Tijdfilosofie

Vector of a thoughtful young man working on laptop at workplace having some questions

Stil dromend denk ik
Aan al die jaren
Die zijn verdwenen
In een roes van voorbij
Vergeten in nevel
Slechts als wolken gestuwd
Door wind in eindeloos
Pruisisch blauwe velden
Vindt men hier en daar
Nog dagen van herinnering
Omrand door goud

In stilte vraag ik mij af
Wat hebben die dagen gebracht
Waarvoor is die tijd verstreken
En wat rest ons nog aan tijd
Komen nog tijden van vrede
Of rest de aarde enkel nog strijd.

Dialoog

Portrait of well-groomed attractive handsome serious content chic classy elegant man wearing touching black jacket isolated over dark blue fume smoke background

Waar zijn de grenzen van de kennis
En hoe lang duurt de dialoog
Waar is de wetenschap die ons wijst
De rust en erkenning van de ander
Geënt op vrede in je eigen binnenste

Ach, eeuwig durend is die dialoog
Die ons geen rust geeft in eigen doen en laten
Die ons de monoloog ontneemt
Kennis en beschouwing van wat rondom ons leeft
Zodoende in de massa dreigen te verdrinken

Filosoferen op terras


Na broeierig warme dag
zit ik op terras te peinzen
over zin of onzin van ’t leven
over goed of kwaad
schuld of onschuld veinzen

wat is beter dan wel ’t best
wie zal alle facetten leren
van het leven of de dood
wat is sneller dan in ’t lest
bij sterven de laatste ademstoot

zal de ziel rusteloos zwerven
blijvend in aardse tranendal
toch vestig ik mijn hoop
op belofte die plek te erven,
waar ieder gelukkig wezen zal.

Leegte


Er is een lege ruimte
Die mij geheel omhult
En vraagt om inhoud
Die vraagt te denken
Over al wat ik zie

Een lege ruimte die beknelt
Als is hij gevuld
Gevuld met benauwenis
Van gevoelens en onwetendheid
Een ruimte waarin ik verdrink

Maar als ik zie of denk
Lossen de muren op
En omhult mij vrijheid
En benauwdheid en onwetendheid
Zijn als schimmen verdwenen

Spel van wind en mens


Hoog aan de hemelkoepel
Een vlieger of een luchtballon
Een spel van enkel wind

Ritselende bladeren in groene kruin
En over ‘t blanke strand stuivend zand
Een spel van enkel wind

Langs water en rivier het ruisend riet
En over akkerland ’t golvend graan
Een spel van enkel wind

Langs strand rolt woest branding aan
En beukt op strand en kust
Ook dit is spel van enkel wind

Bomen kreunen, takken breken af
Langs water kreukt het riet
Ook dit is spel van enkel wind

Zo menig één bouwt een huis
En anderen breken het weer af
Zo is het spel van de mens

Gewoon ‘t dagelijkse


Ik ben geen schepper
dus een band te scheppen
is mij te veel gevraagd
al tracht ik wel te smeden
maar ach in het verleden
is vriendschap
reeds zo vaak vervaagd

bijna geen mens
is bereid zich te geven
in onbaatzuchtig
eeuwig hechte band
gesmeed voor heel zijn leven

’t zijn zo dikwijls
de bijkomstigheden
die wij als liefde zien
zonder herinneringen
aan verleden
maar ervaringen
gezien in dagelijks licht.

Totem van ‘t leven


Hoe lang nog
Zullen wij tasten
In ’t duister
Van toekomst
En onzekerheid

Slechts gissen
Naar de dag van morgen
En vergeten
Wat gisteren is geweest
Van vandaag niets weten

Waar ’t om gaat
Is ’t leven
Zin of weerzin
En vroeg of laat
Staat in luttele woorden
Beschreven

Waarvoor je
Op aarde bent geweest.

Over een drempel


Iedere seconde vervliegt de tijd
En elke seconde is nieuwe toekomst
Zo worden dagen door seconden opgebouwd
Zo worden dagen ook afgebroken
Zo volgt ook jaar op jaar
Ook al stopt eens het leven

Maar iedere seconde bouwt weer nieuw
Een toekomst vult zich weer met tijd
Zo zullen nieuwe dagen telkens weer vormen
Een eenheid in seconden verspreid
Nieuwe jaren, nieuwe normen
Maar ook tot vergeving en vriendschap bereid?

Nagedachtenis


Woorden die ik heb geschreven
Waarover mijn gedachten zijn gegaan
Waar blijven die nog na mijn leven
Als ze zelfs op papier niet meer bestaan

Nergens een steen van mijn gedachten
Herinneringen waarover mijn mijmeringen zijn gegaan
Woorden die slechts mensen achten
Maar die nergens geschreven staan

Zal ooit iemand mijn naam nog kennen
Weten waar mijn wieg heeft gestaan
Wellicht moet ik er aan wennen
Dat ik alleen nog ergens voor paal zal staan

Wetenschappelijk?


Wat is het dom
om je steeds
wijzer te gaan voelen,
terwijl je jezelf
iedere dag in
domheid bekwaamt.

Het is zó dom
om iemand dom
te noemen,
omdat men dan
moet bewijzen
dat men zelf
wijzer is.

Als men niet
wíl leren,
is men niet
alleen dom,
maar valt dat
ook nog óp!!

Wie domheid
bestrijdt met
wérkelijke wijsheid,
bestrijdt de
wapens!!!!!

In de wetenschap
dat de mens
alles weet,
ligt het eind
der wetenschap.

Vervlakking


Nergens klinkt geluid zo iel
als waar geen bomen
bergen of muren zijn
in eindeloze ruimte van een ziel
waaraan elke hoop is ontnomen
enkel ontluisterd in pijn.

Nergens klinkt geluid zo iel
als over verre vlakte
waar geen weerstand
of strijd overwinning ten offer viel
het leven tot de horizon vervlakte
elke roep om hulp verzand.

Wisselvallige perpetuum mobiele


Geen dag is nog geboren
of langs de horizon
glanst ochtendgloren
klinken vogelkoren
nog voor ’t licht begon.

Als boven de kim reist
gloed van vlammen
die ’t nieuwe leven
kleurt bij dageraad
in jade en smaragd.

En snel verjaart ook deze dag
in tijd, eind en beperking
als het licht aan de horizon
verdwijnt in gloed en vlammen
de nacht weer wacht
op geboorte van nieuwe dag.