Wonderbaar


Het licht rees aan de horizon
als vlammend kleurenspel
kondigde aan de ochtendzon
een ritueel van dagelijks bestel.

In bomen klonk het eerste lied
als lof aan Hem die alles schiep
die ieder schepsel op aarde ziet
en alles wat Hij tot leven riep.

Bloemen breken uit hun knop
en tooien met kleur het veld
geen kunstwerk kan daar tegen op
je staat als mens daarvan versteld.

Op de akkers groeit het graan
met weelderige volle aren
ziet men wuivende halmen staan
die men als voedsel kan vergaren.

Tot in de late avondgloed
het licht weer zachtjes daalt
‘t leven en de dag is goed
nu Gods zon weer volop straalt.

Heel dichtbij


Ik heb gekeken over de horizon
geluisterd tot buiten het universum
verwachtte U boven sterren
boven zon en maan.

Mijn ogen wilde ik afwenden
mijn oren sloot ik dicht
maar Uw licht straalde door alles
voor Uw stem ben ik gezwicht.

Toen ik mijn ogen opende
zag ik U rondom mij staan
Uw stem is niet van ver gekomen
maar heb ik vanbinnen vernomen.

Uw raakt mij als zachte bries
met louter mededogen
Uw arm om mijn schouder
Uw hand breekt mijn val.

Geniet van de nieuwe dag


De morgen riep met zonneschijn
de nieuwe dag is al geboren
en alles roept op tot feestfestijn
laat zich in nieuwe geluiden horen

mijn hart opent alle ramen en deuren
begroet de frisse ochtenddauw
laat lucht binnen met heerlijke geuren
en ik geniet van het helder blauw

een dag gegeven voor de vrede
in het wonderschone scheppingslicht
en ik begin deze dag met de bede
“Heer roep en help mij tot mijn plicht”.

De wereld vol zang


Zo vol van klank en schone melodie
vanaf de hoogste tak der eikenkruinen
in bos of park danwel in menig tuinen
een kleine vogel zingend gelijk poëzie.

Verscholen tussen ‘t dichte groene blad
door mensenogen bijna niet gevonden
vertelt hij blij en vrolijk onomwonden
wie hem zijn stem en lied gegeven had.

Nu sluit ik ‘d ogen als ik hem weer hoor
en dank de Heer die alles schiep en leerde
dat Hij die vogel nooit uit ’t oog verloor,

die door zijn zangen Hem steeds vereerde.
Hoe menigmaal is nog die zang te horen
in eik of beuk en vele vogelkoren.

Almacht


Hoe hoog zijn de bergen,
hoe diep de dalen
hoever stomen rivieren tussen oevers
zeeën ver tot de horizon.

Hoger is Uw liefde
dieper dan de dalen
meer nog stroomt Uw gena
dan water naar de zee.

Verder dan in de velden
het zicht de einder reikt
bent U aanwezig
ons tot steun en staf.

Als beschermer aan onze zijde,
ter verdediging in onze rug
overal wilt U ons schragen
ons in Uw almacht dragen.

Geschapen om te genieten


Zie het wonder van de morgen
Het wonder der stralende morgenzon
Het duister baart nu niet meer zorgen
Geniet het licht glorend aan de horizon.

Het wonder van de nieuwe dag
Waarin ons weer ‘t leven is geschonken
Om in bewondering en vol ontzag
Te zien naar al wat zo welig staat te pronken

Zie alom naar ’t wonder van het leven
Vreugd en schoonheid die rondom je tiert
Dit alles is ons voor niets gegeven
In een schepping die met ons het leven viert.

Iedere dag is om te zingen


Deze dag wil ik weer zingen tot Uw lof
in licht wat U zo rijkelijk wilt schenken
waarin wij al Uw liefde weer herdenken
die U ons in grote mate schonk in Uw hof

ik wil blij weer vol vreugde en verlangen
mij voegen bij Uw volgelingenschare
met hen vertellen heel de blijde mare
in woord en daad met blijde feestgezangen

zend mij Uw Geest opdat ik dit kan uiten
in mijn huis of in Uw schone natuur
begeleid door tamboerijn of met fluiten

geef Heer mij die vreugde tot mijn laatste uur
en neem mijn dank die ik zo wil bewijzen
als ik van hier naar Uw hemel op zal rijzen.

Geen wolkendek zo dicht


Mogen onder wolkendek en grauwe hemel
zon maan en sterren niet meer zichtbaar zijn,
elke zang overstemd door aards gewemel,
boven alle grauwheid straalt Uw zonneschijn.

Alle verdriet en tranen wilt U steeds stelpen
en ons reiken Uw troost en sterke hand
met gena en ontferming wilt U ons helpen
en leiden naar Uw eeuwig Vaderland.

Mogen wij U dan eeuwig dankbaar zijn
voor Uw liefde in steun en goede gaven,
die ons altijd ziet al zijn wij nog zo klein,
met Uw verwarmende spijs en wijn wil laven.

Dag van lof en zang


Reeds vol belofte klinkt de morgen
met geruis van zachte wind
en duizenden vogelzangen zorgen
dat ik ook nu de rust weer vind.

Zang als uit hemelse hoven
zuiver zacht en puur
waarmee zij op aarde loven
Uw grote goedheid van uur tot uur.

U dankend voor hun heldere stemmen
kleuren waarmee U hen tooit
enthousiasme dat niet is te remmen
in een loflied dat nooit is voltooid.

Zelfs de kleinste geeft U zijn plaats
in het wonderlijk koor van klanken
geeft ook hem een ereplaats
om op zijn wijze U te danken.

Horen, zien en zwijgen


Stil hoor ik in het ruisen der bomen
De stem die zwijgend tot mij spreekt
Een zachte roep die vraagt te komen
Daar waar geen liefde of warmte ontbreekt.

En in het hoge hemelruim zie ik de wolken
Geruisloos zweven door het azuren blauw
In vormen die een droom vertolken
Over oorden waar ieder mens wel wezen wou.

En zwijgend spreekt mijn hart de woorden
Die U in mij voor eeuwig hebt geplant
Zingt mijn ziel stil de lof akkoorden
Zwijgend doe ik Uw grote wil gestand.

Zwijgen doe ik voor U uit grote eerbied
Dat mijn stem de Uwe niet verstoort
Ondanks dat mijn oog op aarde niet ziet
Heb ik toch Uw roepstem gehoord

Uw aanwezigheid


Ik kwam U al tegen in de vroege morgen
Bij het rijzen van de allereerste zonnestralen
Reeds toen voelde ik mij bij U geborgen
Voor een dag vol schoonheid en behagen

Onder hemel bekleed met witte wolken in ‘t blauw
Boven grazige weiden van smaragdgroen
Bestrooid met glanzende parelen van Uw dauw
Een schouwspel als een paradijselijk visioen

Tussen de dieren grazend in Uw grote weide
Voederend de vogels vliegend door de lucht
In natuur die zich in Uw aanwezigheid verblijdde
Ik hoorde Uw stem in de bomen als een zucht

Ja overal ben ik U vandaag tegengekomen
Overal was U als een scherm om mij heen
Met Uw zegeningen vervulde U al mijn dromen
Ik weet ‘t absoluut zeker, U laat mij nooit alleen.

Als het lied der vogels


Ik hoorde hem zingen in hoge bomen
Op hoge toon een lied van lof en eer
Als een lied van engelen in mijn dromen
Een dankbetuiging aan de Heer

Zo zuiver heeft zelden een lied geklonken
Zo helder duidelijk en toch zo teer
Van vroege morgen tot de sterren blonken
En vroeg de volgende dag was hij er weer

Ach kon ik zingen met zijn passie
Mij uiten zo hij dagelijks deed
Zo vol overgave en vol actie
Laten horen dat ik van Zijn liefde weet.

Aankomen in het paradijs


Eens zal ook ik geroepen worden
Te naderen voor Uw heilige troon
Tot die reis mij aan te gorden
In het voetspoor van Uw Zoon

Heer dan hoor ik Uw koren zingen
En zal met vreugd Uw wegen gaan
Waarop Uw engelen mij omringen
Totdat ik voor Uw troon zal staan

Heer wilt U mij dan ook ontvangen
In liefde en Uw eeuwige gena
Heer, nu kan ik reeds verlangen
Naar dat moment dat ik tot U ga

Dan mag ik in Uw paradijs komen
Luisteren naar die schone klanken
Zittend onder schaduwrijke bomen
U voor alle liefde en goedheid danken

Eeuwig feest

Niet altijd kan ik juichen en zingen
Niet altijd lacht het leven mij toe
Ook door tegenslag ben ik wel eens moe
Of ben te druk met andere dingen

Maar steeds komt mij mijn Hulp ten goede
En beurt mij uit het diepe dal
Hij vult mijn ziel en overal
Neemt Hij mij weer opnieuw in Zijn hoede

Zo blijft mijn leven een eeuwig feest
En zing ik steeds over Zijn goedheid
Omdat Hij mij altijd uit angst bevrijdt
Dan zing ik omdat Hij steeds bij mij is geweest.