Dat nostalgische pad


Nog eens loop ik door die laan
aan weerszijden eiken en beuken
en aan het eind die poel
met rietkraag omgeven
dikwijls zijn wij hier saam gegaan.

Daar tussen ’t riet aan de oever
stond dat bankje waarop wij zaten
dicht bij elkaar
genietend van stilte
we hoefden niet te praten.

Nu groet ik een jong paartje
die gearmd door het laantje gaan
ze knikken op mijn groet
en glimlachen
ze hoeven niet te praten.

Lyrisch


Ze is geboren
uit sterren, maanlicht,
en zonnegloren
naar ik mijzelf richt
kan ik haar horen.

Ze is geboren
uit ’t puurste licht
en zal mij behoren
glans van haar gezicht
zal ieder bekoren.

Ze is geboren
als minimaal bericht
maximaal uitverkoren
m’n allerliefste gedicht
met blijdschap aan te horen.

Hoe ver nog?


Eind der wereld is mij niet te ver
zolang U het einddoel bent
dan trek ik geleid door de ster
naar oorden die niemand kent.

Waar ik verdwaal door duisternis
gaat U mij voor in zuil van licht
zelfs door de dichtste wildernis
houd ik mijn oog op U gericht.

Als wateren mijn weg versperren
baant Uzelf voor mij een pad
door de nacht bij licht der sterren
houd U stevig mijn hand gevat.

Noch honger of dorst zullen mij kwellen
op mijn pad door de woestijn
water doet U uit rotsen wellen
U zorgt dat er altijd manna zal zijn.

En staande aan de parelen bogen
van Uw heilige stad Jeruzalem
zal ik met velen Uw naam verhogen
prijzend Uw daden met dankbare stem.

Dat wat er was


Heb ik de jaren geleefd
Die zijn vergleden
Waarvan ik dagen niet meer ken
Uren doelloos zijn voorbij gegaan

Waar zijn de dagen
Dat ik trok door ’t vlakke veld
De horizon begroette

De uren van mijn jeugd
Dat ik snelde door ’t woud
Jagend op ree of hert

In enkele dagen
Verdween m’n jeugd
Door tegenslag

Ik heb het brood gegeten
En de wijn gedronken
En vervolgde mijn weg
Tot ik kwam aan de rivier.

En mij mee liet voeren
Naar de zee
Daar waar de zon weer scheen

Dat is waar ik voor leven wil


Ik houd van het stille water
spiegeling van sterren
en maan op het vlakke meer
nevel langs rietkraag vlagend.

Ik houd van dampende bossen
tussen ’t dorre kalende hout
geur van groene mossen
zon tussen dorre takken dagend.

Ik houd van nevelige velden
in zilverlicht van maan en sterren
silhouetten langs horizon
in avondlicht stil vervagend.

Ik houd van de mooie aarde
in glans zo hij geschapen is
waarop wij vrij mogen leven
ieder elkaar in zorg dragend.

Lentedag aan het strand


Waar is ’t beter toeven
dan bij zacht ruisen der branding
aan zonovergoten strand
door eerste lentestralen
schitterend weerkaatsend op het zand.

Zomaar slenteren door duinen
bewonderen de witte meeuwen
vleien tussen zacht wuivend helm
genietend van een boot
die vaart langs verre horizon.

Uren zonder dwang of moeten
met dankbare zang in het hart
fluitend van puur genoegen.
Op het einde van de dag zie je
dat zon en zee elkaar begroeten.

Iedere dag nieuwe belofte


Met stralen doorzeeft
glanzend en weerkaatsend
fonkelende morgendauw
kleinood als een parel
in water tot kristal gereinigd
puurheid van sprankelend
ochtendlicht en gouden stralen.

Als liefde en teer geluk
in prille zonnegloed
die fluisterend zegt
en glimlachend belooft
dat verwachting deze dag
’t nieuwe licht ontsteekt
na duister weer een blijde lach.

Harpiste


Dromend hoor ik de trilling
van snaren die je zacht beroert
en in een stille aanbidding
hebben mij jouw liederen vervoert
je ogen vlieden met de klanken
naar ’t land vol fantasie
waar ik druiventrossen aan ranken
en wuivende palmbomen zie.

Voer mij mee met je charme en gratie
in schone klanken van je muziek
de zinderende verstillende sensatie
rust die uitgaat van klassiek
neem mij mee naar paradijzen
rozenperken met heerlijkste geur
waartussen blanke fonteinen rijzen
uit bassins met vissen in mooiste kleur.

Op herhaling


Zacht streelt de wind
langs huid en haar
voel ik zonnestralen
op mijn gelaat
waardoor liefdevolle
gedachten als handen
mijn zinnen strelen.

Ogen zoeken geluk
en lachen vol vreugde
beantwoorden liefde
zingen spontaan
op iedere nieuwe dag
voor ieder een lach en
zacht streelt de wind.

Poort tot de hemel


Een lucht zo donker en grauw
met sombere tranen
geen warmte, geen licht, geen blauw,
waardoor geen zonnestralen banen.

Maar zacht kwam er een stille wind
en sombere wolken vervlogen
de hemel veranderde in blauwe tint
een regenboog straalde voor mijn ogen.

Zou langs die boog mijn Heer zijn opgegaan
ver boven aardse wolken
tot waar Hij voor Zijn Vader zal staan
als voorspraak voor alle volken.

Beestenbende


Gedragen op vleugels van arenden
zwevend over veld en bos
zeeën oceanen en hoge bergen
door blauw tussen roze wolken

buitelen door het water
in vrijheid als een dolfijn
machtige slagen als de orka
of blauwvin met hoge fontein

als olifant door donkere wouden
sluipend als jaguar door hoge gras
wordt ik plots omgeven door wolven
bemerkte ik ontwakend

dat ’t een droom was!

Ideaal huwelijk


In stijl gebleven is zij getrouwd
en wel met de man van haar leven
hij wilde alles aan haar geven
uiteindelijk heeft zij doorgedouwd

dat ze buiten zouden gaan wonen
in een villa met een grote tuin
heel dicht bij zee en strand, achter duin
met ruimte voor dochters en zonen.

Helaas duurde het geluk maar kort
ze liepen elkaar voor de voeten
zij werd te oud en hij was verdord

dus zou er één het huis uit moeten.
Hij heeft haar echt alles gegeven.
Nu zit zij daar vrolijk te leven.

Ik heb Hem heen zien gaan


Ik begrijp het niet Hij is weggegaan
maar zo duidelijk hoor ik Zijn stem
ik zag Hem daar bij de engelen staan
op wolken werd Hij ten hemel gedragen

ik hoor Hem of Hij nog naast mij staat
mij in liefde en genade steeds wil dragen
en mij nooit in eenzaamheid achterlaat
Zijn aanwezigheid hoef ik slechts te vragen

Hij is verrezen naar Zijn Vaders huis
om daar voor ons een plaats te verwerven
vergeven heeft Hij ieders aandeel in het kruis
doet elk in Zijn Geest het Koninkrijk beërven.

Verwerken


Zwijgzaam als ik ben
Wil ik luisteren naar geluiden
Naar klanken aangenaam
En vooral melodieus
Woorden die het goede fluisteren
Gemeend en zeker serieus
Ik zal ze schrijven op witte vellen
En mij verre houden
Van enig commentaar
Later wil ik ze zwijgend lezen
En slechts denken;
“Ach, laat ook maar.”

Roep


In verte schrijf ik woorden
bestemd voor dichtbij
hopend op nadering
van ieder die ver verwijderd is
van mijn dorp en huis.

Zacht fluister ik in de wind
namen van hen die niet horen
hopend op antwoord
van mijn geliefden
die ik met woorden niet bereik.