Verloocheningen


Na driemaal verloochenen vergaf Jezus Petrus nog
Hoe groot moet Zijn liefde dan wel wezen
Als Hij ook mij wil vergeven na een leven vol bedrog
Van ziekte en wonden mijn ziel wil genezen

Hij noemt mij Zijn zoon en tilt mij op uit ellende
Gaat Zelf daarvoor die eindeloze lijdensweg
Hij leidt mij aan de had alsof Hij mij eeuwen kende
En voert mij bij het kwade weg

Zelfs zeven maal, zeven maal, zeventig maal
Is Hem niet te veel om mij te verstoten
Vergaf op Golgotha ook Zijn beulen allemaal
En heeft met liefde en gena de mens omsloten

Zijn pleidooi voor vergeving was zo intens en diep
“Vergeef hen Vader, zij weten niet wat zij doen.”
Maar…, was ik ’t niet die daar in de hof van Gethsemane liep
En Hem heb verraden met een “Judaszoen”?

Bruggen tussen gelijk en verleden


Langs de grenzen van gelijk
lopen de onzekere lijnen
die ons fantasierijk
omheinen.

Gekoesterde lang verleden dromen,
van vervlogen jeugd en tijden
nog nooit uitgekomen
en met de tijd verglijden.

’t Heden is een stille rust
wat is geweest komt niet terug
al is ’t oude vuur nog niet geblust
grenzen van gelijk plaatsen we een brug.