Zorgen en genieten


Een zon, een maan, een hemel zo blauw
een wereld vol bomen, planten, bloemen
schoonheid vanaf vroege morgendauw
de hele dag te veel om op te noemen.

Vogels in de lucht en dieren op het veld
in eigen soort en specifieke levenswijze
sterren aan de hemel allemaal geteld
schepselen die hun Schepper prijzen.

Mens geplaatst als rentmeester en kroon
geniet al deze wonderen op heel de aard
verzorg de schepping in al haar schoon
dat ze voor uw nageslacht blijft bewaard.

Reëel zoeken


Ik mijd diepte van duistere nacht
waar maan noch sterren schijnen
vreugd noch liefde wordt verwacht
hoop en verlangen verdwijnen
waar slechts in schaduwloosheid
de wereld leeft in egocentrisch wezen
voor hen die leven in argeloosheid
alleen het onheil valt te vrezen.

Ik zoek het licht der zonnige dag
de warmte van de zonneschijn
de vrijheid en de blijde lach
waar mensen voor elkaar er zijn
in liefde als een sociale droom
en weten waarvoor de wereld is
samenvloeiend tot één stroom
dan krijgt de schepping weer haar betekenis.

Visioen en realiteit


Een wereld heb ik als een tuin gezien
vol bomen, heldere beken en bloemen
met paden gekleurd als nooit voordien
en klanken te schoon om op te noemen
een licht bescheen de hof van alle kant
schaduwen onder lommerrijke bomen
ik werd geleid door vriendelijke hand
naar plaatsen waar men van kan dromen.

Vanmorgen heb ik de vrede weer begroet
in morgendauw, zonneschijn en vogelvlucht
en in menig windvlaag heb ik ontmoet
een zachte stem die verspreidde het gerucht
dat alle leven hier bij ons op deze aarde
onder één naam samen was te noemen
allen en ieder in zijn eigen waarde
als Gods schepping slechts is te roemen.

Dankbare herinneringen en verwachtingen


Een lente vol bloesems en vol bloei
met jong leven overal in groene
malse weiden met tooi van kleuren
en belofte voor schone zomer.
En in dank vouwden wij de handen.

Tuinen vol bloemen in alle pracht
van kleuren en vormen om ieders
ogen te strelen en hart te verblijden
granen die rijpen tot aren zo vol.
En in dank vouwden wij de handen.

Bossen verven zich met gele, bruine
en rode bladeren en dieren zoeken
hun winterverblijf in holen of holten
in bomen of vertrekken naar zonnig zuid.
En wij danken voor alles de Here.

Tijd is gekomen dat planten verwelken
en oogst van granen en vruchten
en dieren die weer naar binnen gaan
en het veld blijft troosteloos leeg staan.
En wij vragen om nieuwe toekomst.

Zijn er bewijzen?


Wij zoeken wijsheid en wetenschap
willen weten hoe het leven is ontstaan
en zijn in menig opzicht ook heel knap
zo veel ontdekkingen hebben wij gedaan

machines die ons overal ten dienste zijn
waarmee wij onze eigen wereld bouwen
schrijven vindingen toe aan ons brein
en beveiligingen waar we op vertrouwen

maar hoe de kosmos is ontstaan
blijft voor onze logica een raadsel
geen mens heeft bij de oorsprong gestaan
kent materie van universum of uitspansel

wel beweert men kennis te bezitten
hoe het heelal ooit is ontstaan
bewijs is men nog steeds aan ’t spitten
theorieën kunnen steeds verder gaan

ik denk dat we het ware intellect kennen
niet door wetenschap of aardse waarden
maar doordat we er eens aan wennen
dat werkelijke wijsheid ligt in ’t aanvaarden.

Vingerwijzing van de Schepper


Waar ik zweeg roerde U mijn tong
gaf mij woorden in mijn mond
zodat ik liederen U ter ere zong
in Uw gena mijn rust weer vond.

Uzelf leidde mij naar stille plaats
een hof vol bloemen en rozen
hebt dit Zelf voor mij als schuilplaats
tegen mijn droefenis gekozen.

In bomen klonk het vogellied
in velerlei melodieus akkoord
er heerste geen angst of verdriet
geen klank die vrede verstoort.

Zacht licht scheen door het bladerdek
waar druppels als zirkonen pralen
boven deze hemelsschone plek
beschenen door gouden zonnestralen.

Dankbaar vouw ik mijn handen Heer
als dank voor al Uw goedheid
zoals U telkens en telkens weer
Uw glorie voor ons hebt uitgespreid.

De aarde ontwaakt


De horizon licht, de dag is aangebroken
in kale bomen klinkt nu schuchter lied
en tere bloemen zijn uit d’ aard ontloken
een milde bries beweegt nu zacht het riet.

De kleur keert langzaam over grauwe velden
alsof het leven uit de dood herrijst
de tijd herleeft als toen woorden vertelden
dat d’ aarde leeft en zijn schepper weer prijst.

Dat doet ons weer de warme zomer wachten
en klinkt ’t nieuwe lied uitbundig, luid en klaar
dan lengen de dagen en korten de nachten
dan is in ’t nieuwe licht ’t leven niet meer zwaar.

de aarde houdt het leven niet meer gevangen
de bloemen bloeien, vogels zingen hun zangen.

Levensrust


Hoe dikwijls heb ik daar niet stil zitten dromen
daar op die oever aan de rand van het meer
glans en spiegeling verwonderden steeds weer
in weerschijn van lucht, zon, wolken en bomen

bewonder reine lelie ontsproten uit ’t diep
ontworsteld aan slip het donker ontvloden
telkens weer kun je mij in extase noden
tot dank aan Hem die jou eens in leven schiep

O laat mij hier in vrede nog jaren blijven
hier op deze vredige schone plek
die ik als paradijselijk kan omschrijven

het ideale oord, een plaats zonder gebrek
een wereld vol van goddelijke natuur
waar ik genot zal vinden tot aan mijn laatste uur.

Belofte genoeg


Uit koude harde grond
heb ik uit kleine bol
toch hoop zien spruiten
een minimale knop
op dunne spriet.

Belofte voor toekomst
gevuld met warmte
vorm en kleur
vol geur en nectar
zie al vlinders vliegen.

In kale kruin zong
een kleine vogel
zacht zijn eerste tonen
en de zon scheen.

Nu de temperatuur nog.

Luna


Gevoel tussen jou en mensen
vrijheid in wezen en beeld
waar paradijselijk schoon
belooft door kussen en liefde
met onverdeeld geluk.

In stralend blinken en glanzen
boven schepping van schone
bloemenpracht en fluweelzacht
ingelegd als in broos saffier
met gloed der eeuwen bedacht.

Met zachte weemoed in je ogen
verdrijvend aardse duisternis
leer ons te lachen om duizend
angsten en geef kracht door bewijs
dat schepping werkelijkheid is.

Ontkent zicht


Woorden zullen geen licht van mijn ogen ontnemen
nooit zal mijn mond de grijns vertonen
van wat mijn hart verafschuwt en verstomt
mijn eer wil ik hiermee niet te grabbel gooien

kijk om en zie verleden als een mistig veld
het moer dat tot bossen door de bomen reikt
verdampt het zicht op heden en toekomst
laat het nu tot in de kosmos vervliegen

een gebroken spiegelglas besmeurd met drek
vertoont nog slechts de vage omtrek
van een schepping die zuiver was en goed
beschrijft een donkere toekomst in vurige gloed.

Genot door Gods schepping gegeven


Genieten willen wij van de dagen
die wij in Uw genade genieten mogen
meer willen wij van U niet vragen
maar in vreugd Uw grote naam verhogen.

Genietend alle dagen op Uw aarde
van blauwe hemel en van zon
of regen uit grauwe wolken in Uw gaarde
zodat alles groeit zo ’t eens begon.

Gevend ieder mens vreugde en zijn waarde
samen altijd voor U dienstbaar zijn
voor U die ons ook als zondaars aanvaarde
steeds wil verlossen van verdrukking en pijn.

Heer nog altijd is Uw aarde een paradijs
één-en-al schoonheid is Uw natuur
laat ons, Heer, dit bewaren tot iedere prijs
geef ons daarvoor kracht tot aan ons laatste uur.

De vreugde Heer in Uw schepping te leven
zelfs een heel klein onderdeel te zijn daarvan
kunnen wij U nog meer blijdschap geven
dan ons onderwerpen aan Uw Goddelijk plan?

Leven is het bewijs


Vertel mij hoe het eerste leven is ontstaan
Na een oerknal volle dode materialen
Hoe kan uit die dode stof leven bestaan
Hoe is uit steen geestelijke emotie te halen

Wie geeft vorm aan plant of dier
En onderscheidt het menselijk intellect
Hoe komt levensadem op aarde hier
Vertel mij wie is die levensarchitect.

Slechts Één schenkt ieder wezen
De liefde en het leven hier op aard
Zoveel gunsten heeft Hij reeds bewezen
In Zijn lankmoedigheid ons bewaard

Welk Wezen kan schoner aarde bedenken
Met meer verschil in vorm en kleur
Of zou Zijn schepping beter schenken
Zo volmaakt, zo superieur.

Muze der dageraad


Voor altijd zal het schoon gedicht u bezingen
Bekoren uw gevoel, uw zinnen, hart en oren
Met warmte van zang en elan u omringen
En klanken ’s morgens van vele vogelkoren

Uw schoonheid geeft fantasie en inspiratie
Tot schrijven van menig proza, ode of sonnet
Uw aanzien geeft elke dichter adoratie
Voor u wordt zo menig woord op papier gezet

Uw schoonheid is met geen pen te beschrijven
Uw hoofd met diamant smaragd en zirkoon getooid
In elk seizoen zult u de aller schoonste blijven
Wat er ook gebeurt geëvenaard wordt u nooit

De ganse wereld bezingt u in het prilste licht
Uw hele wezen is voor ons het schoonst gedicht.