Erfenis van de dichter


Wat zal er te mijner nagedachtenis staan
Anders dan een steen met anonieme naam
Ruw gepolijst door ambachtsman zonder faam
Een zerk waarlangs men zonder aandacht zal gaan

Geen woord van mij zal er zijn dat men nog kent
Geen gedachte die men nog zal delen
Niemand zal op mijn tekst een liedje kwelen
Wie schenkt ook aandacht aan zo’n onbekende vent

Toch ga ik door met daag’lijks mijn versjes schrijven
Al neem ik wellicht mijn woorden allen mee
Want nee, wie schrijft zal heus niet altijd blijven

Wat ik droeg was emmers water naar de zee
In translucide ongekleurde woorden
En in de branding verstomden de akkoorden.

Egbert Jan van der Scheer
2017-07-24

Alles overtreffende muze

Alles overtreffende muze

Ik zag je tussen lentebloemen
elke kleur verbleekte door jou
iedere vorm viel in het niet
hemel straalde dieper blauw.

Ik zag je door zomerzon
alle schaduwen verbleekten
al begreep ik dat ’t niet kon
toch kwam ’t alleen door jou.

Zag je wandelen in herfstbos
lentezon scheen door bomen
alles kleedde zich met kleurig mos
alleen omdat men jou zag komen.

Zag je door het witte veld
schoner dan reinste straling
en overal werd over je verteld,
“Jammer, ze heeft aan iedere man maling!”

Egbert Jan van der Scheer
19-02-11

Koude schoonheid

Koude schoonheid

Een maagdelijk witte nacht
geschilderd door van Gogh
met duizenden stippen
in reflecterende verf

geluiden dempen hoorbaar zacht
en in de verte bast een hond
wind streelt het dorre hout
langs contouren van boerenerf

van zilver schijnt de grond
in licht van wassende maan
die glans gaat in verstijfd water door
alsof alle leven stil blijft staan.

Egbert Jan van der Scheer
23-02-11

Muze van zang en minnedicht

Muze van zang en minnedicht

Laat mij jouw schoonheid bezingen
Muze van zang en minnedicht
Schijn je licht op alle mooie dingen
En laat ze klinken als een gedicht

Vertaal ze in de schoonste melodie
En metrum als een gedicht betaamt
Een welluidende muzikale fantasie
Dat mijn diepste gevoel beaamt

Geef ze vleugels in de hoogste wind
Spreidt ze uit over heel de aarde
En toon ze ieder mens als een kind
Pas dan komt alles tot zijn waarde

Ach, schoonheid is er nog zoveel
Maar wijs ons telkens die dingen
Als rozen of violen als fluweel
En op de vogels die dagelijks zingen

Egbert Jan van der Scheer
2018-01-18

Leef in poëzie


Woorden vallen niet als regendruppels uit de lucht
Of komen niet met stormen aangewaaid
Ook liever niet als onbestemd ver gerucht
Dat onder vele mensen onrust zaait

De echt woorden komen als een zang
Vol met ritme, metrum en in poëzie
Ontstaan uit verlangen en innerlijke drang
Te leven in een droom en fantasie

Die woorden wil ik vormen in de lucht
Verspreiden in een welluidende storm
Als troost voor ieder die een pijn verzucht
Of leeft onder dwingende levensnorm.

Sonnet van het Hooglied

Sonnet van het Hooglied

Zing mijn liefste over liefde en minnen
begeleid door harp en met vrolijke fluit
beeld in bekoorlijke dans je vreugde uit
genieten we van schone klank in zinnen

die samengevoegd in vorm en akkoord
geheel ons hart en gemoed zullen strelen
onze pijnen en verdriet zullen helen
feest voor ieder die van je warmte hoort

maar laat niet te vroeg de lampen doven
opdat de bruidegom de poort niet sluit
u wordt geweerd uit feestzaal en van hoven.

Dans mijn liefste en deel je liefde uit
geef iedere gast van wat je hebt ontvangen
en wacht op je bruidegom in verlangen.

Naar het boek Hooglied en Matteüs 25: 1t/m13

Egbert Jan van der Scheer
02-11-11

Roep in de wind

Roep in de wind

Stil, wees stil en luister,
wees stil en hoor
zachte zang van wind
in kruinen van bomen
als vibreren van snaren
van harp of viool.

Stil, wees stil en hoor,
hoor de wind die roept
als van verre
met duizend stemmen
roept hij je naam.
Wees stil en hoor.

Egbert Jan van der Scheer
14-11-14

In m’n ééntje


Ik stond daar in het licht der spot
En voelde de spot op me stralen
Eenzaam overgelaten aan ’t lot
Kon ik nog amper ademhalen

Zwijgend en de mond vol tanden
Bezag ik die grote zaal vol stoelen
Aan iedere kant die lege wanden
Begon mij zeer eenzaam te voelen

Daar in ’t felle licht open en bloot
Stond ik met een kleur als een tomaat
En ik schaamde me hartstikke dood
Dat krijg je als je voor Jan L.. staat.

Je echtheid


Je schoonheid is niet alleen je buitenkant
Al straalt je gezicht en huid ook als de zon
Die schijn blijkt op den lange duur niet bestand
Maar zal na verloop spatten als een ballon
Dan rest van jou nog slechts verschrompeld vel
En kennen je vrienden je nauwelijks meer
Dan ben je tussen kennissen niet in tel
En leef je dag op dag met onnoemlijk zeer
Vandaar voedt je hart elke dag met zonneschijn
Met warmte van een zachte gulle lach
En doe geen mens met woord of daad toch pijn
Laat je innerlijk schijnen van dag tot dag
Als je van binnenuit vrede kan halen
Ziet elk de schoonheid uit je ogen stralen

Slootjespringen


Nog zie ik voor me die sloot
Die eerste sloot waar ik
Ooit in ben gesprongen
Belandde in de modder tussen kroos
Terwijl links en rechts kikkers zongen

Niet verder dan halfweg
Ben ik naar de andere kant gekomen
In het ijskoud drabberig water
Slechts in tweemaal bereikte ik de overkant
In eenmaal lukte me veel later

Nu is het slootje gekrompen net als ik
Slechts nog een greppel vol drab en slik
Maar ook nu zal ik de sprong niet wagen
De overkant bereik ik niet in één keer
En in twee keer zal ’t ook wel niet slagen.

Individuele benadering


Mijn echte problemen zijn niet van materiële aard
En bevatten ook geen groepen mensen
Het zijn vragen vanbinnen steeds bewaard
Ieder mens heeft eigen vraag en wensen

Het is ’t zoeken in ons twijfelend bestaan
Bevestiging veelal van onze eigenwaarde
Vergelijking waardoor wij ten onder dreigen gaan
Ontkennen van innerlijke individuele waarde

Evenmin als wij gelijkenis in uiterlijk tonen
Is ons gevoel en geest gelijk aan elkaar
Al zal men zich met excuus verschonen
De pijn vanbinnen blijft altijd daar.

Bloemenmeisjes(zaak)


Ik zag je staan in de bloemenzaak
En zelfs alle rozen vielen in het niet
Zo fleurig zelfs zonder opmaak
Geen mens die nog die mooie bloemen ziet

Zeg, als ik nou die rode rozen koop
Krijg ik dan jou er bij
Kom, stel me niet teleur in mijn hoop
Maak mij vandaag nou blij.

Jij roos te midden van de rozen
Zelfs iedere lelie verbleekt bij jou
Waarom ben jij daar in die zaak gekozen
Je bent een vergeetmenietje a.u.b. blijf me trouw.

Geef mij antwoord


Wie kan mij het antwoord geven
Hoe het allereerste leven ontstond
De allereerste tekenen van leven
Waargenomen op aardse grond

Wanneer groeiden de eerste planten
Die voeding werden voor het vee
En de bodem bedekten aan alle kanten
Wie scheidde land van water en zee

Komt het leven van de bergen
Komt het leven uit de zee
Laat mij u met de vragen niet tergen
Niemand zit daar toch echt mee

En toch, wie kan het antwoord geven
Weet van het allereerste bestaan
Kent het geheim van dood en leven
En kan zonder raadsel verder gaan.

Een bewijs is niet te duiden
Tussen schepping of evolutie
’t Antwoord zal moeten luiden
Wij mensen zoeken ‘t in empirie.

Veel te genieten


Genoten heb ik deze dag
gehoord de vogeltonen
gevoeld stralen van de zon
gezien kleuren van bladeren
genoten heb ik deze dag

ik heb wind gehoord in kleurig blad
en zag ze van de takken dwarrelen
tussen dor hout als vlinders zwieren
bedekken grond en mossig pad
genoten heb ik deze dag

als lichtend schouwspel daalde de zon
tussen de zich ontkledende bomen
en ik dacht aan haar in schone tijd
achter doorschijnende vitrage
waarvan ik gisteren heb genoten

net als ook deze dag.

Dansende woorden


Waar zou ik mij aan houden in gedichten
als schone poëzie niet klinken mag
of ‘t fraaie metrisch ritme zeek’re dag
voor toonloos hersenspinsel zou zwichten.

De glans van “t leven zou in sleur vervlakken
geen zangen zouden nog te horen zijn
gesprek eentonig strak en stijf van lijn
het hele leven zou verveeld verstrakken.

Laat woorden springen, dansen in ritmiek
de poëzie door alle zinnen klinken
en leef in droom van werelds melodie

De aarde draait om zonneschijn en muziek
de zon laat zelfs de wolken zilver blinken
geef ‘t ritme weer swing in pure poëzie.