Individuele problemen

Zwijgend, stil loopt hij over straat
helemaal alleen tussen vele mensen
weet met zichzelf kennelijk geen raad
verstrikt, verdraait tussen talrijke tendensen.

Vindt kennelijk zijn eigen houding niet
en zoekt vrienden tussen zwijgende massa
deelt met niemand zijn vreugde of verdriet
denkt alleen aan eigen zorg en kassa.

Gunt bijna geen mens het licht in de ogen
graait steeds naar hoger en meer
ondanks groeiender en wassender vermogen
komt noch tot medelij, noch tot inkeer.

Nu loopt hij eenzaam en somber over straat
en er is niemand die hem kent
geen vrouw, geen kind die hij verlaat
men vindt hem gewoon een zielige saaie krent.

Nabeschouwen


Wellicht ligt het in het verlopen van de jaren
de verschillen in gebeurtenissen in de tijd
ook zeer waarschijnlijk zijn de beelden gaan verbleken
van een jeugd die het leven genoot
de wereld was rond, de zon op grote afstand.

De horizon was mijn beperking en
de zee onoverbrugbaar en veel te diep
ergens lagen hoge bergen
tussen dalen waarin beken en rivieren
gevoed door woeste watervallen.

Mijn roots lagen op het vlakke land
tussen traag stromende rivieren en sompige moerassen
een wereld gevormd door agrariers en handelslieden
een wereld die in het verloop der jaren
de gebeurtenissen door de tijd verbleken deed.

Melancholie


Vandaag ben ik nog langs die plek gelopen
waar wij als kinderen dartelden in de wei
waar wij een gefantaseerde buit beslopen
en lieten die na vangst weer vrij.

We vlochten kransen van madelief en margriet
en vingen kikkervisjes in de sloot
bewonderden de kapriolen van grutto en kieviet
salamanders vingen we niet, die gingen te gauw dood.

Nu is er niets meer te vinden van dat groene bloemenveld
alleen grauwe huizenblokken, straten van zwarte steen
geen vlinder, tor of bij die men daar telt
en de enige die daar om rouwt ben ik alleen.

Geheugen


Vage herinneringen komen boven
Als een waas die over velden hangt
En wij ons in de zevende hemel geloven
Waar ieder mens nog naar verlangt

En naïef zagen wij de maan voor zon
Dagen waren warmer dan nu in ’t heden
Ochtenden waren zinderend als de dag begon
Zo zagen wij de dagen van ’t verleden

Ach, ’t zijn slechts de herinneringen
Uit de tijd dat wij nog pubers waren
Toen de nevels over velden hingen
Wij het leven nog niet volop ervaren

Vroeger en nu


Laat mij denken
Aan de jaren
Toen ik nog jong
En onbezorgd was
Genietend van ruimte
En verre horizon

Vrij was het leven
En lang de toekomst
De vrede was eeuwig

Nu verdrinken de uren
En zorgen vullen de dagen
De horizon nadert snel

Maar nog geniet ik het leven
En de herinnering aan toen
Van een toekomst die is eeuwig

Voorbijgaan en komen


Geen tijd m’n levensdagen te tellen
Het waren er zo veel
Wat ik mij nog afvraag,
Waar zijn dagen van mijn jeugd gebleven
Tijd waarin ik dagen niet telde
Doorgebracht zonder zorg
Veilig geborgen bij ouders en vrienden

Maar de dagen zijn doorgegaan
Onopgemerkt als snoer aaneen geregen
Voort- en opgejaagd,
Geen seconde stil blijven staan
En nog steeds vormt de tijd de dagen
Die nu, schijnt, steeds gemakkelijker
Zijn te tellen.

Soms ben ik moe


Soms ben ik moe, omdat ik moe wil zijn
Slechts denkend aan taken mij opgelegd
of levensvreugde door leeftijd ontzegd
ook door levensjaren omgezet in pijn

last der jaren door eigen innerlijk verzet
niet ontberen doch dragen in grote overmaat
waardoor binnen een conflict ontstaat
dat ik steeds tracht te verdrijven met stil sonnet

luister naar Chopins, Brahms of Beethoven
en woorden die zingen een lied binnenin
in noten die zweven het universum te boven

gemoed bedaart vanuit nieuwe zinderende zin
Muzen hebben weer eens opnieuw bewezen
dat je niet moe hoeft zijn om moe te wezen.

Ouderen van tegenwoordig


Een kleine jongen over smalle wegen
zijn handen nonchalant in de zak
af en toe groet hij iemand verlegen
streelt vol liefde even over z’n nette pak
een petje scheef op z’n koppie
heimelijke glimlach om zijn mond
tanden zwart door ’t kauwen op een droppie
dat hij in hoekje van een kastje “vond”.

Lang zit ik hem stil na te staren
schud m’n wijze hoofd over huidige jeugd
waar de opvoeders zich zorgen om baren
die geen kant op wil en nergens voor deugd.
Maar langzaam begin ik te ontwaken
bedenk waar ik nu werkelijk naar kijk
’t is die foto uit mijn eigen jonge jaren.
Ach, wat voelde ik mij de koning te rijk.

Herinneringsemoties


Gedachten die hem vrolijk maakten
aan gebeurtenissen van toen
een glimlach om zijn lippen toverden
herinnering weerkaatsend in zijn ogen

stil mijmerend om die woorden
gesproken vriendelijk en teer
een hand strelend over zijn wangen
hoort hij in melancholie nog weer

een zachte stem alleen voor hem
alsof een harpsnaar werd beroerd
een zuivere heldere toon.

Maar waarom die tranen?

Herinneringsemoties

British conductor Leopold Stokowski (1882 – 1977), UK, 24th April 1973. (Photo by Evening Standard/Hulton Archive/Getty Images)

Gedachten die hem vrolijk maakten
aan gebeurtenissen van toen
een glimlach om zijn lippen toverden
herinnering weerkaatsend in zijn ogen

stil mijmerend om die woorden
gesproken vriendelijk en teer
een hand strelend over zijn wangen
hoort hij in melancholie nog weer

een zachte stem alleen voor hem
alsof een harpsnaar werd beroerd
een zuivere heldere toon.

Maar waarom die tranen?

Nacht


Als zacht de nacht ontwaakte
met maneschijn en twinkelende ster
boerennachtegaal kwaakte
laatste klokken beierden van ver

verstomde mechanisch geweld
en aan de kim verdwenen laatste stralen
verstrijkende uren werden geteld
een oude man vertelde zijn verhalen

stil zat men bijeen bij lamplicht
en werd het grote boek geopend
met woorden als van een gedicht.

Nostalgie bij carillonklanken


Hoor in late avondschemer
in de verte nog dat carillon
met nog dezelfde klanken
die ik me van vroeger herinneren kon

gaan mijn gedachten naar dat plein
vol mensen en marktkramen
waar wij in vrije uren van school
stiekem appels en fruit uit kisten namen

op feestdagen speelde de beiaardier
de ganse dag met extra energie
zijn melodieën op volle toeren
“Vlaanderens leeuw” tot “Hollands glorie”!

Was ’t beter?


Vertel mij over dagen blakend in zonneschijn
hoe velden bloeiden vol boterbloem en dotter
de akkers ruisend graan met klaproos als robijn
in sloten, eendenkroos en enkel ook een otter.

Het grazig groene gras waar vele koeien weiden
daar boven kievit, tureluur of een ooievaar
en tussen ’t groen rammelaar die om vrouwtjes strijden
met doodsverachting boksten, rennend achter elkaar

de luchten altijd helder blauw, soms wat regen,
en buiten geurde hooi en rook naar verse kruiden
en overal de stilte en rust, zelfs op wegen
zacht hoorde men van ver het carillon soms luiden.

Ach, niet dat ik die oude tijd terug zou willen,
het was niet altijd pais en vree, ook toen had men grillen.

Wat was, wat is en wat wordt poëzie?


Eens werd droom van vele mensen
sprookjes en rijmpjes genoemd
en dichters waren zweverige types
eeuwig tot zeuren verdoemd

dichten heeft nu nieuwe vormen
klinkt zwierig ook al is ’t niet op rijm
hoeft niet gebonden aan normen
kan ook gewoon een verhaaltje zijn

persoonlijk zie ik poëzie als mooie tuin
een vorm van eigen leven
meer een geordende wildernis
niet stijf waar bloemen staan is om ’t even

hoe poëzie zal worden blijft gissen
maar dat er dichters blijven is zeker
mensen die blijven dromen kan niet missen
of ik zal me wel heel erg moeten vergissen.

Egbert Jan van der Scheer
02-09-11

Status van verleden


Ik zag een huis waar ik niet wilde schuilen
want deuren en ramen waren dicht
ik zou ‘t voor eigen huis niet willen ruilen
door dichte ramen kwam geen licht
’t leek mij ook zeer onhygiënisch
daar er geen frisse lucht naar binnen kon
door ijzeren spijlen van ’t hek floot de wind hysterisch
door dichte ramen kwam geen sprankje zon.

Als vesting opgetrokken met hoge muren
leek het meer op een fort dan op een huis
door tand des tijds had het veel moeten verduren
reeds lang woonde er noch kat noch muis.
Nee, dan woon ik toch liever in mijn bungalowtje
en voel me met iets minder toch tevreden
dan te moeten huizen in zo’n strak statig zooitje
maar dat was nu eenmaal de status van ’t verleden.