Zie de zeeën en de bergen
rotsen boven vlakke land
gronden onder waterspiegel
verten waar geen eind aankomt
hoor geluiden meegedragen
met winden uit elke streek
stemmen die om meelij vragen
voel de koude van de polen
de hitte van de evenaar
beklemming van de wapens
afgunst in een matte strijd
en zíé het lijden van uw vrienden
verbittering en toorn
dat enkel tot verdelging leidt.
Ieder scheld en weet het beter
redding komt van de oppositie af
dit kabinet heeft zichzelf opgedrongen
hun houding was verkeerd en laf
als straks de andere partijen
aan de goede kant van het roer eens staan
komt alles weer op z’n pootjes
is alle ellende weer van de baan.
Wanneer, oh Nederlandse kiezer,
dringt eindelijk door in uw “groot” verstand
dat regering en oppositie slechts
beiden kiezen voor één kant
zo snel de één komt met goede ideeën
wijst, hoe dan ook, de ander die af
bekijk het eens door elkanders ogen
in gezamenlijke “nationale staf”
Waar woorden zacht de lucht bevolken
Het oor zich scherp stelt
En stiltes de inhoud vertolken
Wind de essentie vertelt
Daar klinkt in ’t brein ‘t gegeven
Verklaard in elk woord
De waarheid in het leven
Tussen regel en alinea gehoord.
De spiegel zegt niet hoe je werkelijk bent
je schoonheid hult zich niet in fraaie kleren
de echtheid hebben d’ ogen steeds bekent
dus tracht die nooit van mensen af te keren.
Ach pronk niet als een bloem die kort zal leven
geen mens gelijk in kleur en geur noch vorm
toch schittert al zijn schoon en roem zo even
maar wordt vertrapt, verwelkt of knakt in storm.
‘t Humane hart heeft zoveel liefde en schoonheid
als praal en hebzucht verre wordt gemeden
van hoogmoed die uit ogen schijnt door ijdelheid
en waarde van de mens met voeten treden.
Mijn wens is helder schijnend spiegelbeeld
dat woord en daad niet tegenstrijdig deelt.
Armoede eindigt daar
met alle vragen
of we onze wensen
aanpassen
aan dingen die we hebben
en alles
wat niet binnen
ons bereik ligt
beantwoorden met;
“Ach, zonder
hebben we ons
ook altijd gered.”
Het schrijven van schone verzen ieder gegund
eigen ideaal, een verhaal, of and’re dromen
kunnen ieder tijdstip bij alle mensen komen
elk metrum of ritmische toon is een nieuwe punt
Hoe god’lijk klinkt toch uw verheven dichten
hoe onnavolgbaar de melodie door u geschapen
de strakke dreun en cadans om op te slapen
voor uw innemend woord zal menig zwichten
Ach, grote goden van literatuur en letter
al zijn die dikwijls nog zo vreselijk platvloers
gebruikt u scherpe woorden als glasgekletter
Uw instelling klinkt eenzijdig soms zelfs boers
wat mij echter betreft heb ik slecht nog één wens
heren goden wordt eindelijk eens gewoon MENS.
Mensen wat heb ik veel moeten leren
om zo verschrikkelijk weinig te weten als nu
en ik denk nooit uitgeleerd te raken
omdat ik altijd dacht niks meer te kunnen leren
maar ik weet echt nog nergens van
ook al dacht ik dat ik altijd veel geleerd had
dus zal ik wel weer heel veel moeten leren.
Colorful agricultural fields on the outskirts of a Dutch village
Een vlakte dor en kaal
zonder oneffenheid of gewelf
geen hoogte of ravijn
slechts een dode lijn
en de vraag, waar ben ikzelf
geen leven aan de horizon
of ruis door het riet
een rimpeling die water streelt
briesje dat met gebladerte speelt
maar toch klinkt ergens een lied.