Ouderen van tegenwoordig


Een kleine jongen over smalle wegen
zijn handen nonchalant in de zak
af en toe groet hij iemand verlegen
streelt vol liefde even over z’n nette pak
een petje scheef op z’n koppie
heim’lijke glimlach om zijn mond
tanden zwart door ’t kauwen op een droppie
dat hij in hoekje van een kastje “vond”.

Lang zit ik hem stil na te staren
schud m’n wijze hoofd over huidige jeugd
waar de opvoeders zich zorgen om baren
die geen kant op wil en nergens voor deugt.
Maar langzaam begin ik te ontwaken
bedenk waar ik nu werkelijk naar kijk
’t is die foto uit mijn eigen jonge jaren.
Ach, wat voelde ik mij de koning te rijk.

Mister president


Mister president wat ik u wil vragen
heeft u genoeg papier daar in ‘t “Witte huis”?
om al uw decreten te ondertekenen
en de herinnering aan Barak weg te vagen
sluit u wel uw land ontoegankelijk zelfs voor een muis?
u laat toch ook geen “care” langer bestaan
wat u betreft gaat heel de USA er aan
en sluit u zich bij het “Oostblok” aan
wellicht gaat uw regering (veel te) lang duren
of krijgt u misschien heel de wereld op uw dak
en blijken uw plannen u eens te bezuren
breekt u af in de naam die u bij uw inauguratie sprak.

Ontwakende dageraad


Hoe schoon bij ‘t rijzen van de dageraad
Vormt boven ’t water een deken nevel
En fluistert zachte bries een stil geprevel
Terwijl de wereld traag ontwaken gaat.

De witte wolken in het blauw azuur
Door zon met gouden stralen omrand
Beschijnt ’t veld en bos en ’t blanke strand
Alom genot op ‘t vroege ochtenduur.

Dan hoort men in het bos en dichte riet
De zangen van het vrolijk vogelkoor
Geniet men met volle teugen van dat lied

Dan hoort men tussen alle tonen door
Verscheidenheid van zeer vele klanken
Waarmee zij al vroeg hun schepper danken.

Positieve dagen


Waarom zou ik deze dag niet dansen
niet gebruik maken van nieuwe kansen
niet zingen en springen
verblijden over nieuwe dingen.

Waarom zou ik gaan kniezen
mijn humeur verliezen.

Ik wil heel gewoon vrolijk zijn
genieten van een slokje wijn.

Daarom wil lachen, leven,
iedereen liefde geven
en vooral de blik heffen naar boven
om de hemelse schepper te loven.

Opnieuw geboren


In ’t ochtendschemer als de kim weer licht
Wordt weer opnieuw een dag geboren
In warme schijn van ’t ochtendgloren
Een compositie als een nieuw gedicht.

De wereld ontwaakt en opent haar ogen
In schoonheid die alle mensen wel raakt
Terwijl de vogelzang ieder vrolijk maakt
En bloemenkleuren de vreugd verhogen.

Gekleed met diamant, saffier en robijn
Ingelegd in tule met parelen bezaaid
Met goud bestrooid door stralende zonneschijn

En velden waarover een zachte adem waait
Schepping iedere dag opnieuw geboren
Waartoe heel het leven weer mag behoren.

Geblokkeerd


Gedachteloos staren naar drukke straten
stroming van komen en van gaan
verstoppend in machteloos vluchten
verstikken in adem van overleven
terug is de weg geblokkeerd

voorwaarts door dierlijk instinct gedreven
geen richting bepaald naar duidend doel
slechts één brede snelweg is heilig
het eindpunt ligt ergens achter de horizon
terug is de weg geblokkeerd

een oude man staat aan de zijkant
zijn blik naar de toekomst gericht
waar tijd van jeugd eens vandaan kwam
was toen de kim anders belicht
terug is de weg geblokkeerd.

Aards- en eeuwig licht


Geen eeuwigheid zal ooit de aarde bevolken
het aardse licht bestaat uit zon en maan
beelden die zonnestralen ons vertolken
zullen in nachtelijk duister eens ten onder gaan.

Maar waar nachten onze hoop verduisteren
en moed wellicht ten gronde richt
zal het morgenlicht de angsten kluisteren
krijgt ons vertrouwen eens het overwicht.

Daar waar aardse licht de glans ontnomen
daar komen wij aan in ’t licht der eeuwigheid
zullen wij aan alle angst en pijn ontkomen
daar wordt het licht der hoop en liefde verbreidt.

Eens breekt het duister


Als beukende golven over stranden tegen rotsen
door stormen opgezweept en voortgestuwd in wilde nacht.
Of koppige bokken welke vurig met elkaar botsen
om elk de gunst te werven van ’t andere geslacht.

Zo zinloos is bloedige strijd die volkeren strijden
met oorlog puur om eigen gewin of roem en macht
en niet trachten door overleg conflicten te mijden
niet zien dat vrede ellende op aarde verzacht.

Het kwaad tiert welig voort de hemel verduistert
geen licht breekt nog het zware donkere wolkendek
geen mens die nog bidt, er is geen God die luistert
men kent geen vertrouwen en heeft aan liefde gebrek.

Toch schijnt op zekere dag aan de horizon het licht
en aan de andere kant opent zich het eeuwig zicht.

Kinderlijk weten


In alle vroegte hoorde ik een zacht lied
dat deze dag de zon ook weer zal schijnen
en wolken, regenbuien zullen verdwijnen
als sneeuw dat smelt op bergen, slijt verdriet.

Een woord, een lach in blijde zang gebracht
door held’re stem net even buiten mijn raam
gezongen door een kind, ik kende niet zijn naam,
wie wenst zich schoner eind van duist’re nacht.

Hij zong van eeuwig licht in wond’re velden
zo mooi heeft nooit een oog op aard gezien
en nergens vindt men hier zo’n bloemenpracht.

Een paradijs waar reeds de ouden van vertelden
een hemels hof geweven als op fijn stramien
een plek waar ons na aardse zorgen vrede wacht .

Gedachtengolven


Mijn gedachten in besloten wezen
en ruimte aan mij toebedeeld
binnen grenzen tussen hoop en vrezen
zijn niet meer of minder dan mijn leven
in kwadranten van tijd verdeeld
als seizoenen in alle jaren
verschillend in klimaat en kleur

’t langzaam schuiven van wolken
langs een Pruisisch blauwe lucht
of als donkere flarden jagend
door somber grauw firmament
pijnlijk getroffen door bliksemschicht
om weer tot rust te komen
bij aanblik van een vogelvlucht.

Licht en schaduw


Mijn schaduw alleen getekend door ’t licht
in ’t schijnbeeld van mijn eigen wezen
niet anders dan door eigen zijn verricht
is ’t duister slechts bij lichte dag te lezen.

Hoe schril de tegenstelling van nacht en dag
de schijn van zon, de sterren en de maan
zo ook de tijden van verdriet en van lach
het feest van komen, de treurnis van gaan.

Zo loopt de mens in wankel evenwicht
tussen licht en duister in eigen spoor
naar welke zijde hij zijn schreden richt
dagen dat hij zichzelf vindt of ook verloor.

Nachtgeest


Wat weten wij van de nachten
waarin de geesten dwalen
stilte slechts de schijn van dood opwekt
en in stille slapeloze uren
rijzen steeds de verhalen
van verloren dagen en vergane tijd

waar blijven bij dagen de geesten
die spookten in duistere stille nachten
die de verhalen verstoorden
en onrust teweeg brachten
over verloren uren in de tijd
maar de dag niet overleefden.