
Diep in mijn kraag gedoken
loop ik door de sobere straat
waar klinkers glimmen in neonreclame
een haastige passant nauwelijks groet
of zwijgend zijn weegs vervolgt
en ik loop tot het eind der straat
waar en volgend straat weer even
grauw en doods mij toeblinkt
met het zelfde asfalt en doodse beton
in een uitgestorven overvolle stad
