Spel van regen en zon


Uit grauwe wolken valt de regen
doorweekt het dode veld
meedogenloos geselt het de ruiten
waarachter ik troosteloos schuil
en somber naar die regen staar.

Alsof kou door ramen binnen dringt
ik hier de wind hoor huilen
en zwaarmoedig kijk ik naar de lucht
naar dat dikke pak met wolken
waaruit vele tranen parelen over het glas.

Tot het wolkendek gaat scheuren
en zonnestralen schijnen als diamanten
de velden bekleden met edelsteen
aan elk twijgje robijnen hangen
onder kleurrijke hemelboog gevangen.

Schepping in liefde gevat


Verlangen reikt verder dan begeren
warmte geeft zoveel meer dan vuur
geen zee die deze diepte kan bevatten
in beken vindt men water nooit zo puur.

Bergen zullen nooit tot deze hoogte stijgen
er kunnen geen dalen zijn die dieper gaan
wouden niet groener of bomen hoger zijn
geen velden begroeit met geler graan.

Wolken kunnen niet sneller zeilen
door blauwe hemelboog als wit legioen
die vredig over aarde gaan door licht
beschenen gelijk hemels visioen.

En dromend wacht ik op terugkeer
van hemels paradijs als feestelijk festoen.