
Wat zal er te mijner nagedachtenis staan
Anders dan een steen met anonieme naam
Ruw gepolijst door ambachtsman zonder faam
Een zerk waarlangs men zonder aandacht zal gaan
Geen woord van mij zal er zijn dat men nog kent
Geen gedachte die men nog zal delen
Niemand zal op mijn tekst een liedje kwelen
Wie schenkt ook aandacht aan zo’n onbekende vent
Toch ga ik door met daag’lijks mijn versjes schrijven
Al neem ik wellicht mijn woorden allen mee
Want nee, wie schrijft zal heus niet altijd blijven
Wat ik droeg was emmers water naar de zee
In translucide ongekleurde woorden
En in de branding verstomden de akkoorden.
Egbert Jan van der Scheer
2017-07-24

Je zult herinnered blijven
Dank voor je optimistische reactie Alexander
Ik vind het moeilijk om te reageren, omdat ik sommige zaken niet goed vind; onder andere de volle klinkerrijm in het eerste couplet.Dat haalt veel spanning weg.
Het ritme laat soms te wensen over.
Ik zou van versjes verzen maken.
Voor mijn gevoel is het bouwwerk nog niet af.
Het is een waardevol thema, zeker voor een dichter.
een zerk waarlangs men loopt/schrijdt
wat zal men te mijner nagedachtenis nog weten
met faam; een scherpe tegenstelling met anoniem
nog een rijmwoord op weten, heten, sleten
geen woord van mij dat men nog kent
derde couplet, prachtig
wellicht neem ik mijn woorden allen mee
Het kan veel sterker Egbert.
Je vroeg om eerlijk commentaar, ik probeer opbouwend te reageren
Translucide vind ik niet passen, doorzichtig of doorschijnend ook niet
ik verlang juist hier een diepere gedachte
Ik droeg emmers water naar de zee
in rake of diepe of treffend als bijwoord
in treffend ongekleurde woorden of
in gezongen ongekleurde woorden
in de branding verstomden de akkoorden
gezongen en akkoorden; een volle link aan het eind van het sonnet
mannelijk en vrouwelijk rijm zou nog beter afgewisseld kunnen woorden
het rijmschema in de laatste twee strofen moet het zelfde zijn
In gezongen ongekleurde woorden
droeg ik emmers water naar de zee
In de branding verstomden mijn akkoorden.
Dit zijn mijn gedachten over jouw gedicht
Ik zou zo’n waardevol sonnet nog beter willen maken
Graag besteedde ik er tijd aan
Groet Melis van den Hoek
Melis, in de allereerste plaats heel hartelijk dank voor je eerlijk commentaar. Zo dikwijls heb ik de indruk dat men dat op FB niet aandurft daar men bang is om dan zelf ongezouten commentaar terug te krijgen. Heel jammer daar je hiermee de dichtkunst niet op hoger niveau brengt.
Inderdaad maak ik mij er ook nog wel eens gemakkelijk af zodat je, zoals jij schrijft, het gevoel krijgt dat het bouwerk niet af is.
Nou moet ik je wel zeggen dat ik toch bij dit sonnet wat beter mijn best heb gedaan en m.i. juist heel sterk op rit,e en metrum heb gelet. Alhoewel ik later idd ook een kleine hapering ontdekte.
Waar ik ook heel sterk op let in sonnetten, is het aantal lettergrepen in overeenstemming met ritme, metrum en klank.
Verder is de tegenstelling tussen anoniem en faam te verklaren in het feit dat mijn naam wordt aangeduid als anoniem en de ambachtsman als iemand zonder faam
In mijn ogen heb ik toch manlijk en vrouwlijk rijm in voldoende mate gewisseld. In de kwatrijnen allemaal manlijk en in de terzinen wisselend manlijk en vrouwlijk.
Vooral in de wereld van sonnetten wordden nogal wat verschillen van opvatting vernomen. Is niet erg, discussie hierover houdt ons scherp en ik hoop dat we het hier nog eens over kunnen hebben
Heel hartelijk dank voor de moeite die je genomen hebt.
Vriendelijke groet; Egbert Jan van der Scheer
P.S.
Mocht je het op prijs stellen om nauwer contact te onderhouden, mijn e-mail is ejvanderscheer@live.nl
Ik ben gerust gesteld dat je mijn opmerkingen ter harte neemt. Meestal verdedigt men zich met negatieve woorden naar de ander toe. Een ander voelt beter aan, wat er nog beter kan omdat men er niet gevoelsmatig bij betrokken voelt. Er is meer afstand tot de woorden. Mijn mail-adres is melisvdhoek@hotmail.com. Maar Egbert, ik vermoed dat onze correspondentie moeilijk zal verlopen of zelfs vastloopt, omdat ik ongelovig ben en jij juist niet. Daar is altijd frictie in de meningen. Ik kan namelijk niet begrijpen, dat gelovige mensen niet beter gaan onderzoeken, waar de oorsprong ligt van het geloof. Sommige lijnen lopen naar het heidendom, naar polytheïsme. Voor mij valt dat niet te rijmen. Vandaar. Aan jou de vrijheid en de wijsheid om met deze woorden om te gaan. In verschillende meningen ligt het zaad van de oorlog. Juist ben ik voor vrede. Veel van mijn gedichten gaan over de spanning tussen leven en dood. Ik heb veel in de kerk gezeten, veel preken gehoord,
tot zover de eerste schriftlezing. Melis van den Hoek.
Komen meer overeen dan jij zo op het eerste gezicht denkt Melis. Beantwoord zo op je mail.
Helaas Egbert, ik proef uit je verzen en antwoorden, dat je niet met mij over de inhoud van gedachten wilt wisselen.
Dat vind ik spijtig. Elk mens kan van mening veranderen, mag bij zijn standpunt blijven, maar zelfs dat standpunt kan onjuist zijn. Het getuigt zelfs van enige hoogmoed dat niet van een ander te willen aanhoren, dat het ook anders kan. Ik ben teleurgesteld mede door je laatste twee gedichten. “geen beklag”en “niemand, minder, niemand meer”.
Heb je toch echt in mijn e-mail aan jou geschreven dat ik ook jouw standpunt waardeerde en er graag van zou leren. D.w.z. dat ik je nog niet klakkeloos hoef te volgen maar wel graag wil horen hoe jij er over denkt om er wellicht voor volgende keren lering uit te trekken.
Maar kijk, ’t comment wat je nu hierboven hebt gegeven op mijn laatste twee gedichten en jouw mening dat je mij hoogmoedig vindt, wat moet ik hiermee aan Melis?
Sorry maar in jouw commentaar zie ik meer vèroordelen dan oordelen. ook het feit dat jij dus vndt dat ik jouw oordeel moet onderstrepen en gelijk geven vindt ik vanaf mijn kant een bepaalde hoogmoed inhouden. Je geeft nu geen enkele inhoudelijke correctie aan. Nee Melis ik had gehoopt dat jij me inhoudelijk opbouwende kriteik zou geven, maar ’t valt me echt tegen.
Ik denk over je woorden na.”Wat moet ik ermee aan, Melis?” schrijf je. dat is een vraag die je aan jezelf stelt, Egbert. Dus zul jezelf antwoord moeten geven. Met alle plezier en vreugde wil ik over vorm en inhoud van gedachten wisselen, in oprechte eerlijkheid.
ik ben een open boek, iedereen mag alles van mij lezen. Doe jij iets met mijn woorden, blijft de vraag. Ik hoor je en luister. Melis.
Helaas blijf ik bij mijn woorden in het vorig antwoord Melis. Ik heb serieus je eerste reactie nogmaals doorgenomen, en begrijp me goed, ik keur jouw opmerkingen niet af. Maar jij hebt jouw woordgebruik en ik de mijne. Bovendien is een sonnet wat opzet betreft wel anders dan een gewoon gedicht en zouden de woorden die jij mij adviseerde beslist het ritme en metrum uit elkaar halen afgezien dat het aantal lettergrepen dan niet meer elkaars aantal zouden wezen. Ik heb je al geschreven dat in sonnetten heel wat meer verschillen van aanpak voorkomen dan de meeste mensen zo op het oog zouden zeggen. Of alles nu volgens de strakke regels en normen is wil ik hier in het midden laten. Misschien geeft het versoepelen van de regels juist wel meer ruimte en vrijheid om de bedoeling van de dichter duidelijk te maken zonder dat het de inhoud nu dadelijk moet schaden.
En…, ieder mag van mij ook alles lezen, maar hoeft van mij beslist niet alles te leren. Ik ben nu eenmaal geen professor. Egbert Jan