Vingerwijzing van de Schepper


Waar ik zweeg roerde U mijn tong
gaf mij woorden in mijn mond
zodat ik liederen U ter ere zong
in Uw gena mijn rust weer vond.

Uzelf leidde mij naar stille plaats
een hof vol bloemen en rozen
hebt dit Zelf voor mij als schuilplaats
tegen mijn droefenis gekozen.

In bomen klonk het vogellied
in velerlei melodieus akkoord
er heerste geen angst of verdriet
geen klank die vrede verstoort.

Zacht licht scheen door het bladerdek
waar druppels als zirkonen pralen
boven deze hemelsschone plek
beschenen door gouden zonnestralen.

Dankbaar vouw ik mijn handen Heer
als dank voor al Uw goedheid
zoals U telkens en telkens weer
Uw glorie voor ons hebt uitgespreid.

Na vreedzame dag


Ik zoek de woorden die als zang der vogels klinken
vanuit de kruinen in de vroege morgenstond
als aan de horizon de eerste stralen blinken
en witte nevel zich verspreidend over grond.

Het woord dat nacht’lijk duister weer op zal doen klaren
het leven als het ware uit de dood weer wekt
dan zal de aarde weer het nieuwe leven baren
zolang de zon met licht en warmte overdekt.

De bomen ruisen zacht de melodie en woorden
het golvend koren deint in stille regelmaat
aan stille oever klinken zacht door ‘t riet d’ akkoorden
een zang van vrede tot het eind der dageraad.

En als s’avonds stilte valt na de laatste klanken
dan rest mij slechts de handen vouwen…. en te danken.

Ik sta en zie….


Ik sta hier midden in de wereld en zie
zoveel verdriet rondom mij gebeuren
rampen oorlogen of gewoon ruzie
er valt zoveel ziekte en leed te betreuren.

Ik zou willen helpen waar ik kan helpen
overal noden en ellende weg te nemen
verdriet en pijnen liefdevol te stelpen
vreugd te schenken in plaats van problemen.

Toch is er niet enkel rampspoed en verdriet
nog steeds is de wereld schepping van God
en enkel dood en droefenis duldt Hij niet
Zijn maaksel laat Hij niet over aan het lot.

Zijn tijden komen en Zijn tijden gaan
wij zien het in wisseling der seizoenen
hemellichamen die trekken hun eigen baan
teveel wonderen en schoonheid om te noemen.

En ik sta hier midden in de wereld en zie
Zijn almacht groot en wonderlijk schoon,
Zijn wegen en plannen die ik niet doorzie,
maar wel sta ik hier als Zijn scheppingskroon.

Als ’t zand in de zandloper


In stilte is de tijd voorbij gegaan
Ongezien over heuvels en door dalen
En wij zijn dikwijls stil blijven staan

De tijd is door ons niet in te halen
Hij gaat met rasse schreden door ons leven
Ons resten slechts de verhalen
In overlevering doorgegeven

Voor ons is de tijd het heden
Die naar de toekomst uitzicht geeft
Waarin men met de rug naar het verleden
Hopelijk alleen naar beter streeft

Een stil sonnet


De eerste stralen, doen ‘t donker klaren,
aardse schoonheid straalt in ochtendlicht,
zwakke nevels, tussen groene bla’ren,
over de velden in een vergezicht,
onder een azuren blauwe lucht,
bruisend leven in het bos ontwaakt,
een windvlaag, als diepe zucht,
dan is ‘t, of een stil sonnet hier wordt gemaakt .

Het eerste zachte stralende zonnegloren,
eerste schijnsel van de zonnegloed,
de natuur schijnt weer als herboren,
in groen tapijt dat heel de aarde voedt.
vogels verheffen in een trage vlucht,
zwevend op thermiek in sierlijk ballet
spanning ontlaadt in bevrijdende zucht.
nu klinken eerste tonen van dat stil sonnet.

Warmte, die zich overdag doet gelden,
in zinderend hete zomerse dag.
mens en dier trekken door de velden
ritme, dat alleen bij drukkende warmte mag
verkoeling zoekend in schaduw of water
gewoon genietend in heerlijk lome tred
dagelijkse beslommeringen komen later
nu alleen akkoorden van dat stil sonnet.

Naderend ‘t laatste schijnsel van de zon,
‘t vallen van de nacht, de laatste avondgloed,
herinnert men zich hoe de dag begon
zachte vogelzang als laatste groet,
zonlicht wordt nu zacht gebroken
en stil vouw ik mijn handen in dankgebed
zonder dat een woord wordt gesproken,
klinken de laatste akkoorden van dat stil sonnet .

Herleving


Schijn zijn de dagen met rust gevuld
maar overvloeiend van vragen
innerlijke twijfel en ongeduld
vol lasten en onwetendheid gedragen.

Steeds zoekend naar verlossend woord
verzoening van schuld en onbehagen
door verwijten en laster verstoord
in je hart en ziel in diepe lagen.

Maar toch, als je de waarheid hoort
in klank van warme liefde en vergeving
twijfel door werkelijke kracht verhoord
komt je gemoed weer tot herleving.

Het licht verkondigt de victorie


Een heuvel staat in duister
uitzichtloos het veld rondom
zonder glorie of luister
slecht stilte heerst alom

geen licht kan dit tafereel bereiken
geen geschiedenis vertelt het verhaal
donker van de nacht blijft de dag bestrijken
gehuld in goddelijk zwijgen allemaal

het Licht lijkt in de aarde opgesloten
verzegeld met een steen voor het graf
door verkeerde geesten uitgestoten
veroordeeld zonder schuld verraderlijk laf

als in rouw scheurt in de tempel het kleed
de hemel treurt om zijn Heer
die op aarde voor onze zonden leed
omdat wij niet luisterden naar Zijn leer

maar straks toont daar in het Licht
die heuvel de volle roem en glorie
als daar drie kruizen in het zicht
vanuit geopend graf verkondigen de victorie.

Gedicht van Amber


Woeoeoeoeoew…
woef woef waf
waf……, waf
Woeoeoeoeoeh….
waf woef woef waf
oeoeoeoeoeoeh…!
grrr….. waf
pfh pfh woef.

Ter nagedachtenis aan mijn aller grootste vriend

Hoogvlieger


Uit een cel kil en donker
rezen zij met machtige vleugelslagen
vrijheid tegemoet en het licht
was voor hem als wijn
hoger dan de wolken stijgen
tot in de hemel wilde hij zijn.

Helaas was zijn vlucht te hoog
de zon brandde meedogenloos
zijn vleugels van pek en teer smolten
en stortend in de zee besefte hij
dat hoogvliegers eens ten val komen
en verdrinken als ze nooit leren zwemmen.

Leeftijdsverschil


Wil schrijven over jaren uit jeugd herinnerd
tijden van lach en speelse onbezorgdheid
gehoorzaam niet zelden ook baldadigheid
beleefd, dikwijls niet door vrijheid gehinderd

nog verlegen tegenover ander geslacht
jezelf dan nog geen houding kunnen geven
maar nonchalant toch naar haar aandacht streven
met een kop als een biet als ze naar je lacht.

Niet jijzelf, nee de jaren worden ouder
heel langzaamaan wordt de jeugd verledentijd
en wordt het nijpend gevoel steeds vertrouwder

dat je vergeefs tegen vele kwalen strijdt.
Maar, mij krijgen ze er beslist niet onder
als ik honderd ben zegt elk; ’t Is een wonder.

Begin van wereldvrede


Gedoken bij de ingang
zat je daar ontheemd
je ogen schichtig bang
je was anders en vreemd

van grote schoonheid
waren je amandelogen
gevuld met droefheid
vroegen ze mededogen

verdreven uit je warme land
verstootte men jou ook hier
sta je ook nu aan de kant
voel je je als opgejaagd dier

kom geef mij je hand
en daarmee je vertrouwen
dat we eens samen een land
waar vrede heerst bouwen.

Herfstvorstin


Je begroette me vanmorgen
in sluier van wit satijn
beschenen door gouden stralen
behangen met sieraad van smaragd
en parelen kettingen

om je hoofd dwarrelen kleuren
goudblond en rood karmijn
je huid als bruine rookgranaat
je borsten reeds als trossen wijn
en zilverlovers over je gelaat.

Kruis, verticaal, horizontaal…


Het kruis, afschuw der gelovige zielen
werelds symbool van vervloeking en lijden
uit verleden duister, sombere tijden
toen wij onwetend tot zonde vervielen

onze Heer hebben we gehoond, geslagen,
gemarteld, aan schandelijk kruis gehangen
terwijl ook wij naar bevrijding verlangen
eeuwig leven na de dood Hem steeds vragen.

Dat vreselijk kruis, afschuw voor alle mensen.
Het teken, aard en hemel opnieuw verbonden,
symbool van macht, gena en vredeswensen.

Teken waar wij Gods glorie en liefde vonden,
waaraan het onbegrijpelijke is volbracht
een einde maakte aan de eeuwige nacht.

Ontspanning langs breed water


Waar toef ik beter, rustiger
dan aan oever van breed water
verscholen tussen pluimen riet
en vogels over golven scheren
zonder iemand mij hier ziet.

Genietend van onbeschrijflijk ritme
van wind en golvenspel
naar muziek door rietkraag luisteren
veroorzaakt door wuivende halmen
die mij een gedicht toe wil fluisteren.

En de zon werpt flonkeringen
als sterren over het watervlak
ergens te midden van wijde velden
in tomeloos schoon van de natuur.

Laat stadsbeeld


Als vuurwerk is het weerkaatsend licht
fonkelend in golfjes op zachte bries
bij avondschemer als vlammend gedicht
zacht rumoer dat vanaf de kade blies
bevestigt hier landelijke vrede en rust
door vrijheid en ruimte van de natuur
wordt dagelijks opgelopen stress gesust
komt men tot ontspanning op late uur
genietend van het schone stadsgezicht
welt vanzelf uit mijn binnenste een gedicht .