Dat nostalgische pad


Nog eens loop ik door die laan
aan weerszijden eiken en beuken
en aan het eind die poel
met rietkraag omgeven
dikwijls zijn wij hier saam gegaan.

Daar tussen ’t riet aan de oever
stond dat bankje waarop wij zaten
dicht bij elkaar
genietend van stilte
we hoefden niet te praten.

Nu groet ik een jong paartje
die gearmd door het laantje gaan
ze knikken op mijn groet
en glimlachen
ze hoeven niet te praten.