Niet alleen mijn ego


Geef mij stilte van de natuur
de grootheid van de schepping
van de morgen tot ’t avonduur
de dank aan wie ik dit ontving

geef mij warmte van zonnestralen
velden die wijd en zijd getuigen
luchten en wolkenvelden die verhalen
over de Heer waarvoor zij juichen

en al juich ik mee in de vrede
waarin ik hier mag leven
klinkt toch gelijke tijd mijn bede
“Heer wil dit overal op aarde geven”.

Tot de grens


Waar ga ik heen over eigen wegen
als mijn voetstap behoedzaam zoekt

eindeloos is de horizon
en verdwenen is de tijd

ik zoek de schaduw in het zonlicht
en vergezicht door nevels heen

en ga over mijn eigen wegen
totdat de grens mij een halt toeroept.