In het verschiet


In het verschiet,
Tussen nevels van grauwe dag,
iets, wat ’t oog niet ziet.
Een lichtstraal, als flauwe lach.

Zachte roep uit het verleden.
Glans, als breekt de zon eens door.
Hoop, van lang geleden.
Illusie, die zijn glans verloor.

Melancholische gedachte,
tot op heden niet vervuld.
Waarop de wereld niet wachtte.
Wordt door mensen niet geduld.

Ergens in het verschiet,
ver nog van het heden,
klinkt een hoopvol lied.
Vanuit de grauwheid vol gebeden.

Wijkt nu de grauwheid in het heden,
voor de toekomst van ’t verschiet.
In antwoord op onze gebeden.
En…, als dank een hoopvol lied.

In goede gaarde en aarde

In Uw gaarde wil ik zijn geplant
als kleine kiem van oprecht leven
al het goede ontvangen uit Uw hand
sterken in liefde die U wilt geven.

Geplant in rijke voedzame aarde
gehecht aan goede sterke rank
gevestigd in beschermde gaarde
wil ik goede vrucht brengen als dank.

In eerste zonnestralen


In zacht zonlicht boven de kim
strelen mij ’s morgens Uw ogen
zacht fluisterend door ’t lover
vertelt mij Uw stem van liefde
de nieuwe dag ligt in Uw vermogen

door nachtelijk rust gesterkt
zie ik in Uw licht de vrede
de schepping zo U hebt gemaakt
voor elk leven tot heil en zegen
daarom tot U deze dag mijn bede.

Hulp uit dankbaarheid

Geen gift is zo groot als liefde ooit verkregen
in een warm hart dat klopt voor ieder mens
die steeds weer voldoet aan elks liefste wens
ook al wordt zijn goedheid in stilte verzwegen

stil is de dank dat hij kan helpen waar nodig
geen kleine beloning is voor hem zijn deel
zelfs een woord van dank vindt hij dikwijls teveel
elke dankbetuiging vindt hij overbodig

hij vindt normaal dat hij helpt waar het kan
men hoeft hem daarvoor niet uitbundig te loven
hij is een vriendelijk voorkomend zwijgzaam man

’s avonds voor slapen gaan buigt hij in geloven
zijn  hoofd en knieën en dankt oprecht zijn Heer
voor hulp en steun en legt zich dan ter ruste neer.

U wil gebeden zijn

Steeds weer kom ik U vragen stellen
leg nieuwe problemen voor U neer
dilemma’s zijn haast niet te tellen
maar helpt U mij uit de noden Heer.

Ook al denk ik mijzelf te bevrijden
uit mijn noden en uit mijn verdriet
blijf ik tegen mijn onmacht strijden
alleen U Heer bent het die dat ziet.

Maar waarom blijf ik dan steeds vragen
bent U dan toch nooit mijn bidden moe
U heeft mijn zonden ook gedragen
sluit, o Heer, Uw oren toch niet toe.

U geeft ons Zélf steeds de zekerheid
dat U door ons wilt zijn gebeden
daarmee heeft U door Uw woord bevrijd
elk die tot het eind heeft gestreden.

Herfstgeluk

naar licht van de toekomst

Zonneschijn tussen kleurrijke bladeren
door nevelig klimaat zodat licht in rechte
banen als Jakobsladder ten hemel gaat
alsof in deze omgeving van vallend blad
rustplaats aan Israëls vader wordt herdacht.

En zacht wandelen wij hier in eerbied
stil genietend van dit vele schoon, zien
schittering van zonlicht door verkleurde
bladerkroon en wonder van schepping
in spel van zon, wind en bladerdans.

’s Avonds vouwen wij in dank handen
die geluk van die dag nog vast willen
houden in een vraag: “Ach geef ons Heer,
in deze herfsttijd van ons leven nog die
straaltjes zon, misschien zomer voor even.”