Kinderlijk weten


In alle vroegte hoorde ik een zacht lied
dat deze dag de zon ook weer zal schijnen
en wolken, regenbuien zullen verdwijnen
als sneeuw dat smelt op bergen, slijt verdriet.

Een woord, een lach in blijde zang gebracht
door held’re stem net even buiten mijn raam
gezongen door een kind, ik kende niet zijn naam,
wie wenst zich schoner eind van duist’re nacht.

Hij zong van eeuwig licht in wond’re velden
zo mooi heeft nooit een oog op aard gezien
en nergens vindt men hier zo’n bloemenpracht.

Een paradijs waar reeds de ouden van vertelden
een hemels hof geweven als op fijn stramien
een plek waar ons na aardse zorgen vrede wacht .