
In de schemer zie ik hem lopen
iets gebogen met een frons.
Aan de andere kant van de straat
en hij kijkt op nog om.
Na een blokje om te zijn gewandeld
kom ik hem weer tegen
en hij passeert zonder groet.
Elke keer komt hij mij bekender voor,
zijn houding, zijn lopen, zijn frons.
Tot ik hem herken in een spiegelruit.
