O mijn Brabant


Hoe geerne zal ik toeven in uw dreven
dronken van al uw schoonheid iedere dag
genieten uwer vrouwen heldere lach
ja waar ik bij u ben is mij om het even.

In uw dorpen zie ik de pittoreske toren
tussen het lindegroen en eikenblad
zoek tussen Maas of Dommel mijn pad
genietend al ben ik daar niet geboren.

Opgegroeid met broederke en Bosschebol
met karnaval en bonte boerenkiel
rechtuit, rechttoe en verder geen gesol

uw vrijheid is het waar ik steeds voor viel
waar zou ik anders ten lande dan ook vallen
dan voor de odeur uwer varkensstallen.

Twee treinen


Een trein van A naar B
van begin tot de horizon
ieder mens rijdt mee
vanaf eerste startperron.

Geen halte of tussenstation
slechts over rechte baan
tot waar de levenszon
aan de kim onder zal gaan.

Daar vinden we ons eindstation
ons eeuwige bestaan
waar aardse trein niet verder kon
zal onze geestelijke verder gaan.