Open de ogen


Deze dag is weer het wonder
het wonder van het licht.
Het wonder van het nieuwe leven.
Alsof ons het vanzelf gegeven.
Een wonder als een nieuw gedicht.

Een wonder waarop,
nieuwe bloemen bloeien
en kleuren berg en dal
waar watervallen hen besproeien
het lijkt of heel de wereld
een paradijs weer worden zal.

Ach was het dat de mensen ook herleefden
in nieuw geschapen beeld
door vrede en vriendschap
in eenheid niet verdeelt.

Ach wilden wij naar één voorbeeld leven
die een voorbeeld was voor ons allemaal
en waarover vele woorden zijn geschreven
maar wij veronachtzamen die massaal.

Eigen schulden afschuiven


Op vele stenen,
vele namen
vanuit verleden tijd,
die mensen niets zeggen
uit vergeten strijd.

Velen die voor onze vrede streden.
Voor elk een gedenksteen,
maar ook veel zonder naam,
vriend of vijand rusten nu
in vrede hier tesaam.

Verward loop ik hier tussen de kruisen
mij afvragend; “Waarom?”.
Wie offert zoveel jong leven
alleen voor eigen eer, roem en rijkdom?.
Heeft hiervoor de Heer Zijn leven gegeven”?.

Lied van hoop


Dikwijls vindt het brein
niet de juiste woorden.
Dikwijls vindt de geest
niet de juiste akoorden,
voor een toerijkend lied.

Een lied waarin vrede klinkt
en dank voor al het goede
melodiën zoals iedere vogel zingt
dank voor alles waarmee
de Schepper ons voedde.

Maar eens horen wij daar boven
het danklied dat in Bethlehem klonk
door engelen die Hem daar loven
onder de hemel waar ook Zijn grote ster
ter meerdere glorie voor Hem blonk.

Ode aan jou


Als een tropische vis
in vergulde aquarium
beweeg jij door massa’s.

Als exotische vogel
in tropische wouden
tussen smaragdgroen blad.

Je gratie beweegt
als hinde
over uitgestrekte savanne.

Je ogen glinsteren
als twinkelende sterren
vanaf diep blauwe hemelkoepel.

Iedere dag zweef je
als veel kleurige vlinder
tussen bloemen in mijn tuin.

Jij bent jij
ik zou je nooit
kunnen missen.

Zo even, zo even


De tijd staat niet
zomaar even stil.

Niet zomaar
zonder enige rede.

De wereld
draait,
totdat de aarde
stil blijft staan.

En ook onze tijd
niet verder gaat.

Ach, waarvoor?

’t Was allemaal
maar zo even.

Rustige ochtend


De horizon
verlicht en badend
in nevel.

Schimmen van hoeven
omgeven door
populierenkruinen.

En met stilte
ben ik omringd
door aanstormende warmte
van komende dag.

Traag begint het koor
der zingende bomen
dat mij inspireert
tot schrijven van een vers.

Dit wordt een dag
zoals ieder.

Onverklaarbare gevoelens


Vanuit de struiken
voel ik de dreiging
als aan de grond genageld
kom ik niet van de plek.

Ik voel dreigende ogen
als gloeiende kolen
een wezen klaar voor de sprong.

En vanachter brult de dood
als een leeuw.

Maar de wolf bijt in mijn been
en laat niet los.

Dan schijnt de zon
en het pad verlicht
zodat de gloeiende kolen
doven
en de leeuw brult Zijn victorie.

Compositie van de dag


Weer is een nieuwe dag geboren
’s morgens uit moeder zonneschijn
naakt, baarde zij in ochtendgloren
haar boorling onschuldig en rein.

Herauten kondigen de geboorte aan
vanuit de hoogste bomenkruin
verkondigen het glorierijk bestaan
van een wonder tot in menig tuin.

Veel kleurig sieren weer de bloemen
in de velden, in de parken en in weiden
alle vormen, te veel om op te noemen
een schat om door te lopen of te rijden.

Zo loop ik al peinzend door de natuur
verwonderd wie al dit schoons schiep
en behoedde iedere dag van uur tot uur
avonds vouw ik mijn handen en dank die Schepper.

Loop van gedachten


Mijmerend aan oevers
tussen ruisend gekrookt riet
turend naar kabbelende golfjes
denk ik; “Ach,
bestond al dat water
uit kabbelende woordenstroom
begeleidt door muzek
van ruisend riet.”
En zo al dromend
turend naar de schijnbaar
eeuwig voort gejaagde golven
stromen mijn gedachten mee
en vormen een gedicht
dat stroomt met hen mee
naar eeuwig deinende zee.

En zittend op toppen van duinen
zie ik die woorden mengen
in een machtige massa
tot waar aarde en hemel
ineen smelten in onzichtbare lijn.

Door


We gaan wind-op
maar ik gooi
m’n hoofd in de nek
en ga door.

De bomen buigen
takken breken af
bladeren dwarelen
maar ik wil niet buigen
en ga door.

Iemand zegt,
“Ga terug,
de wind is te sterk.”
maar ik ga door.

Eens zal de wind draaien
en gaat de reis voorspoedig
en ga ik door
in luwte van bomen.

Bomen die niet meer buigen
en takken die niet breken
en wij gaan door
tot het einde.

Weet waarvoor je leeft


We luisteren en horen
daarvoor is het leven.

Het leven danst en springt
jeugd is leven en kent geen dood.

Leven is niet eeuwig,
dans en spring en zing.

Loop het pad
het pad voor jouw bestemt.

Loop tot het eind.

Loop het dansend,
zingend en springend.

Dan weet je dat je leeft.

Laatste herinnering


Als ik eens vertrek
en we zien elkaar
op aarde nooit weer
ach, huil dan niet om mij.

Eens zien wij elkaar
aan andere kant
van de horizon
waar elke traan wordt gewist.

Breng mij naar daar
waar niemand vedriet kent,
laat mijn geest vrij zweven
strooi mijn lichaam
uit over aard.

Plaats geen steen
ter mijner gedachtenis
maar herinner mij in je hart.

Plek


Ieder mens is zoekende
naar zichzelf in een notendop.

Ook ik zoek op plekken
waar ik denk dat ik zou kunnen wezen,
of waar het beter is te zijn dan hier.

Ergens zal toch iemand
daar zijn op de plek waar zijn home is.

Sterker, ergens is die plek,
die plek vol rust en vree.

Gespook


Wie kent niet midden in de nacht
de lugubere spookgeluiden
die dan weer luid, dan weer fluisterzacht
de komst van middernacht in te luiden.

Ze sluipen binnen door spleten en kieren
langs muren en plafon onhoorbaar
om plotseling in lach en brul uit te gieren
en hun jammerklachten zijn ontelbaar.

Hun territorium is de nacht
in duister ziet niemand waar ze binnenkomen
ze komen daar waar niemand hen verwacht
vooral dan in diepste dromen.

Maar verdwijnen in angst voor lichtende horizon
sluipen weg door gaten of kieren
en lossen jammerend op door licht van de zon.
Daarna kunnen wij opgelucht bevrijding vieren.

Een mager zwart mens


Ik zag een mens
een mager mens
ik zag een zwart mens
hij kwam uit Afrika.

Ik zag een zwart
mager mens uit Afrika
uit hartje Afrika.

En niemand
wilde hem zien.

Mén vond dat
heel gewoon,
een mager zwart mens
uit hartje Afrika.

Men dacht
hij zijn zorg,
wij de onze.

Ik ben weer
naar Afrika geweest.

Maar nérgens
zag ik nog
dat magere zwarte
hongerige mens.