Afhankelijk

Het vreemdste wezen dat ik ken
is wel de mens in mijn ogen
alhoewel ik er zelf ook één ben
al heb ik moeite elk te gedogen.

In hun aart zijn ze niet zo slecht
ook ikzelf maak wel een slipper
’t gaat niet altijd krom, ook wel eens recht
niet elke roeiboot is een klipper.

Is de ene mens goedheid in eigen persoon
de ander zou je op willen leren schieten
vind je bij de één iets heel gewoon
een ander zou je achter behang willen nieten.

Toch hebben wij elkaar allemaal nodig
en zitten we, zo nu en dan, flink in de puree
dan blijkt geen enkel mens overbodig
en zeggen we bij hulpaanbod, tegen niemand nee.

Mijn weg naar de horizon


Opgesloten in een kooi
gevangen tussen muren
in massa van zelfde allooi
slijten dagen, jaren, uren.

Leven wil ik, ongekooid
op een wereld tussen mensen
niet van levensruim berooid
ongedwongen met eigen wensen.

Wie zal ooit de muren slechten
de kooi ontsluiten naar vrije lucht
geen dwang, maar eigen rechten
in vrijheid leven en geen tucht.

Laat mij gaan langs gebaande wegen
naar de heldere horizon
naar Uw Hof in het licht van Uw zegen
naar het paradijs waar Uw schepping begon.

Mensen van de dag


Mensen van de dag
je kunt het zelf niet rekken
leven met traan of lach
tot je het niet meer kunt trekken.

Mensen van de dag
het leven begint zo mooi
geniet elk moment en lach
de jeugd is als lentetooi.

Mensen van de dag
elke dag in zomers warmen
waarin je vrij leven mag
en de vrede mag omarmen.

Wij, mensen van de dag
denken dat we eeuwig leven
zonder goddelijk ontzag
Hem geen dagelijks dank te geven.

Alle gaven, iedere dag
zijn een goddelijke zegen
ontvang die met blijde lach
wij hebben ze van Hem gekregen.

Gevulde tijd


Iedere dag
vult een deeltje
van een jaar.

Een jaar
dat een deeltje
is van je leven.

Je leven
dat je vele dagen
al lief is.

Vul dagen
die je nog krijgt
met liefde die je hebt.

Vul de wereld
in de jaren
vol vrede.

Verwachting


Op aarde mag ik blijven
zoekende rust en geluk
en wil daar schrijven
over vrede zonder druk
met mensen in alle soorten
van elke huidskleur en ras
komend uit alle oorden
vredig zo het paradijs eens was.

Eens zal de aarde wezen
zoals ooit in het paradijs
dan hoeft men nooit te vrezen
al lijken tijden nog zo grijs
dan kunnen wij in vrede rusten
onder schaduwen van bomen
aan glazen zee met blanke kusten
van aardse druk in vrede bekomen
wat zal ’t daar heerlijk zijn.

Aanvaarding ondanks twijfel


Hoe zou ik kunnen geloven
dat er een God is die de aarde schiep
die leven schonk aan mens en dier
die vergeving schenkt voor alle zonden
ook voor alle leed en wonden
die men Hem toebracht aan het kruis.

Laat mij geloven in Zijn vergeving
Zijn bescherming dag en nacht
vertrouwen op Zijn gena en ontferming
Zijn liefde is wat ik van Hem verwacht
maar waar Hij is, daaraan twijfel ik
’t is allemaal zo onwaarschijnlijk
zo lang geleden, zo ver van mijn bed vandaan.

En toch… zie ik iedere dag Zijn glorie
door het licht in de ochtendstond
het bloeien van de bloemen
dan weet ik dat Hij op aarde naast ons staat
en verdwijnt mijn ongeloof en twijfel
en weet dat Hij ondanks alle zonden
ons als Zijn kinderen aanvaard.

Op één tijd, in één licht


Trots staat hij op zijn sokkel
op het kruispunt van de straat
stoer staart hij naar
de massa aan zijn voeten.

Men ziet hem denken,
Waarvoor dit alles
onder ander licht
is nog alles zoals het altijd was.

En langzaam schuift de massa
onder langs zijn sokkel
door de straat steeds verder.

Onder het andere licht
zoals het altijd is geweest
en altijd wel zal blijven.

Dromend van die vrede


Dromend van vrede en vriendschap
vast geloven dat eens die tijd komt
gaan mijn wegen stap voor stap
naar die plek waar elk oorlogsgeweld verstomt.

Daar zal vriendschap en vrede overwinnen
daar lijdt niemand honger of dorst
daar zijn geen vijanden die op wraak zinnen
daar is niemand slaaf die zware lasten torst.

Eens komen wij daar aan na lange reis
rusten daar in Vaders hoven
genietend van de schoonheid in dat paradijs
om daar in eeuwigheid Hem te loven.

Vrede van Pasen


Laat niet de aarde wachten op vrede en vriendschap
die zij zo lang reeds mist
in zware nacht op sombere dag
in tijden van oorlogsdreiging en twist.

Laat toch de mensen vreugde vieren
vrijheid genieten in vredestijd
dank Hem die de aarde met leven wil sieren
die ooit liefde bracht in plaats van strijd.

Hij wilde heel de aarde redden uit nood
en heeft daarvoor alles gegeven
stierf op Golgotha aan het kruis de dood
en verwierf voor ons eeuwig leven.

Van Zijn geboorte tot Zijn sterven
hield Hij ons een spiegel voor
ieder die tot Hem komt mag eeuwig leven erven
ook na Zijn dood aan ’t kruis gaat Hij ons voor.

Op de berg


Heel in de verte riep de echo
hij luidde de stem die naast mij liep
weerkaatsend uit het dal
als een mens die om warmte riep
maar hoge bergen gaven geen gehoor.

Nooit zag ik nog de aarde
zich kleden in teder groen
vol kleuren en nevelige horizon
de hemelboog azuren blauw
met goud omrande witte wolken.

Nooit voelde de zon zo warm aan
de wereld met zoveel ruimte
en door het dal zag ik mensen gaan
genietend van het leven
beelden die in mijn hoofd bleven staan
de schepping heeft zoveel moois gegeven.

En op mijn berg hoorde ik die echo nog
die stem die riep vanuit het dal om leven
maar wat ik deed en hoe ik zocht
ook ik kon hem geen hulp geven.

Daar, ginds op Golgotha


Daar, ginds op Golgotha
hebben wijzelf de vrede vermoord
de zegen veloochend
Zijn handen en voeten doorboord
bespot en geslagen
Zijn liefde en warmte in bloed gesmoord.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij Zijn Vader gebeden om vergeving
voor Zijn beulen
die Hem nagelden aan het kruis
en vroeg voor hen om gena
beloofde een zondaar hem te brengen in Vaders huis.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij satan voor goed gedaagd
sprak troost voor moeder en vrind
elk mens heeft Hij vergeven
omdat Hijzelf ook mens geworden is
wist Hij hoe wij waren en kende elk gemis.

Daar, ginds op Golgotha
is Hij voor ons gestorven
gemarteld en gehangen aan dat kruis
maar heeft door Zijn dood
een plaats voor ons verworven
in Vaders hemelshuis.

De weg alleen


Bent U de Koning,
mijn Herder en beschermer?
Bent U neergedaald
uit hemellicht
naar aardse duisternis?
Bent U de genezer
van lichaam en van ziel?
Gods enige Zoon
waarvoor heel de schepping knielt?
Waarom bent U
die eenzame weg gegaan
door die duistere hof?

Zelfs Uw vrienden lieten U alleen
in uren van lijden en van dood
en bij Uw arrestatie was er geen
die U bijstond of bescherming bood.

Uw lijden was Uw vrije wil
alle angst en pijn hebt U doorstaan
tegenover Uw rechters bleef U stil
en bent die zware weg alleen gegaan.

Geslagen, beschimpt en bespot
werd U met doornen gekroond
de wereld liet U over aan Uw lot
men heeft U belasterd en gehoond.

Gehangen aan het kruis op Golgotha
zweeg nog Uw Vader stil
toch bad U voor Uw beulen om gena
bad “O Vader Mij geschiede naar Uw wil.”

Nu sta ik aan de voet van Uw kruis
en weet dat ik ook schuldig ben
maar leid mij toch gereinigd naar Uw huis
gedenk in Uw dood dat ik in geloof U ken.

Na winterslaap


Ik lag in diepe slaap
genietend van zachte rust
toen kwam er iemand
die heeft mij o zo teder
wakker gekust
ik opende mijn ogen
en wist niet wat ik zag
een schoon lief gezicht
met stralende lach.

Ik vroeg; “Bent u de engel
die mij in ’t holst der nacht
komt halen?”

ze glimlachte en zei “Nee,
ik kom je alleen maar wekken,
de nacht is al zolang voorbij
de nacht moet je niet rekken.
Ik ga de dag is nog zo jong.”
Haar gezicht verdween.

Tussen de kieren van ’t gordijn
schenen de warme stralen
van de lentezon.

Speelbal


Ik voel me speelbal
van stromen in massa
slingerend van golf tot golf
kolken langs kliffen
vloeiend vanaf strand
tot verre horizon
hier stijgerend als vurig paard.

Dan weer blinkende vlakte
weerschijnend zon en kusten
dragend verre verbinding
tussen hemel en aarde.

Als een speelbal gedreven
in stromende massa’s
geen drijfveer kennend
die mijn onrust voedt.
Slechts de hoop bewarend
dat mijn doel de vrede is
waarvoor ik mijn levenlang
gebeden heb.

Zoeken en twijfel


Waar zoek ik naar?
Meestal loop ik over vlakten
volg rivieren, beekjes
of zomaar andere stromen.
Ook langs de stranden.
Ga over begroeide heuvels
en beklim hoge bergen.
Hoor razende of spetterende watervallen
en ik blijf ergens naar zoeken.

Zoek ik naar de bruisende branding,
of naar de ruisende en wuivende palmbomen?
Misschien alleen de rust van ademende wind
het ruisende briesje
dat de rimpeling over watervlakte trekt.

Ik zoek de oorzaak van mijn onrust
het steeds herhalende begin van mijn twijfel
de onzekerheid van de waarheid
waarheid die zekerheid biedt dat twijfel wijkt
en naar het eind van mijn zoektocht
steeds meer en meer het zeker-weten bevestigt.