Apocalyps 4


Wanneer zal het laatste woord gesproken zijn
Wie zal het hier op aarde dan nog horen
Het woord als gebroken brood en vergoten wijn
Het woord eens gesproken door hemelkoren

Wie zal geloven dat het stil zal zijn over de aarde
Een wereld die verkrampt in barensnood
En die geen woord van liefde en gena bewaarde
Zich zelf dreef naar het kruis van de dood

Wie zal het laatste woord over deze aarde spreken
Getergd door onwil en door ongeloof
Door een volk dat van al Zijn paden is geweken
Voor al Zijn woorden van liefde doof.

Passievol


Als een helder ochtendlicht
Is de schijn van jouw ogen
Als glanzend diamant in je gezicht
Die zonneschijn verhogen

Je stem klimt als die van een cherubijn
In talrijke klanken en akkoorden
Je lach is als sprankelend zoete wijn
Voor je passie heb ik geen woorden

Je geurt naar rozen en violen
Naar bloemperken in de zon
Waar vlinders vliegen in kapriolen
Ik wilde dat ik daarbij wezen kon

En steeds gaan mijn gedachten
Naar een nacht vol sterren en maneschijn
Zwaar valt mij reeds het wachten
Dat ik dan langdurig bij jou kan zijn.

Ontmoeting in de regen


Hoe kwam het dat ik bloosde
Toen ik jou van verre zag
Terwijl de regen hoosde
Scheen zon in jouw stralende lach

En toen ik jou passeerde
Wist ik niet waar ik kijken moest
Zodat ik in zware shock verkeerde
Wist niets te zeggen en hield me koest

Maar toen jij mij aansprak
Schrok ik met letterlijk dood
Voelde ik mij een papzak
En kwam prompt in ademnood

Toch zijn we tegen de regen
In één portiek gaan staan
En al was ik nog steeds verlegen
Toen de zon kwam

zijn we samen verder gegaan.

Betekenis


Ik heb de graten gegeten
Van de vissen uit ’t water
In een schelp heb ik gehoord
Wat de zee had te vertellen

Het woud met vele geluiden
Vertelde ‘t verhaal van de wind
De waterval sprak van de stilte

In storm liet donder zich horen
En overstemde het water
De zee en het woud

Toen sprak stilte in vele vogelkoren
Over het schoon van de aarde
In het ruisende koren
Zodat zelfs de storm bedaarde

En de zon brak door.

Het doel


Wijs mij het land van zonneschijn en liefde
Het land van vrede en eeuwige rust
Daar waar nooit de haat een hart doorkliefde
Elke pijn of verdriet in de kiem gesust

Neem mij mee naar ’t land van eeuwige vriendschap
Daar waar zelfs vijanden vrienden willen zijn
Wij gevrijwaard zullen zijn van nijd en gramschap
Niemand zal benaderen met scherp venijn

Waar is dat land waar wij geluk zullen leren
Verdriet zijn intrede nooit heeft gedaan
Geen kwade macht ons zal kunnen deren
Breng mij naar het doel van het bestaan

Naar psalm 139


Hoe zouden mijn gedachten tot Uw hoogte reiken
Nooit zijn zij verborgen voor Uw alziend oog
Al zou ik op een verre reis vermoeid bezwijken
U ziet mijn moeilijkheden vanaf omhoog

U kent de weg waarop ik ga waarheen ik mij begeef
U kent zelfs alle woorden die ik spreken zal
En wilt mij op alle wegen leiden zolang ik leef
Bent voor en achter mij om te hoeden voor een val.

Al zou ik opstijgen tot de hoogste hemelboog
Ook daar zou ik U in Uw almacht treffen
Of zelfs als ik mij naar het dodenrijk bewoog
U zou mij uit de ellende weer verheffen

Zelfs als ik als een arend boven de aard verhief
En zou gaan wonen over de verste zeeën
U nam mijn hand en behoedde mij voor ongerief
Leidde mij weg van eigen waanideeën

Al zou ik ver van het licht, het duister zoeken
Duister van de nacht verkiezen boven de dag
U ziet mij in de meest verscholen hoeken
Het duister zou licht zijn door Uw lieve lach

Ik loof U voor het wonder van mijn bestaan
Het wonder dat U in verborgene hebt gevormd
De wondere schepping die U hebt gedaan
U hebt uit diepe aarde de mens gevormd

U kende en zag reeds mijn vormeloos begin
Hebt mijn ontstaan en groei begeleid
Ja alle dagen vulde U ook toen voor mij in
U blijft bij mij tot in eeuwigheid

Heer verdelg de vijand die mij vervolgt
Hij veracht en spreekt ook kwaad over U
Verdrijf hem tot zijn einde volgt
Zolang heb ik hem gevreesd in verleden en nu

Doorgrond mij, ken mijn hart o Heer
Peil de diepte van mijn angst en pijn
En zo ik bewandel de verkeerde leer
Wil toch tot in eeuwigheid bij mij zijn.

Piep klein


Gewoon een goudsbloem
een tere kleine bloem
je denkt er niet bij na
hij is niet groot
draagt geen roem.

Klein, nederig en devoot
verscholen in het groen
niet ijdel als een roos
toch in eenvoud van kleur
zo liefelijk, zo broos.

Waarom?


Er is zoveel wat ik nog zou willen schrijven
Over het leven, over de natuur,
Over mijn verlangen altijd bij jou te blijven
Niet denken aan afscheid over lange duur

Er is zoveel wat mensen gelukkig kan maken
Gewoon door zachte blikken naar elkaar
En niet door met jaloezie elkaar te raken
Cynisme en verholen spot zijn dikwijls zo zwaar.

Vertel alles


Vertel eens, soms ben ik nieuwsgierig
Hoe je gisteren hebt beleefd
Was je dag beperkt of juist zwierig
Of vind je deze vraag onbeleefd

Maar toch, vertel eens…
Ik ben in jou geïnteresseerd
Misschien ben je het met mij oneens
Maar toch… heb ik door vragen alleen geleerd

Vertel eens, hoe jij werkelijk over mij denkt
En zeg mij oprecht de waarheid
Wees niet bang dat je mij krenkt
Heus ik geef je alle vrijheid.

Nieuwe toekomst


Vanmorgen is weer een nieuwe dag ontwaakt
Een nieuwe dag vol licht en nieuwe kansen
Een nieuwe dag om te leven en dansen
Een dag vol zonneschijn die vrolijk maakt

Een nieuwe dag vol hoop en lach voor morgen
Een dag waarin en nieuwe tijd gaat komen
Een dag om van geluk en vrede te dromen
Een dag vol liefde blijdschap zonder zorgen

Dit is de eerste dag voor een nieuw leven
Een droom over een wereld vol nieuw geluk
Zoals elke dag ons nieuwe hoop wil geven

Daarom maak de dag door onvrede niet stuk
Er is zoveel wat ons pijnlijk kan raken
Laten wij de toekomst niet donker maken.