
Liep over strand
waar schelpen lagen
van gisteren
wrakhout aanspoelde
van kusters
branding speelde
met dode potvissen
en meeuwen krijsten
stilstaand tegen wind.
Ik maalde de schelpen
verzamelde wrakhout
en bouwde een hut
tegen stank van potvissen
golven van branding
en luisterde
naar de meeuwen.
