Na winterslaap


Ik lag in diepe slaap
genietend van zachte rust
toen kwam er iemand
die heeft mij o zo teder
wakker gekust
ik opende mijn ogen
en wist niet wat ik zag
een schoon lief gezicht
met stralende lach.

Ik vroeg; “Bent u de engel
die mij in ’t holst der nacht
komt halen?”

ze glimlachte en zei “Nee,
ik kom je alleen maar wekken,
de nacht is al zolang voorbij
de nacht moet je niet rekken.
Ik ga de dag is nog zo jong.”
Haar gezicht verdween.

Tussen de kieren van ’t gordijn
schenen de warme stralen
van de lentezon.

Dagelijks geluk


Het waren rozen
die mij nafloten
in de perken van mijn tuin
en in de hoge eik
in het dichte lover
groette mij de nachtegaal.

In het zonlicht
in de vijver
blonken de vissen
goud van kleur
en zong voor mij
de boerennachtegaal.

Het leek al genot
geluk dat de wereld bracht
in die helder
schijnende ochtend
na het duister
van die zwarte nacht.

Alle bloemen in de borders
alle vogels in de eikenkruin
vissen en kikkers
in het water van de vijver
beschenen door de gouden zon
brachten ode aan de Schepper.

Zo geen enkel mens dat kon.

Aan het water


Een rimpeling slechts
over het spiegelend water
veroorzaakt door een zachte bries
en zacht wuift langs de oever
het pluimend gekrookte riet.

Een visser eenzaam in zijn bootje
in gedachten ver buiten aardse trend
genietend van stilte en rust
alleen aandacht voor zijn dobber
gespannen hopend op een kleine vangst.

En verderop de witte zijlen
van een bootje gestuwd door de wind.

En ondanks de rimpeling
spiegeld het blauwe zerk in het water
weerspiegeld het witte wolkje
en de zijlen verderop, als schapen in blauwe weide.
Ik geniet, net als die visser,
van de rust en vrede daar op dat moment.

Geluk in een notendop


Ik heb de vlinders gezien
de bloemen geroken
vogels hoorde ik zingen
bijen verzamelden honing
jij danste daar tussen
over de paden in mijn tuin.

En ik dacht bij mijzelf;

“Wat is de wereld mooi,
wat is het leven een feest.”
Want ik rook de rozen geuren
zag de vlinders fladderen
de vogels zongen
en de bijen verzamelden honing.

En ik dacht; “Dit is geluk.”

Tropisch


Tot mijn leed
zie ik wolken de zon bedekken
hij scheen te heet
en liet daardoor de wolk vertrekken.

Nu schijnt de zon
en ik verlang naar regen
maar geen wolk tot de horizon
ik wacht nog steeds op regen.

De aarde wordt gebakken
als vlees op een barbecue
voedsel geroosterd voor het pakken
ik hoef ’t niet, ik ben te moe.

Dans


Dans in de regen
omdat daarna
de zon weer schijnt
in heldere boog van kleuren
duistere wolk verdwijnt.

Dans in de regen
geniet daarna van zonneschijn
zonder regen komen geen bogen
overheerst het somber grauw
daarna zal de zon ons drogen.

Dans in de regen
wees vrolijk en blij
straks zal de zon weer schijnen
dan ben jij daar ook bij
en zal alle misère verdwijnen.

Dans in de zonneschijn
geniet van die kleurenboog
die zonder regen er niet kon zijn.
Dans in het park of door de wei,
geniet het leven als feestfestein.

Carnaval in Den Bosch


We zijn vandaag naar
Den Bosch geweest
en dronken daar
een bakske leut met bol
het was er net carnaval
en de terrassen
zaten er bomvol.

De straten waren
vol met feest
en iedereen had lol
iedereen behalve wij
wij hadden een
bakske leut
met een heerlijke bol.

En iedereen
vierde carnaval
en was me daar teut
en had me toch lol
men vond ons saai
maar wij hadden
een bakske leut
en daarbij een
heerlijke Bosche Bol.

Op het leven


Drink op het leven
drink op geluk
drink op dagen vol liefde
drink op alle vrienden
op mensen in je buurt.
Op de zon
op de maan
op alle sterren
die aan de hemel staan.
Drink omdat ’t leven
niet zolang duurt.

Drink een glaasje water
of een glaasje sap
zo af en toe een wijntje
enkel voor de grap.

Gelukzoekers


Toen de mens
nog niets wist,
wist hij ook nog niet
dat hij ongelukkig was.
Nu de mens heel veel weet,
vraagt hij zich
nog stééds af
waarom hij nu nog niet weet
hoe hij zich gelukkiger
kan voelen.

Positief


Laat mij dansen
laat mij musiceren
laat mij fantaseren
over bergen geluk.

Dan wil ik springen
wil ik altijd
gelukkig zijn
en wil ik zingen.

Er is nog zoveel tijd
om te kniezen
om te treuren
om verdriet en het lot.

Er is nog zoveel toekomst
om vrolijk te zijn
we kunnen nog genieten
van de zegen van brood en wijn.

Gods flierefluiter


Ik zie mij over groene velden gaan
nadat ik de goudenpoort ben gepasseerd
dan blijf ik even bij een bloemperk staan
en dank de Heer die ik altijd heb geëerd.

Ik hoor zang van vogels in de bomen
zie heldere beken met gouden fonteinen
een wereld vol schoonheid om van te dromen
waarop elke hoek verrassingen verschijnen.

Straten zijn geplaveid met stenen van ivoor
aan azuur blauwe lucht straalt een milde zon
ergens klinkt een schitterend engelenkoor
en vele mensen lessen aan een levensbron.

Dansend en zingend ga ik over ’s Heren wegen
naar de Vader die van heel Zijn schepping houdt
daar bij Hem te wezen is een echte zegen
als Zijn flierefluiter, dan weer lief, dan weer stout.

Groot en/of klein geluk


Heel dikwijls
laat het grote geluk
zich vinden
in de kleine dingen.
Als het andersom was
dat het kleine geluk
zich slechts
liet vinden
in de grote dingen,
zou het met ons geluk
slecht gesteld zijn

Koud of warm


Laten we het menselijk hart
niet laten wezen
als het hart van de winter.
IJskoud, kleurloos en stil!

Maar als het hart van de zomer.
Warm, vol bloemen
en vogelzang.

Nachtelijk geluk


De dag neemt afscheid
De kim staat in gloed
Langzaam rekken de schaduwen
En de hemel vult met sterren
De maan brengt romantiek

Zacht dringt nachtelijk geluid
Over verre vlakten
Geen mechanisch geweld
Onderbreekt de oase van rust
De wereld sluimert zacht in

Een droom ontwaakt
Aangedragen door muzen
Begeleid met zang van feeën
Tot weer opnieuw
De kim in gloed zal staan