Eens breekt het duister


Als beukende golven over stranden tegen rotsen
door stormen opgezweept en voortgestuwd in wilde nacht.
Of koppige bokken welke vurig met elkaar botsen
om elk de gunst te werven van ’t andere geslacht.

Zo zinloos is bloedige strijd die volkeren strijden
met oorlog puur om eigen gewin of roem en macht
en niet trachten door overleg conflicten te mijden
niet zien dat vrede ellende op aarde verzacht.

Het kwaad tiert welig voort de hemel verduistert
geen licht breekt nog het zware donkere wolkendek
geen mens die nog bidt, er is geen God die luistert
men kent geen vertrouwen en heeft aan liefde gebrek.

Toch schijnt op zekere dag aan de horizon het licht
en aan de andere kant opent zich het eeuwig zicht.