
nog is mijn laatste strijd dan niet gestreden

ik klamp mij aan de toekomst vast in het heden
zie met geduld en vertrouwen tegemoet
het einde van de weg die ik heb betreden
herinnering is het fundament dat er toe doet.

Dus was het leven nog niet helemaal verloren,
uiteindelijk werd ik als monument herboren.