Suite


Na zacht rumoerig wachten op eerste tonen
terwijl gespannen snaren worden aangezet
tot welluidendheid met fluit of klarinet
om Grieg’s suite met schoonheid te bekronen

klinken schuchter de eerste zachte akkoorden
van het schone “Opus 40, Aus Holbergs Zeit”
klanken vanuit de oudheid Muzen geweid
tonen van cello en fagot die we als fuga hoorden

gevolgd door Menuet, Gavotte en Bourree
elk afgewisseld door strofen preambule,
in ritme als aangegeven door golvende zee

ziet men danseressen waaierend in tule
waant men zich in woud tussen elf en fee
in de ban gehouden door trol en zwûle.

Was ’t beter?


Vertel mij over dagen blakend in zonneschijn
hoe velden bloeiden vol boterbloem en dotter
de akkers ruisend graan met klaproos als robijn
in sloten, eendenkroos en enkel ook een otter.

Het grazig groene gras waar vele koeien weiden
daar boven kievit, tureluur of een ooievaar
en tussen ’t groen rammelaar die om vrouwtjes strijden
met doodsverachting boksten, rennend achter elkaar

de luchten altijd helder blauw, soms wat regen,
en buiten geurde hooi en rook naar verse kruiden
en overal de stilte en rust, zelfs op wegen
zacht hoorde men van ver het carillon soms luiden.

Ach, niet dat ik die oude tijd terug zou willen,
het was niet altijd pais en vree, ook toen had men grillen.

Ook ik was daar


Ook ik was daar slapend
in de hof van Gethsemane
heb mij niet gewapend,
waakte niet met mijn Heiland mee.

Ik ben gevlucht
door angst bezeten
en heb verzucht,
niets van Hem te weten.

En voor ’t Sanhedrin
durf ik niet te pleiten,
stond ik bevreesd achterin,
voelde slechts zelfverwijten.

Maar van ‘t kruis op Golgotha
zag Hij vol liefde op mij neer,
zei; “Ik maak plek naar waar ik ga,
zie ook jou daar dan weer”

Er schijnt een helder licht


Donker was de afgesloten grafspelonk
waar wij verdrietig rouwend stonden
en Hij lag die de bittere beker dronk,
die vrijwillig boette voor onze zonden.

Afgesloten was onze toekomst en hoop
gestorven aan het kruis op Golgotha
nu staan wij hier in schuld en wanhoop
geen uitzicht meer op liefde en gena.

Een grafsteen scheidt ons van Zijn licht
Romeinse wachters houden ons tegen
Gods Gena schijnt zich tegen ons gericht
met die ene steen sloot Hij alle wegen.

Maar plots uit de hemel een helder licht
en de wachters vallen als levenloos neer
Gods Zoon werd uit de doden opgericht
uit het graf schijnt helder ‘t leven weer.

Pessimistisch


Waarom zo zwijgend en zo somber vriend
Waar is je opgetogen opgewekte aard
De wereld is niet dolgedraaid de zon is niet verdwenen
Na iedere nacht komt weer een dag
Er is nog nooit een dag geweest
Die niet door zon is beschenen

En elke dag hoor ik weer vogels zingen in de bomen
En aan de hemelkoepel kleurt weer blauw
Witte wolkjes die in blauwe weide vrolijke springen
Langzaam verdrijft voorjaar winterse kou
Kom, het hoofd weer opgeheven
Laat je verleiden tot vrolijke lach, geniet weer van de zon

Geduld, geduld…


Eens zullen bloemen bloeien
en bomen in blad weer staan
jonge dieren in ’t veld stoeien
wij samen de paden op gaan.

Dan zal ook de zon weer stralen
met golven warmte en licht
dan zal ik niet talmen of dralen
te schrijven een kleurrijk gedicht.

Over liefde, genot in de natuur
klanken van menig vogelkoor
de heldere lucht als azuur,
maar eerst moeten we de winter door.

Zoektocht door stilte


Steeds ben ik op zoek naar eigen ik
een zijn dat ergens in mij is
weten in stille gedachten
die geen woorden vinden
geen uitweg van mijn hart

zonder spiegeling van geest
beweging of vooruitgang
in mijn aller diepste wezen
eenzaam schuilen in donkere hoek
slechts in mijzelf opgesloten

tot licht het voorhang scheurt
van boven naar beneden
mij toegang geeft tot zonneklaar
warmte voor nieuw leven
dan ken ik mij, ben niet meer een wees.

De weg is nog lang


Mijn jonge jaren zijn voorbij gegaan
Maar ook nu heeft de tijd zijn bekoring
Bij ‘t verleden wil ik niet stil blijven staan
Waarom zou ik de uren, dagen, maanden
Betreuren zonder de toekomst af te wachten
De weg is nog lang

En nu toch de horizon nadert
Blijft nog steeds de hoop bestaan
De hoop op vrede, liefde en oprechtheid
Daarom, blijf niet bij het verleden staan
Ook nu nog heeft de tijd zijn bekoring
Kom, de weg is nog lang

Over de horizon gloort de nieuwe dag
Daar schijnt de hoop,
De vrede, leeft de liefde
Kom, de toekomst wenkt
En de weg is nog lang.

Storm van emotie


De stilte vraagt storm te tieren
orkaan met razend geweld
daar het zwijgen zal ontsieren
de doden die zijn geteld.

Laat dan het hart schreeuwen
om rechtvaardigheid en recht
voor wezen en weeduwen
en ieder die wordt geknecht.

Schaf recht aan rechtelozen
bied hulp die behoeftig zijn
die vrijheid hebben verkozen
boven onrecht en venijn.

Geef voedsel aan de armen
laaf hen met brood en wijn
laat hen in uw huis warmen
dan zal de storm geluwd weer zijn.

Droevige Pierrot


Als ledenpop voel ik mij
slap over waslijn hangen
een droevige Pierrot
die zijn tranen laat drogen
in koele herfstzon.

Een afgedankte clown
ver van geliefde verwijderd
een stem zonder klank
geen muziek om te spelen
adem zonder lach.

Waar is mijn liefste
die mijn lippen weer krult
bij muziek van mijn viool
dansend bij licht der maan
op galabal onder sterren.

Titanenstrijd


Langzaam trekken velden dicht
met nevellaken waar vanaf de kim
lage rode vuur zijn schijnsel licht
en golven rood als bloed
die onthullen dat strijd is gestreden
en helios zijn nederlaag geleden

nieuwe heerser met kleurrijke banier
schildert veld en bos in vele tinten
hervormt de wereld op zijn manier
en toont bomen naakt als de titanen
dromerig wachtend op ’t keren van de tijd
met bloedend kroost nog aan hun voeten.

Tussen koning winter en lente fee


Warme tranen spoelen witte kou
stromen langs glas en smelten
onrust van mijn hart uit sloten
kabbelen over stroeve wegen
schilderen velden in aquarel
scherpen randen van de beken.

Aarde neemt de tranen op
en zal weldra in pasteltinten
als dank voorjaar ontplooien
met strelende zonnestralen
kou uit plas en sloot ontdooien
leven weer in warmte vertalen.

Stralende schepping


In duizend vogelzangen
hoorde ik Uw stem vanmorgen
mocht ik de dag ontvangen
na nachtrust vrij van zorgen
weer genieten op Uw aarde
op een dag vol stralende zon
in dank dat U mij bewaarde
zodat ik U weer prijzen kon

Heer deze dag wilt U weer geven
als een groot hemels precent
mag ik weer in Uw genade leven
in zekerheid dat U bij mij bent
zoals de vogels zingen hier op aarde
bij het krieken van Uw zon
bevestigt U ook vandaag de waarde
toen deze stralende dag begon.