Ik heb een droom


Ik had een droom, en laat me dromen
Die droom die zegt dat ieder mens is gelijk
Die droom die enkel gaat over vrede
Tederheid, liefde en vriendschap waar ik kijk
Laat mij koesteren die dromen
Dat zwart, wit, bruin, geel of rood elkaar vinden
En alle naties tot een eenheid komen
Niet allen gelijk maar wel als vrinden
De wereld vormen als eens het paradijs
Verbonden in de ban van liefde en geluk
Tezamen naar slechts één doel op reis
Verlost van angst en haat en wereldse druk.

Ik had die droom, en ik koester die droom
En ik bid dat eens die droom
Ook werkelijk uit mag komen.

(Naar de speech van ds. Martin Luther King)

Extra last


Moe, bezweet kwam hij van ’t land,
over een weg vol stof en zand.
Vele mensen kwamen hem te gemoed,
in een grote luidruchtige stoet.

Tussen hen in, een bebloede man,
je kon zien dat Hij niet verder kan.
Voort geduwd door ruwe soldaten,
die niet vol medelijden zaten.

Een zware balk was op Zijn schouder.
Veroordeeld door Romeinse stadhouder,
moest Hij Zelf dragen het kruis.
Simon keek toe, hij wilde naar huis.

Plots pakte een soldaat hem zonder vragen
en gelastte hem het kruishout te dragen.
De veroordeelde werd te zwak, te moe
en het was nog ver naar Golgotha toe.

Toen Simon het hout op zijn schouder nam,
was daar dat wonder dat hem overkwam.
Zijn moeheid was plots geheel verdwenen.
Als hernieuwd stond hij weer op zijn benen.

Zie, zo is het nu met onze Heiland.
Sta je vermoeid op een weg vol stof en zand.
Hij zal ieder die vermoeid is en belast,
bevrijden van het dragen van schuld en last.