Gedachtengolven


Mijn gedachten in besloten wezen
en ruimte aan mij toebedeeld
binnen grenzen tussen hoop en vrezen
zijn niet meer of minder dan mijn leven
in kwadranten van tijd verdeeld
als seizoenen in alle jaren
verschillend in klimaat en kleur

’t langzaam schuiven van wolken
langs een Pruisisch blauwe lucht
of als donkere flarden jagend
door somber grauw firmament
pijnlijk getroffen door bliksemschicht
om weer tot rust te komen
bij aanblik van een vogelvlucht.

Licht en schaduw


Mijn schaduw alleen getekend door ’t licht
in ’t schijnbeeld van mijn eigen wezen
niet anders dan door eigen zijn verricht
is ’t duister slechts bij lichte dag te lezen.

Hoe schril de tegenstelling van nacht en dag
de schijn van zon, de sterren en de maan
zo ook de tijden van verdriet en van lach
het feest van komen, de treurnis van gaan.

Zo loopt de mens in wankel evenwicht
tussen licht en duister in eigen spoor
naar welke zijde hij zijn schreden richt
dagen dat hij zichzelf vindt of ook verloor.