Koud genieten

rijp-en-sneeuw
De bomen worden kaal
over ’t veld komt een witte waas
en bij zoneschijn fonkelen
duizenden diamanten aan de wilgen.
Traag wuift ’t grijze riet,
hier en daar lopen verdwaasde eenden
over water in plaats van zwemmen.
Met trage vleugelslag
vliegt nog een reiger.
Het haas ligt diep in zijn leger
ergens in een ruwe pol.
Verder lijkt de polder uitgestorven
op mij na. Ik wandel over smalle paden,
heerlijk stil en rustig zo.

Wie is wie kwijt?

gevouwen-handen
U zei, Ik ben altijd waar jij bent
en ik dacht; Ja dat zal wel,
maar ik zie U nooit.

U zei, Toch ben Ik naast jou.
Ik keek en dacht; Ja,
vertel mij wat.

U zei; Weet je wat het is?
Ik zie jou niet zo vaak
want jij bent er dan niet.

Werkelijke waarde en rijkdom

800_aantafel-39851
De glinstering van goud heeft je bekoord
je kunt slechts denken in klinkende munt
waardeer als na de nacht de ochtend gloort
je ’t stralen van de zon aanschouwen kunt.

Goud en zilver is slechts koud metaal
geen liefde noch warmte stralen ze af
hun emotie of mededogen is als staal
als voedsel is hun waarde niet meer dan kaf.

Toch kan me niet zonder goud of geld
men moet er voedsel en kleding voor kopen
zo is ’t nu eenmaal in de wereld gesteld
alleen hoeft men er geen bergen van op te hopen.

Bij verdeling naar rechtvaardige wens
voor ieder mens op aarde levensrecht
zonder beperking aan ras of grens
in vrijheid zonder dat iemand wordt geknecht.