Door alles heen


Hoe lang heb ik gewacht
op mijn eigen ik, mijn zijn,
zeker weten dat ik ben
zoals ik ook wezen mag.

Waar ligt mijn roots
mijn toekomst of mijn heden
schreden die ik zetten moet
om mijzelf te blijven.

Toch blijf ik staan
en zie de dagen komen
in vertrouwen door te gaan
om tot U te komen.

Buiten of binnen


Laat mij haastig gaan naar velden en beemden
schreiden door het schone vlakke land aan zee
genieten van dier en boom en grazend vee
van lucht en wolken wil ik niet vervreemden

vogels wil ik door het luchtruim zien zweven
sierlijk rank en slank door het azuren blauw
vanaf velden nog glanzend van ochtenddauw
dan ziet men weer een wereld vol van leven

ginds tussen geur van uitlaatgas en chemie
wonen mensen in benauwde steden
zuchtend onder verkeer en industrie

waar ze qua gezondheid veel van leden
klagend over overlast van buren
besloten in beklemming van vier muren.

Dagdromen


Midden op de dag een stille droom
over ‘t leven en alle zaken
die passeren in een stroom
zonder werkelijkheid te raken.

Gedachten die verlangend zijn
naar onbereikbare streken
van hoop en schone schijn,
geen realiteit daarover is gebleken.

Mijn dromenland ligt ver van hier
bestaat uit liefde en maneschijn
en tuinen vol roos of violier
wat zou ik graag daar zijn.

Maar midden in een stille nacht
komt eindelijk die droom aan ’t licht
en als ik dan al wakend wacht
schrijf ik hem midden op de dag

————- als een gedicht.

Levenslust


Volop bloeit de pruimenboom
en schuchter volgt de eerste peer
als in een mooie droom
kleurt heel de tuin straks weer
en tussen tulp en hyacint
zweeft menig vlinder rond
die vanaf vroege morgenwind
zijn tafel gedekt hier vond

middagzon brengt alles in een luim
zacht klinken tonen van een sijs
tussen bloesem in de pruimenkruin
eentonig doch sprankelende wijs
en in de vijver spartelt vis
kwaakt een kikker zacht en schor
alles vertelt dat het lente is
nu slechts vrolijkheid en geen gemor.

Milioenen herdenken


Mijn ziel huilt vandaag miljoenen doden
zo zinloos gemarteld, afgeslacht
uit alle delen van de wereld bijeen gebracht
’t waren niet alleen joden

hoe hebben de schoorstenen van Auschwitz gerookt
en bouwden de barbaren daar dijken
niet van klei of zand maar verkoolde lijken
door machtsgevoelens enkel opgestookt

de wereld heeft het gezien en wij herdenken
maar naar schijnt niet meer in pijn en rouw
zijn wij niet meer de vaderen trouw
die ook voor ons de vrijheid niet lieten krenken

’t kwaad steekt steeds de kop weer op
van verdrukking en discriminatie
met loerend gevaar van autocratie
loop eindelijk voor waarheid eens voorop.

;t Hoeft geen miljarden te kosten


Ik wil racen over banen
als een speer over wegen gaan
vliegen over bergen
als adelaar mijn vleugels uitslaan

als een vis door ’t water schieten
als leeuw op de savanne jagen
of olifant door ‘t dichte woud
misschien een ijsbeer, ook al is dat koud

in een raket naar Venus suizen
door de ruimte met een schip
heel de kosmos gaan verkennen
door ’t universum in een wip.

Ach, ’t is heel wat goedkoper
met beide benen op de aarde te staan
zonder al dat razen en tieren
ben je ook snel genoeg naar de maan.

Letterdromen


Letterspoken dansen door de nacht
vormen in reien woorden
rijen van zinnen en akkoorden
in eenheid die als vers mij tegenlacht.

Door duistere schaduwen hossen zij
ongrijpbaar als diepste dromen
die vanuit verscholen hoeken komen
en benevelen mijn slaperig hersenbrij.

Heel de nacht weet ik wat ik ga schrijven
dan slaap ik zeer voorzichtig in
om de lieve spoken niet te verdrijven

ontwaak ’s morgens met tegenzin
omdat spoken overdag niet blijven
weet ik van ‘t verhaal noch eind noch begin.

Ergens in het verleden


Ergens in ’t verleden,
ligt de vergetelheid,
waaruit herinneringen treden,
van lang vervlogen tijd.

Ergens in ’t verleden,
Waar ons bestaan begon,
Tot aan ons dagelijks leven,
Beschenen door de levenszon.

Ergens in ’t verleden,
Moet ’t lot eens zijn beslist,
Waarvoor mensen streden,
Zonder dat men rede wist.

Ergens in ’t verleden,
Ontstond ’t goed en kwaad,
Tussen normen, waarden en zeden,
Waar ’t om het leven gaat.

Ergens in ’t verleden,
Koos men een ander pad,
Dan welke werd betreden,
Men voordien gekozen had.

Ergens in ’t verleden,
Is, misschien, iets verkeerd gegaan,
Iets, waaronder allen leden,
Waardoor wij ’t heden niet verstaan.

Ergens in de toekomst,
Ligt er een nieuwe leus,
Die aan de mensen toekomt,
Bij ’t kiezen van de goede keus.

Keizers kleding


Het spiegelbeeld waarmee ik mijzelf spiegelde
Gaf niet het beeld wat ik mijzelf voor ogen hield
Voor anderen was het, het tegengestelde
Het heeft mijn vertrouwen en eigenwaan vernield

Aan duigen ligt nu de glans van het spiegelglas
De werkelijkheid toont zich nu hard en wreed
Hoe men volgens waarheid is ontdekt men pas
Als men zich met “Keizers kleren” heeft gekleed

Dan blijkt het naakte uiterlijk in puur contrast
Gekleed in klatergoud te staan voor Jut en Jul
En blijkt transparantie vanuit binnenste gepast
En voor de rest vanbuiten slechts flauwe kul

Ik keer de spiegel waarin ik kijk nu dus om
Om naar een aangeklede nar te zien is dom.

Mijn wens


Zacht glijd ik door de wind
mijn vleugels ver gespreid
zoekend de drijvend thermiek
die mij stuwt naar hoogten
over bossen en bergen heen

die laat zweven over landen
over zeeën en blanke stranden
vliegend als de adelaar
langs ravijnen en kloven
hoogtes en dalen in het leven

en laat me landen daar
waar geen stormen woeden
slechts zacht een koele wind
kruinen van bomen doet wiegen
en leven alleen vrede vindt.