De stille stad

oorlog in Kiëv
’t Is stil in de stad alleen verlaten straten
nergens leven, nergens lachen of praten
waar kinderen speelden is ’t nu verlaten.
nergens meer huizen, alleen nog bomgaten.

’t Is stil in de stad ’t enige wat men hoort
is ’t ritselen van muizen en ratten
muren zijn met kogels doorboort
geen zinnig mens kan dit bevatten.

Ergens huilt nog een granaat
en slaat tussen huizen een laatste gat
zodat geen steen op de ander staat
dan valt nacht, en is ’t stil in de stad.

Herfstig

naar-licht-van-de-toekomst
Als met glinsterende parelen bedekt
en aan iedere tak robijnen
schitterend in zilveren stralen
waar bladeren van goud
nog in kalende kruinen kwijnen
verbonden door tere zilverdraden
zacht wiegen in lauwe bries

Loop ik over goudgele loper
beschenen door lichtende ladders
over paden vol herinneringen
en mijmeringen van weleer
waar toekomst dikwijls verblindde.