Dagdeel

In weerwil van wat hoog verheven
wacht reflectie stil ontdaan
in matte glans slechts rimpelend
door schaduwen omgord
geroerd door onzichtbare hand.

Slechts traag bewegend
omgeven door aardeduister
schimmen van onzekerheid
gehuld in vage nevel
genageld op één plek.

Controverse

Zo traag gewraakt
mijn diepst gevoel
mijn liefde
die ik amper
trouw kan blijven.

Mijn denken door
het nevelig brein
bezwangerd
van verlangen
naar zacht morgenlicht.

Mijn zicht vertroebeld
in duistere nacht
kan slechts licht vragen
van zon
aan heldere hemel.

Contrast


Het is stil,
stil in huis.
Geen woord,
geen klank.
Overal stil.
Eenzaamheid.

Rumoer in straten,
straten vol lawaai.
Gegons van woorden
en vol muziek.
Overal rumoer
Straten vol herrie.

In huis is het stil
stil en eenzaam
geen rumoer
geen muziek
geen klanken.
Eenzaamheid.

Bewogen riet

Wie ziet in mij het riet
bewogen in de wind
het vibreren van de pluimen
luisteren naar het kabbelen
van golven aan mijn voet

en stil vloeit de stroom
beheerst door bedding
steeds verder zwijgend voort
door glanzend zonlicht
en ik blijf staan als bewogen riet.

Bevrijding uit de woestijn


Door een woestijn zocht ik mijn pad
door schroeiend zand en doornen
vond geen weg die naar oase leidde
strompelde slechts naar fatamorgana,
bedrog en schijnverblijdend licht.

Dorstend naar een druppel water,
smekend om een droge kruimel brood
een klein moment van schaduw
slechts even verlossing van de nood
verkoeling in verblijdend vooruitzicht.

Hopend een zachte stem te horen
die wijst de goede levensweg
weer verlost van zand en doornen
en in de bomen blijde vogelkoren
op hoopvolle toekomst gericht.

Beklemming


Gebogen hoofd, handen in de zakken
zoek ik m’n weg door stille straat
zie de spiegeling van huizen in de goot
die zwelt als wassende rivier
luisterend naar eigen voetstap
en eentonigheid van regen
flauwe glinstering van neonlicht
weerkaatst in holle etalageruiten
die als dode ogen weerschijn zijn
van ’t hart van zwijgende steden,
de ziel zijn hun sombere straten.

Zelfspiegeling


In de schemer zie ik hem lopen
iets gebogen met een frons.
Aan de andere kant van de straat
en hij kijkt op nog om.

Na een blokje om te zijn gewandeld
kom ik hem weer tegen
en hij passeert zonder groet.

Elke keer komt hij mij bekender voor,
zijn houding, zijn lopen, zijn frons.

Tot ik hem herken in een spiegelruit.

Beheersing

Als je hart je brein omvat
en je gedachte is je woord
denk dan eerst na
voordat iemand hoort
ritme van je hartslag

laat in metrum van woorden
klinken de akkoorden
van een zachte regelmaat
in je binnenste gegeven
voor een vredig leven.

Alledaags gewoon


In drukte van straten
loop ik vrij verloren
tussen mensen
in allerlei vormen en maten
die heel veel praten
maar heel weinig horen

de één in ’t chique
een ander wat armzalig
een middelmoot
zo in ’t algemeen
maar heel gewoon
zie je er eigenlijk geen

en ik loop verder
in m’n gewone kloffie
en praat heel veel
maar hoor heel weinig
ik haast me
naar m’n bakkie koffie.

Afwachtende vragen


Het is niet anders dan toen
nodeloos wachten
wat men in toekomst gaat doen
het peinzen in stille nachten
over problemen
waar u geen weet van heeft
de privacy van een moment

mijn eigen stille tijd
de kern van mijn gedachten
opgeslagen in herinnering
een kleine memo
meer is ’t niet
een vraag zo gering
alleen in stilte gewijd.

Actueel

Leeg zijn de wilgen
harpen spelen niet meer
bevroren het riet
rimpelloos de spiegel
de horizon verbrand

en leeg zijn de velden
waar eens dieren graasden
verwoest het land
geen stilte meer gehoord
wereld balanceert op de rand.

Somberheid


Als wijde velden in nevel hullen
zeeën door donkere verten gaan
wouden in verduisterde lichtkrans
steden niet in daglicht staan.

Rivieren niet meer helder water
door dorstige landerijen voeren
groene weiden geel verdorren
in rietvelden gevaren loeren.

Horizon in rode vlammenzee
door verzengend hete luchtstroom
verstikkende rook adem beneemt
zon nog schijnt als ver fantoom.

Ziet men nog vaag wat is aangericht
en geen laatste sprank van hoop
waardoor men zich kan redden,
het eind van ’s wereld levensloop.

Inferno


Woorden zijn verborgen
in stilte van een wereld
die schreeuwt uit onmacht
verkrampt als in een wee
maar vindt geen redding

en hoog vliegen vogels
gewezen door hyena’s
in cirkelende vlucht
trekken hun plannen
door wolven gesmeed

geen man houdt zich staande
een vrouw vlucht in angst
een kind hoort men huilen
de held is gevallen
en het monster gromt.

Eind van alle oorlogen


Tanks rollen langs de grenzen
soldaten vallen tussen het puin
de aarde wordt gespleten
angst neemt zienderogen toe
raketten gieren door luchtruim
wanneer wordt de mens oorlogsmoe?

Vogels hebben luid gezongen
kinderen lachten en speelden blij
niemand had zorgen over morgen
vrijheid was duur verworven goed
geen mens dacht aan oorlog
waarom de vrede smoren in bloed?

Tanks rollen langs en over grenzen
soldaten sneuvelen tussen puin.

Ergens zal nooit meer oorlog wezen
als alles op aarde is verwoest.