Onrust tijdens Kerst


Het is niet de dennenboom
Die bij ons in de kamer staat
Niet de lichtjes die fonkelen
Het zijn niet de kerstliederen
Die klinken vanuit de huizen
Ook niet de glimmer en glitter
Overbodig aangeboden in etalages

Het zijn niet de witte vlokken
De wereld kledend in maagdelijk wit
De vrede vertolkt door verre klokken
Vriendschap vertolkt in arrenrit

Veel meer zijn het de stille uren
Die ik stil zit te lezen in dat grote boek
Waarin woorden over staan geschreven
Een leven waar ik zolang naar zoek

Een Bijbelse naam?


Een kind geboren in een kribbe in een stal
in wonderlijke nacht met wonderschone schijn
die de aarde zou behoeden voor zijn val
en die eens Koning van Israël zou zijn.

Zo roemloos en zo zonder pracht en praal
als naamloos kind gevreesd door mensenmacht
door heerser die met geweld en hart van staal
kinderen van Bethlehem om ’t leven bracht.

Hij gaf troost en liefde met Goddelijke kracht
deed wonderen heeft zelfs de zieken genezen
Hij overwon de dood door Zijn sterke macht
als grootste wonder is Hijzelf uit ’t graf verrezen.

Wie was deze man die zelfs tartte ’t duivelslot?
Messias, Redder, Jezus de Zoon van God.

Na de kerstdienst in het open veld


En toen ik huiswaarts ging
vanaf die kerstdienst op de hei
heb ik even naar boven gekeken

zag daar de sterrenlucht
maar díé ster was er niet bij
dat is achteraf ook niet nodig gebleken

want in duister van m’n slaapvertrek
scheen ’t licht helder en overvloedig
noodde tot een gebed zo vrijmoedig

de ster had Zijn licht in mijn hart geplant
maakte mij blij en gelijk deemoedig
door Zijn komst in de stal zo armoedig.

Gewacht op eigen invulling


Iedere Kerst denken wij,
nu zal de vrede komen,
vrede die het Kind op aarde brengt
als voor de herders en de vromen
in de engelenstem vermengt.

Maar na iedere Kerst
komt weer de droefheid.
Weer hebben wij voor niets gewacht
als onze verwachting al eeuwen slijt
sinds die Heilige Stille Nacht.

Toch is die vrede ons gebracht
voorzegt door die schone engelenkoren
nog in die zelfde Stille Nacht
dat de herders hun zangen hoorden,
dus hebben wij alleen op onszelf gewacht.

Kerst en pacht!


In de Kerstnacht kwam U op aarde,
niet in weelde, maar in een stal,
als Zoon, Die in Zijn Vaders gaarde,
de pachters wilde hoeden voor hun val.

Nee, U kwam niet om de pacht te eisen,
of om hen te straffen voor hun kwaad.
U kwam hen de goede vruchten wijzen,
en bij hen zaaien, ‘t goede zaad.

Maar, Heer, zij hebben U verstoten.
Wilden zelf heersers in Uw gaarde zijn.
Hebben zich voor Uw goedheid afgesloten,
en eisten zelf de opbrengst van de wijn.

Daarna zijn zij U vergeten.
Daarna zijn zij hun eigen weg gegaan.
Mochten van de goede vrucht nog eten,
maar verzwegen verder Uw bestaan.

Alleen op de dag van Uw geboorte,
vieren wij nog Uw verjaardagsfeest.
Daarna doen wij of wij niks weten,
alsof U nooit op aarde zijt geweest.

Heel het jaar wordt niet aan U gedacht.
Oogsten wij Uw goedheid, als de wijn.
Slechts denkend aan U, die ene nacht.
Heer, zou dat énkel Kerstfeest zijn??

Het Licht


Vol verwachting zijn zwangere dagen
verzadigd door duister der nacht
slechts om het Licht van liefde vragen
ver voor het eind der tijden verwacht

nachten verlicht door hoop en zang
in een wereld verdeeld door tranen
maar soms duurt wachten zo eindloos lang
kan men zich zo verloren wanen

eens schijnt ‘t Licht waar niet verwacht
in onze armoede en onze ellende
in een wanhopige en donkere nacht
zo zacht en warm zo niemand kende.

Kerst?


In groepen lopen ze door straten
hebben op hun manier veel lol
je hoort ze meer schreeuwen dan praten
ze drinken bier als holle vaten.

Ze hebben voldoende uit te geven
en vermaken zich tot laat in de kroeg
dit is voor hen plezier in het leven
tijd voor zorgen over morgen is er genoeg.

Aan nergens hebben ze gebreken
zijn zelfverzekerd en door leven beproefd
hun geloof in oude zekerheid is verkeken
dát maakt kerst zo vreselijk bedroeft.

0ntbrekend licht

Many angels in the sky over a flock of sheep and shepherds proclaim the Birth of Christ

Lui en traag rekt de dag naar het licht
Maar gaat nog schuil achter wolkengordijn
De hemel blijft nog gesloten en dicht
Wolken wijken nog niet voor zonneschijn

De aarde lijkt gehuld in kleurloos grauw
Met tranen vult de hemel rivieren
De horizon tekent in nevelig blauw
De kale bomen die de kim sieren

En de natuur houdt zich ademloos stil
Alsof ze wacht op grote dingen
Tot in die nacht voor wie dat horen wil
De engelen hun liederen weer zingen.

Nog lopen wij door duister (2de advent)


Dat helder lichtje daar nog ver
aan het einde van ons zicht
het lokt ons als stralende ster
waarop ons hopen is gericht

er roept een stem, een zachte zang
zo lieflijk als nooit op aard gehoord
en over een weg nog duister en lang
trekken wij naar die lichtschijn voort

verwachten wij een heer met macht
die vrede met zwaard komt brengen
want wij kennen alleen aardse kracht
aan die Heer met liefde en licht
zullen wij nog moeten wennen.

Spoorzoeken van licht in duister (1ste advent)

A depiction of the nativity scene of christs birth in bethlehem with the isolated run down stable being lit by a bright star

Donkere zware nachten zonder zicht
een doelloos zoeken hopeloos dwalen
in blinde rondom tasten en geen licht
dat angsten uit ’t duister hart kan halen

geef ons dan slechts dat hele kleine spoor
in de verte als schijnsel van een ster
in het donker waar ik het pad verloor
leid ons daarheen al is de weg ook ver.

Zoeken?


Hoe vaak kunnen wij niet vinden,
geluk voorspoed of tevredenheid?
Zoekend naar de juiste vrinden,
naar eeuwig durend vreebeleid.

Zoeken en wanhopig streven,
naar menswaardig bestaan op aard.
Trachten elkaar ruimte geven,
in een vrede voorgoed bewaard.

Toch zullen wij niet begrijpen,
waar men de echte vrede vindt.
Zo wij niet de kansen grijpen,
Naar de stal te gaan, naar ’t Kind.

Waar moeten wij geluk zoeken?
Waar meer voorspoed, rust en vree?
Geluk zit vaak in kleine hoeken,
dus ga naar die kleine stal mee.

Lichtend donkere tijden

A depiction of the nativity scene of christs birth in bethlehem with the isolated run down stable being lit by a bright star

Nu is de stille koude winter aangebroken
donker zijn de laatste dagen van het jaar
mensen diep in kraag van hun jassen gedoken
lopen kleumend zwijgend langs elkaar

duister heeft van de wereld bezit genomen
het hemelgewelf ziet grauw en grijs
alsof geen licht of warmte door wil komen
en mensen ook van binnen koud als ijs

toch… breekt juist in donkere koude tijden
voor velen besef van licht en warmte door
waarin doorbreken van het lijden
liefdevol in kleine stal is ontstaan.

Kerstherdenking


Nu verwachten wij de dagen van het licht
dagen dat weer de zon op aarde gaat schijnen
dat wolken en zorgen opeen gepakt en dicht
door vrede en liefde voorgoed verdwijnen.

Nu zal iedereen elkaars vrienden zijn
en samen zingen op het grote feest
dan heerst overal rozengeur en maneschijn
in een sfeer of het altijd zo is geweest

Wij reiken dan elkaar de hand
bezielt door verwachting in de geest
en scheppen ons een vredesband
maar helaas lijdt nu de Jarige het meest.