Kom herders laat ons tezamen gaan
daar naar die kleine stal in het veld van Bethlehem
daar, naar waar die ster is stil blijven staan,
gewezen door de wonderschone engelenstem.
Daar vinden wij de moeder en haar kind
ons vele eeuwen reeds belooft
het heilig teken dat God ons bemint
Zijn belofte aan ieder mens die steeds heeft gelooft.
Laat ons knielen bij die kribbe neer
bij het Kind dat ons eens bevrijden zal
want Hij is de Zoon van God, onze Heer,
onze Koning nu geboren in deze stal.
Hoe anders zal de wereld zijn
als Hij Zich in Zijn macht openbaart
dan voedt Hij de armen met brood en wijn
en schenkt vrede aan elk die Zijn heerschappij aanvaardt.
Viert nu feest in het licht dat Hij ons bracht
daar in Bethlehems kleine stal
daar onder een hemel vol sterrenpracht
het feest dat eeuwig wezen zal.
Zwart is de hemelkoepel
geen zon of maan
intens is het duister
geen ster ziet men staan
sluit u aan bij de heders
zie die stralende ster
zie dan de engelen
en luister naar hun lied
uw verlosser is niet ver.
Wie zal nu zoeken
een moeder en kind
bij os en bij ezel
in een armoedige stal
gewikkeld in doeken.
Een Koning die eens
de wereld redden zal.
Many angels in the sky over a flock of sheep and shepherds proclaim the Birth of Christ
Met licht omvat
kwam kerst met
vrede op aarde
een koning
als kind
geboren uit een maagd
in een stal.
Hij had geen leger
Hij kwam niet
met geweld.
Enkel Zijn engelen
zongen van de gena
die Hij op aarde bracht.
En slechts herders
waren getuigen
van schone wonderen
daar in Bethlehem
die stille nacht.
De tijd van kerst is weer aangebroken
de tijd van vrede, vriendschap en vertrouwen
ruim tweeduizend jaar geleden ontstoken
toen kwam de tijd waar elk mens op wil bouwen.
Tweeduizend jaren kwam in Bethlehem’s stal
het Goddelijk kind geboren in een voederbak
als teken van God dat eens vrede heersen zal
niet een huis maar een stal werd zijn onderdak.
Na tweeduizend jaar is nog geen vrede gekomen
al hopen wij op vrede “van hogere hand”
maar blijven we van rijkdom en bezitting dromen
en betwisten het elkaar als dieren zonder verstand.
Na tweeduizend jaar snappen we nog steeds niet
hoe en waneer die vrede komen zal
en vragen we alleen of God gebied
de vrede te brengen door dat kind in die stal.
Hebben we na tweeduizend jaar nog niet geleerd
hoe wij vrede en vriendschap kunnen onderhouden
steeds berijpen wij elkaar verkeerd
en weigeren te leren van eigen en elkaars fouten.
Wie verwacht dat in donkere dagen
juist het licht steeds nader komt.
Dat nu sombere wolken ons belagen
straks het helderste licht ons overkomt.
Licht dat in de nacht ons zal beschijnen,
voor verdwalen ons behoedt,
waarvoor elk duister zal verdwijnen.
Licht zo teder en zo zoet.
Eens kwam dat Licht voor ons op aarde
maar de mensen hebben het niet herkent
men zag hierin niet de waarde
dat God zich tot de mensen wendt.
Laat toch dat Licht in onze harten blijven schijnen.
Dat Licht vol vriendschap en vree.
Laat nooit de hoop op liefde kwijnen.
Ook dwars door duistere nacht gaat dat Licht altijd mee.
U leek zo broos en eindloos teer
toen wij U in die stal ontmoetten
en U als onze zaligmaker begroetten
maar U bent aller mensen Heer
U kwam ons redden van de boze
in Uw kleinheid bent U niet die broze
maar bent U juist onze redder Heer
Stil heb ik mijn handen gevouwen
te vragen of U mij hulp bieden wil
kom ik in deze tijd zo sereen en stil
hulpbehoevend en in vertrouwen
tot U die Zelf tot ons kwam
die ons als Uw kinderen in armen nam
en voor eeuwig van ons wil houden.
Niet het donker van de duistere nacht bezorgt ons angst op deze aarde,
of scherpe kou die de winter bracht is oorzaak die ons steeds zorgen baarde,
maar de vraag, als je ziet wat er gebeurd, in hoeverre is een mensenleven nog van waarde.
Daarom bidden we om licht. Dat er licht mag zijn voor wie niet gezien worden…
Is het niet de angst dat het licht in onszelf dooft, dat langzaam ook ons hart verduistert?
Omdat het niet meer in warmte gelooft. Hebben wij wel genoeg naar Uw liefde geluisterd.
En wie hoort, in een wereld vol geschreeuw, nog een schreeuw om hulp die wordt gefluisterd?
Daarom bidden we om licht. Dat er licht mag zijn voor wat en wie niet worden gehoord…
Om ons heen en soms ook in onszelf; zoveel lawaai, zoveel onrust, een wereld vol gebral.
Zend dan, goede God, ons weer het Licht, dat door de wereld weerschijnen zal
toon ons weer de aanschijn van Uw gezicht, zoals destijds in Bethlehem’s kleine stal.
Daarom bidden we om licht. Dat er licht mag zijn; bezieling om te leven in uw licht…
Waar de vrijheid van mensen met voeten wordt getreden en recht wordt gebogen bidden wij:
verwarm ons verkilde of koude hart, door het openen van onze oren en onze ogen
bevrijd ons van onrecht, angst en smart. Dat alle mensen U in vrijheid danken mogen.
Daarom bidden we om licht. Dat er licht mag zijn voor de wereld waarin wij leven…
Het is niet de dennenboom
Die bij ons in de kamer staat
Niet de lichtjes die fonkelen
Het zijn niet de kerstliederen
Die klinken vanuit de huizen
Ook niet de glimmer en glitter
Overbodig aangeboden in etalages
Het zijn niet de witte vlokken
De wereld kledend in maagdelijk wit
De vrede vertolkt door verre klokken
Vriendschap vertolkt in arrenrit
Veel meer zijn het de stille uren
Die ik stil zit te lezen in dat grote boek
Waarin woorden over staan geschreven
Een leven waar ik zolang naar zoek