
Wil schrijven over jaren uit jeugd herinnerd
tijden van lach en speelse onbezorgdheid
gehoorzaam niet zelden ook baldadigheid
beleefd, dikwijls niet door vrijheid gehinderd
nog verlegen tegenover ander geslacht
jezelf dan nog geen houding kunnen geven
maar nonchalant toch naar haar aandacht streven
met een kop als een biet als ze naar je lacht.
Niet jijzelf, nee de jaren worden ouder
heel langzaamaan wordt de jeugd verledentijd
en wordt het nijpend gevoel steeds vertrouwder
dat je vergeefs tegen vele kwalen strijdt.
Maar, mij krijgen ze er beslist niet onder
als ik honderd ben zegt elk; ’t Is een wonder.
