Zwijgen of spreken?


We zullen nooit te veel spreken.
We zwijgen alleen te weinig.
Als je weinig spreekt is gebleken,
wordt je alleen maar chagrijnig.

Spreken mag dan zilver wezen
en misschien is zwijgen goud.
Waarom zou je spreken vrezen,
als je toch meer van zilver houdt?

Maar je moet altijd wel bedenken
dat goud van grotere waarde is.
Spreken kun je zonder krenken,
zwijgen vormt soms een hindernis.

Evenwicht in veel communiceren,
tussen het zwijgen en het gesprek.
Dat moeten zo velen nog leren.
Daaraan is nog zo veel gebrek.

Zwijgen is niets anders dan horen,
luisteren tussen de regels door.
Niet altijd zelf willen “scoren”,
interruptie ligt niet in gehoor.

‘t Is een kunst, een goed gesprek
als je zegt; “Daarvan heb ik geleerd”.
Lijd je niet aan het gebrek,
dat je iemand anders hebt bezeerd.

Sociaal


Zoek het hart dat je kan helpen
handen die klaar voor je staan
voeten welke je willen dragen
vrienden die voor je door
vuur willen gaan.

Geef je hart aan die je lief hebt
je handen klaar voor iedereen
laat je voeten lasten dragen
voor vrienden ook door
zware vuren heen.

Ga wegen langs ontheemden
neem hen mee die nergens
welkom zijn, geef hen eten
aan vrienden en vreemden
zonder iemand te vergeten.

Onrecht.


Onmenselijk is lijden,
Door onrecht aangedaan.
Is ’t niet te bestrijden,
In menselijk bestaan?

Hoe kan men ontkennen,
Waarde van een mens?
Moeten wij wennen,
Leven in eigen wens?

Leven in onrecht en lijden.
Leven in nood en angst.
Verlangend, betere tijden.
Dan duurt ’t leven ’t langst.

Gebonden in haat en afkeer.
Machteloos en zwak.
Trachtend in zwak verweer,
Te vinden, liefde en onderdak.

Dikwijls toch verstoten,
Aan de kant gezet.
Nooit hebben genoten,
Bescherming door mens of wet.

Medemens


In witregels van het leven
Staan dikwijls zo vele woorden
Met onzichtbare inkt geschreven
Over pijn of vreugde in veel akkoorden
Slechts in onze ogen staan de lijnen
Waarop geluidloos geschreven staat
En die de waarheid steeds beschijnen
Die aan ’t licht komt vroeg of laat

In die onzichtbare levenswoorden
Die steeds vragen om liefde en begrip
Van hen die tussen de regels hoorden
Nood van een mens tussen wal en schip
Ze staan zo duidelijk geschreven
Als men er aandacht voor heeft
Aandacht voor medemens in medeleven
Als men werkelijk om zijn naaste geeft.

Zwerver


In stilte slaak ik mijn zucht
over verloren tijden
waarin ik ben gevlucht
geen lef had om te strijden
of aan toekomst te wijden
maar voor hoon beducht
enkel dat ontvlucht
uit angst voor lijden.

En achteraf sta ik verholen
in schaduw van het zijn
en wezenloos verscholen
verbijtende de pijn
heb zelf mijn leven ontstolen
vergokt, verslaafd aan wijn
moet ik nu doelloos dolen
alle goeds voor mij slechts schijn.

Onrecht


Onmenselijk is lijden,
Door onrecht aangedaan.
Is ’t niet te bestrijden,
In menselijk bestaan?

Hoe kan men ontkennen,
Waarde van een mens?
Moeten wij wennen,
Leven in eigen wens?

Leven in onrecht en lijden.
Leven in nood en angst.
Verlangend, betere tijden.
Dan duurt ’t leven ’t langst.

Gebonden in haat en afkeer.
Machteloos en zwak.
Trachtend in zwak verweer,
Te vinden, liefde en onderdak.

Dikwijls toch verstoten,
Aan de kant gezet.
Nooit hebben genoten,
Bescherming door mens of wet.

Sociaal gedreven


Door hoop en vrees gedreven, twijfel over bestaan
En eens gekomen op het keerpunt van mijn leven
De stille vraag, waar komt mijn hoop en steun vandaan
Wie zal mij op mijn paden verder richting geven

Wie steunt mij waar onzekerheid mijn paden kruist
De moed en kracht om door te gaan mij zal ontvallen
In ’t hart slechts angst voor duist’re armoe en toekomst huist
Zodat ik eens tot bedelarij zou vervallen

Mij geeft de troost dat geen materiële zaken,
Waar wij ’t enig heil dikwijls in plegen te zien,
Op deze aard ons niet gelukkig kunnen maken
Maar meer als ik mijn medemens van harte dien.

Dan kunnen wij in vrede verder door het leven
Omdat wij elk respect en ruimte willen geven.

Beoordeling


Waar blijft de tijd die wij aan woorden wijden
Verkwistend strooiend in de wind en het zwerk
De tijd in ledigheid zonder paal en perk
Waar wij naar achterklap en roddel glijden

Waar zijn de tijden van het glorieus fatsoen
Dat iedereen zich verre hield van laster
Zijn woorden toomde in kluister of raster
En geen medemens ooit smaad aan zou doen

Ach vriend het is zo lang reeds van alle tijden
De mens is verslaafd aan eigen tong en woord
Reeds tijden door schijnt het niet te vermijden

Zijn eigen stem wordt door hemzelf vaak niet gehoord
Daarom behandel elk mens met eerbied en respect
Omdat elk vogeltje zingt zo hij is gebekt

Gedichtentroost


Nieuwe dag waarin leven weer kan dansen
genieten van licht en zon
gegeven lach naar liefde en kansen
in een hart dat treurnis overwon
door woorden die verdriet begrepen
troostend kwamen als in een zang

nu geen dagen meer in duister
maar met open ogen door het licht
elk opgefleurd met zang en luister
door begripvol woord uit een gedicht
dan duurt zo’n dag niet eindeloos lang
lijkt zich niet eeuwig voort te slepen.

Sociale hulp


Schilderij; portret door Hans Versfelt

Van mij, mijn vriend, heb je geen blaam te duchten
Leef vrij zo jij het geluk denkt te vinden
Wat mij betreft mag jij je hart luchten
Zonder door regel of wet te laten binden

Ga je eigen weg, zoek in je hart de vrede
En wees overtuigd dat je naar het beste streeft
Dan vind je in elke gedachte wel rede
Dat je niet enkel voor jezelf hebt geleefd

Er is zoveel te vinden in sociale vormen
In vriendschap die ook werkelijke vrede biedt
Waar ieder zich houdt aan levensnormen
En ook de zorgen van ieder ander ziet

Daarom zal eigen weg nooit eenvoudig wezen
En heb je dikwijls menig kritiek te vrezen.

Blijf zien en horen


Waai over water en velden
over halmen van graan of riet
door de bomen en om rotsen
emotie van lach of verdriet
toon schuilende luwte zelden.

Beweeg als in zachte bries
het tere lover aan de twijgen
in een eenheid met ruimte
en horizon in gloeiende kleur
laat wereldleed nooit zwijgen.

Zoek in de verste uithoeken
verbinding tussen hemel en zee
breng vertroosting van lijden
hoor wat daar de noden zijn
breng ze in woorden mee.

Waar draait de wereld om


Overal verkeer muziek en herrie
Zelfs in de lucht lawaai en gebrom
Vele mensen schreeuwen en maken ruzie
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Meer en meer iedereen voor zich alleen
Werkt voor overvloed en weelde zich krom
Gunt een ander steun nog been
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Er zijn geleerden en professoren
Maar de meesten zijn verschrikkelijk dom
Laten zich alleen graag horen
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Iedereen weet alles beter
Niemand voelt zich minder, dat is zo stom
Gesprekken worden heter en heter
En ik vraag me af;
Draait hier de wereld om?

Zal eens ieder mens er voor de ander wezen?
Tegen treurenden zeggen; “Kom!” ?
Dan valt er weinig meer te vrezen
En denk ik bij mezelf;
Kijk…! Hier draait de wereld om!!!