
Men kan pas spreken
Dat het ijs is gebroken
Als voorjaarszon de aarde warmt
Als dode tij van dorre takken
Door zacht lente groen verbroken
Ons verlangen naar buiten omarmt
Dan breekt ook menig maal spanning
In verhouding van ’t huisgezin
Bloeit door buitenlucht een nieuwe zin
Als van een nieuwe lente
En een nieuw geluid
Dan breken we met het ijs
Ook de spanning van de sleur weer uit.
