Kinderlijk weten


In alle vroegte hoorde ik een zacht lied
dat deze dag de zon ook weer zal schijnen
en wolken, regenbuien zullen verdwijnen
als sneeuw dat smelt op bergen, slijt verdriet.

Een woord, een lach in blijde zang gebracht
door held’re stem net even buiten mijn raam
gezongen door een kind, ik kende niet zijn naam,
wie wenst zich schoner eind van duist’re nacht.

Hij zong van eeuwig licht in wond’re velden
zo mooi heeft nooit een oog op aard gezien
en nergens vindt men hier zo’n bloemenpracht.

Een paradijs waar reeds de ouden van vertelden
een hemels hof geweven als op fijn stramien
een plek waar ons na aardse zorgen vrede wacht .

Tijdspassage


Geen dag kan teveel zijn
geen uur te weinig
waar minuten verdwijnen
bouwen seconden de weg

tijd gaat langs vaste lijnen
vindt daar zijn doel
waar verscheidenheid is
koud, zonder gevoel

loopt langs raderen
als Perpetuum Mobile
zonder slijtage
in oneindig bewegen

Wegend


De woorden die ik in mijn hart geborgen houd
alleen voor eigen vrede en rust bedoeld
zijn niet wereldschokkend noch beledigend
maar beschermd tegen zinloos geweld
in mijn diepste innerlijk en overtuiging

Mijn gedachten die ik nooit uitspreken zal
zijn de bescherming van mijn woorden
behoeden mij voor strik en val.