Clown


Hij dicht sonnetten bij het leven
en is een meester zo ieder zegt
in het sneren links en rechts te geven
en doet op verzoek ook niet slecht

geen ander kan hem met woorden evenaren
de waan verbergt hij achter rode neus
vindt dat hij kan kwetsen zonder bezwaren
geen enkel compliment meent hij serieus

maar stelt zich op als echte rechtse bal
zal ooit nog eens op verzoek zichzelf
tentoonstellen in lachwekkende niemendal

hij wordt gesteund door raad van elf
die hem waarschijnlijk ooit leidt tot zijn val
maar hoe het wendt of keert hij blijft de clown zelf.

Zomaar blijven dromen


Dromen wil ik blijven
Van al het schone dat de aarde biedt
Mijn fantasieën op wolken laten drijven
Zodat ieder mens ze ziet
Ergens tussen licht en donker
Beschenen door zon of maan
Zon bij dag en ‘s nachts stergeflonker
Ver in het heelal waar sprookjes nog bestaan
Rustend in bos of veld
Wil ik daarover dromen
Horen wat de wind mij vertelt
Zacht fluisterend door ’t riet of in de bomen
En als mijn gedachten zijn weggewaaid
En ik weer langzaam tot de realiteit ga komen
Blijft de hoop dat eens die schone wereld
Als het paradijs weer terug zal komen

Fantasieën


Wat zou het leven zijn zonder fantasie
Een dichter zonder vrolijke dromen
Of een kaasplank zonder heerlijke brie
Geen tijd zelfs om tot rust te komen

Fantasie neemt ons mee naar zonnige stranden
Waar palmbomen ons toewuiven in de wind
Daar liggen wij dromend van de mooiste landen
En voelen ons steeds zo gelukkig als een kind

Helaas komen wij weer in de realiteit
En weg zijn dan fantasie en alle dromen
Het dagelijks leven is weer een feit
Maar fantasie wordt ons nooit ontnomen.

Getijden

ASCII

Als regelmaat van golven over wijde zee
in eeuwig ritmisch deinen tot de horizon
een zonnig vriend’lijk beeld van rust en vree
een zeker weten dat zo de schepping begon

Een zachte bries als harpmuziek door bomen
een stille zang door ‘t golvend blonde korenveld
mijn geest wil van deze aardse vrede dromen
een wereld vrij van wreedheid en van geweld

Een wereld vol met vrienden en vertrouwen
waar liefde en geluk normaalste zaken zijn
een eeuwig ritmisch deinen om op te bouwen
als regelmaat van golven op zee groot of klein

Maar woest als de zee bij ontij en ruwe storm
verwoest men de aarde zonder waarde of norm.

Een stil sonnet


De eerste stralen, doen ‘t donker klaren,
aardse schoonheid straalt in ochtendlicht,
zwakke nevels, tussen groene bla’ren,
over de velden in een vergezicht,
onder een azuren blauwe lucht,
bruisend leven in het bos ontwaakt,
een windvlaag, als diepe zucht,
dan is ‘t, of een stil sonnet hier wordt gemaakt .

Het eerste zachte stralende zonnegloren,
eerste schijnsel van de zonnegloed,
de natuur schijnt weer als herboren,
in groen tapijt dat heel de aarde voedt.
vogels verheffen in een trage vlucht,
zwevend op thermiek in sierlijk ballet
spanning ontlaadt in bevrijdende zucht.
nu klinken eerste tonen van dat stil sonnet.

Warmte, die zich overdag doet gelden,
in zinderend hete zomerse dag.
mens en dier trekken door de velden
ritme, dat alleen bij drukkende warmte mag
verkoeling zoekend in schaduw of water
gewoon genietend in heerlijk lome tred
dagelijkse beslommeringen komen later
nu alleen akkoorden van dat stil sonnet.

Naderend ‘t laatste schijnsel van de zon,
‘t vallen van de nacht, de laatste avondgloed,
herinnert men zich hoe de dag begon
zachte vogelzang als laatste groet,
zonlicht wordt nu zacht gebroken
en stil vouw ik mijn handen in dankgebed
zonder dat een woord wordt gesproken,
klinken de laatste akkoorden van dat stil sonnet .

Zoektocht door stilte


Steeds ben ik op zoek naar eigen ik
een zijn dat ergens in mij is
weten in stille gedachten
die geen woorden vinden
geen uitweg van mijn hart

zonder spiegeling van geest
beweging of vooruitgang
in mijn aller diepste wezen
eenzaam schuilen in donkere hoek
slechts in mijzelf opgesloten

tot licht het voorhang scheurt
van boven naar beneden
mij toegang geeft tot zonneklaar
warmte voor nieuw leven
dan ken ik mij, ben niet meer een wees.

Zoekend naar idealen


De zon, de witte landerijen,
De eindeloze horizon
Dat is het land waar ik ben geboren
Mijn prille leven eens begon
De ruime velden bekleed in wit tenue
Waar, als straks de seizoenen wisselen,
Het nieuwe leven weer tevoorschijn komt

Mijn hart ligt daar in kleine dorpen
Ergens verspreid over het vlakke land
Niet opgesloten tussen vele muren
Maar in polder en oeverlanden
Heb ik voorgoed mijn hart verpand.

Land van idealen


Waar is het land dat ik heb lief gehad
Het land vol warmte en zonneschijn
Waar alle mensen altijd welkom zijn
Niet door afgunst, haat of nijd beklad.

Ik herinner mij de stille vrede
In stad, ’t kleine dorp of gehucht
In groene weide onder blauwe lucht
En nevelig bos dat de kim bekleedde.

Waar is dat land waar elk welkom was
Met warme groet voor vriend of vreemdeling
Geen onderscheid tussen persoon of ras

Het land waar men ieder met respect ontving
Nog gaan mijn dromen naar dat vredig land
Waar alle mensen samen gaan, hand in hand.

Zwijgende muze


Ach muze stop de tijd van eeuwig zwijgen
en geef mij ’t woord dat ik weer dichten mag
mijn woorden tot vers of zang zal rijgen
om droefheid om te buigen tot blijde lach.

Kom neem mij mee door dromen in de nacht
om saam te wachten op de schone ochtend
als zon en hoop voor ons weer stralend lacht
de horizon met rode gloed weer kleurend.

Ik wil genieten van de vogels in bomen
ik zie de paar’len over ‘t groene veld
genieten van wolken die van verre komen
maar waarom voelt mijn ziel zich zo gekweld.

Toch zal mijn muze spoedig wederkomen
geeft ’s daags de zon en ’s nachts de dromen.

Voetstappen en woorden


Zo schoon was de ochtend
Dat ik besloot tot een wandeling
Tussen land en water
Op blote voeten door ’t rulle zand
En achterom kijkend
Zag ik dat het water mijn voetsporen
Meenam naar de einder

Ach, dat de wind ook mijn woorden
Meeneemt naar die verre verte
En dat ze stranden daar onder die palmen
Waarin het rulle zand
Iemand ze vindt gelijk mijn sporen

Een weg door nevel

Blindelings ga ik door de laan der nevelen
Voetstaps tastend naar het pad der wijzen
Ontwaar bomen als mistige schimmen rijzen
Die bedreigend boven mijn hoofd prevelen

Laat mij slechts leiden door mijn intuïtie
Geen vermoeden waar ik ooit stranden zal
Bereik ik de top of kom ik eerder ten val
In wanhoop beraad ik mij op mijn positie

Waar vind ik eens het eind der nevelingen
Een zicht tot de horizon over verre velden
Een land waar geslachten over vertelden
Waar de zon altijd schijnt en vogels zingen.

Nieuwe tijd


Waar stilte van de nacht zich heeft gepaard
tot versmelting van geluid der zielen
in hoorbaar lichte ochtendstond vielen
een vibratie voor nieuwe dag ontwaard

vrij ontvankelijk licht, de tijd ontmoet
ruime zeeën van komende etmalen
turbulent gebeurtenissen vermalen
waarin zich jaar en eeuw van vuil ontdoet

dag verwijdert het nachtelijk duister
smelt in oase van licht en kleuren
de zwijgzaamheid hervormend in luister

en harten bewerkt tot open deuren
armen weer in warmte om schouders slaat
droevige zielen niet in de koude laat.

Levensherfst


Mij stemt de herfst niet somber en neerslachtig
ondanks temperatuur en vallen van blad
en overal water dat van paden spat
geniet ik van bladkleur rood, geel of bruinachtig

de wolken mogen dan wel grauw zijn van kleur
de zon mag dan wat korter en minder schijnen
mijn humeur zal er beslist niet door verdwijnen
dagelijks geniet ik nog van frisse herfstgeur

mijn hoop is dat mijn levensherfst ook mag wezen
als heel de aard in dit kleurrijke seizoen
echter zonder dat men mijn jaren af kan lezen

mijn vroegere leven wil ik niet overdoen
het is als de kleuren van het vallend blad
ene keer was het glimmend maar meer nog mat.