
Ik zocht een pad door dorre droge woestijn
Door schroeiend zand en lange scherpe doren
Maar vond geen plek waar water kon zijn
Door valse schijn en hoop dreigde ik verloren.
Geen druppel water noch een kruimel brood
Om moment van koelte en schaduw smekend
Een ogenblik verlossing uit de angst en nood
De zon onerbarmelijk meedogenloos stekend.
Maar stil leidt mij een zachte troostende hand
Naar heldere koele verfrissende fontein
In rijke tuin met schaduw onder de bomen
Daar is geen kale vlakte brandend zand
Daar staat de dis gereed met brood en wijn
En ieder wordt door Hem genood te komen.
