
IJzig koude dag vol mist en nevel
somber, uitzichtloos en grauw
de mensen in hun jas gedoken
diep in hun kraag tegen wind en kou
gehaast door bijna stille straten
De bomen zijn ontdaan van blad
en staan met takken als geraamten
kleumend langs pad en wegen
huilend door een koude wind
en hun tranen vormen regen.
En somber zwijgend spoed ook ik
mij als een schim door ’t grijs
over natte drassige paden
naar beschutting van huis en haard
met zelfbeklag overladen.
