Dreiging der dwazen

download

In ritme van golven en
ruisende pluimen riet
of kruinen der bomen
varen de geesten
van huilende wind
over velden en bossen
langs dode huizen
verlaten straten

door maanloze nacht

bedreigen de zeeën
verwoesten stranden
beuken de rotsen

en sterven
door het morgenlicht.

Apocalyps


Heel in de verte klonk een bel
geluid dat nauwelijks doordrong
tot het geroezemoes van de wereld
en een klok sloeg twaalf.

Zacht werden woorden gezegd
woorden waar niemand naar luistert
verloren in wind en storm
een bel een klok die twaalf slaat.

Heftig breekt een donderbui los
met stortvloeden van water
bliksem die onverwacht toeslaat
geen bel geen klok slaat nog twaalf.

Apocalyps 2

Straling langs wijde kim
niet meer dan schijn
in nevel en damp
als licht gedoofd
in gapende wonden
waar eens nog zonlicht was
en fier de torens stonden
heerst nu walm en rook
weerkaatst nog schaars
een dovende vlam
in gebroken spiegelglas.

Apocalyps 3 met belofte

Als bliksem klieft de wolken
stormen vellen beuk en eik
oorlogen teisteren de volken
golven doorboren elke dijk

aarde links en rechts gaat scheuren
bergen overspoeld door stormgeweld
storten op het aards gebeuren
elke weerstand in de kiem geveld

nergens meer plek om te schuilen
geen berg zo hoog geen zee zo diep
moeders zullen als in Bethlehem huilen
als Eva die om Kaïn en Abel riep.

Ach, volk van God dat niet wil horen
uw Koning had u Zelf toch verlost
liet Zijn voeten en handen doorboren
maar u heeft het uw ziel gekost

alleen nog gena door Hem geboden
kan u redden van een ware zieledood
nog wil Hij u in Zijn hemelhuis noden
haast u dan de nood is zo groot.

Zwevend

Gelijk een adelaar

Zwevend zag ik hem gaan door ’t zwerk
af en toe met zijn machtige vleugels slaan
een vliegend kolos zo er weinig bestaan
als wezen uit een geheel ander tijdperk

cirkelend op thermiek tussen de wolken
naar duizelingwekkende hoogte in spiraal
tot ‘t silhouet wegzuigt in de zonnestraal
vraag ik mij af hoe kan ik dit vertolken?

Slechts even was te zien de glans van zijn veren
de scherpe belijning van zijn kop, ’t felle oog,
kromming van zijn machtige snavel en klauwen.

Van zo’n zeldzame verschijning kan ieder leren
dat als men voor de feiten het hoofd niet boog
om de visarend slechts enkel kan rouwen

Op het eerste gezicht

ochtendgynastiek

Even heeft mijn hart stil gestaan
heel even maar, niet lang
dat was toen ik jou daar zag staan
maar jij liep weg, was bang

toch wilde ik jou ’t was niet anders
ik was op slag verliefd op jou
zonder jou voelde ik waterlanders
en dacht, ze is mij niet trouw

maar heel verlegen kwam je terug
keek me aan met je mooie ogen
en plots sloeg mijn hart heel vlug
ik wist, van haar kan ik alles gedogen

nu loop je de hele dag achter me aan
als een soort tweede schaduw
m’n vrijheid is nu van de baan
als waakhond ben je behoorlijk schuw.

Hels carillon

Poepie de grote waker

Bij ons in het gazon
hoor ik zuiver carillon
prachtig klokkenspel
in machtig decibel
denk telkens weer
gaan die klokjes zo tekeer?

Maar dan kijk ik eens goed
stolt mij haast ’t bloed
woest ren ik naar buiten
om naar m’n hond te fluiten
die in speelse bui
met tafelbel zorgt voor ’t klokgelui.

Een vlo

Oy wat zijn die mensen groot en vreselijk sterk
maar toch bijt en kriebel ik hen, het is mijn werk
spring van hun schouder op de nek en weer terug
vervolgens speel ik glijbaan over de gehele rug

ik ben maar klein maar toch heel erg snel
willen ze mij slaan dan grijp ik hen in hun vel
en slaan ze me dood, dat lijkt mij wel heel stug,
dan krijg ik ze nog want ik kom terug als mug.

De zwaan 2

zwanen in Apeldoornskanaal bij Oenerbrug Zwanen in de wetering bij De Stege

Stilte vult de avondgloed.
Eind van de dag door zon gevoed.
Horizon van einder tot einder verguld.
Toekomst, die zich in het donker hult.

Over donker water een witte zwaan,
zoals gedachten door ’t duister gaan.
Een schim die in het duister licht.
Een gedachte, zich naar de toekomst richt.

In al haar gratie, haar schoon bewust,
Zwemt zij verder door de avondrust.
Een kleine, reine, witte vlek.
Een kernpunt in een dagbestek.

En dromerig zie ik haar gaan,
die schone, zelfbewuste witte zwaan.
Alsof ze mijn gedachten voedt.
Daar in die stille late avondgloed.

De zwaan

witte zwaan

Stilte vult de avondgloed
eind van de dag door zon gevoed
horizon van einder tot einder verguld
toekomst die zich in het donker hult

over donker water een witte zwaan
zoals gedachten door ’t duister gaan
een schim die in het duister licht
gedachte die zich naar toekomst richt

in al haar gratie, haar schoon bewust
zwemt zij verder door de avondrust
een kleine reine witte vlek

een kernpunt in een dagbestek
en dromerig zie ik haar gaan
deze schone zelfbewuste witte zwaan.

Egbert Jan van der Scheer

Abe

Apollo de super  schone

Uit één stuk staal en beton gegoten zo fier
lichaamsbouw als van een groot atleet
schoonheid waarvan hijzelf bijna niet weet
maar beschouwt zijn leven als puur plezier

heel zijn doen en laten is frank en vrij
geliefd bij geheel sportminnend natie
valt hij ook bij gemeenschap in grote gratie
helaas het minpunt is zijn veelwijverij

toch kan hij daar absoluut niet mee zitten
als men hem daarop wijst toont hij zijn harde kop
ziet hoe het vrouwvolk aan zijn benen klitten

als een hindernis genomen moet gaat hij voorop
de vrouwen volgen hem als één man zo tam.
Tja, de ooien zijn dol op Abe mijn ram.

Zon

Hoe vriendelijk is jouw aanschijn,
hoe vriendelijk jouw stralend licht.
Je wijst ons de weg, de levenslijn,
spiegel van Gods liefelijk gezicht.

Jouw licht schijnt niet in het duister,
maar schijnt ons hele leven lang.
Vertelt ons de liefde en luister,
nodigt ons uit tot eer, lof en zang.

Jouw licht niet dodelijk verblindend.
Is zacht en vriendelijk voor ‘t oog.
Is mens en God verbindend,
in ‘t teken van de regenboog.

De warmte, die van jou straalt
en geeft, op aarde, het leven.
Doet dat satans koude poging faalt,
om God naar de troon te streven.

Jouw licht dringt door wolkendek,
weerkaatst in donkere nacht,
in de maan, die ons indruk wekt,
dat God vriendelijk naar ons lacht

Licht, dat ons voor dwalen hoedt
en doet mijden, het moeras.
Warmte, die ons niet bevriezen doet,
en ons niet doet smelten als was.

Goddelijke liefde en zorg,
in levenswarmte en licht,
voor geluk en leven borg.
Een leven, voor Gods aangezicht.

Zang als dank

Heer als wij van Uw goedheid zingen
steeds weer weten van Uw goede dingen
van Uw liefde en welbehagen
mogen om Uw gunsten vragen.

Dan Heer is elke dag weer een feest
gedragen en aangespoord door Uw Geest
van dag tot dag in Uw licht
een leven voor Uw aangezicht.

Geef ons dan de lust tot danken
in blijde zang en vrolijke klanken
voor alles dat U ons hebt gegeven
voor een blij en oprecht leven.

Woordbeeld

Met woorden wil ik schetsen
de wereld om mij heen
in eenvoud alles omvatten
schoonheid van schepping
met alle natuurlijke schatten.

Genot wil ik beschrijven
in vorm en woordenklank
die zacht op tonen drijven
van al wat ons bekoort
en eindigen in diepe dank.

Voor ieder moment


Voor dat ene moment
dat Uw ster lichte.
Dank U Heer.

Voor dat moment
dat U Zich ook tot mij richtte.
Dank U Heer.

Voor die momenten
dat Uw warmte straalde.
Dank U Heer.

Voor ieder moment
dat U bij ons bent en bij name kent.
Dank U Heer.

Voor dat moment
dat U onze schuld betaalde.
Dank U Heer.

Voor ieder moment
dat U vergiffenis schenkt.
Dank U Heer.