
In het verschiet,
Tussen nevels van grauwe dag,
iets, wat ’t oog niet ziet.
Een lichtstraal, als flauwe lach.
Zachte roep uit het verleden.
Glans, als breekt de zon eens door.
Hoop, van lang geleden.
Illusie, die zijn glans verloor.
Melancholische gedachte,
tot op heden niet vervuld.
Waarop de wereld niet wachtte.
Wordt door mensen niet geduld.
Ergens in het verschiet,
ver nog van het heden,
klinkt een hoopvol lied.
Vanuit de grauwheid vol gebeden.
Wijkt nu de grauwheid in het heden,
voor de toekomst van ’t verschiet.
In antwoord op onze gebeden.
En…, als dank een hoopvol lied.


