
We gaan wind-op
maar ik gooi
m’n hoofd in de nek
en ga door.
De bomen buigen
takken breken af
bladeren dwarelen
maar ik wil niet buigen
en ga door.
Iemand zegt,
“Ga terug,
de wind is te sterk.”
maar ik ga door.
Eens zal de wind draaien
en gaat de reis voorspoedig
en ga ik door
in luwte van bomen.
Bomen die niet meer buigen
en takken die niet breken
en wij gaan door
tot het einde.
