Verten en ruimten


Ik ben geboren in de vlakke velden
In polders doorkruist met sloten
En langs de oevers wuivend riet
Onder blauwe lucht met witte wolken
Wazig nevelige bossen in ’t verschiet.

Waar vogels ’t luchtruim bevolken
Boeren bewerken hun land
Smaragdgroen zijn de grazige weiden
En zachte bries doet ’t koren golven
Dit vlakke land is mijn vaderland.

Medeleven


Laat mij daar zijn waar ik kan helpen
Waar ik verlichting kan brengen van last
Waar ik verdriet en tranen kan stelpen
Bevrijding van lichaam en ziel van ballast.

Ik wil daar zijn waar ik vrede kan brengen
Vreugde en blijdschap en een gulle lach
Ik wil tranen drogen die de mensen plengen
Door verdriet, teleurstelling of tegenslag.

Ergens zal dat toch ter wereld moeten kunnen
Leven vol liefde, begrip en zorg voor elkaar
Zal men toch aan ieder mens moeten gunnen
Dat wat men ook zelf verlangt, zonder bezwaar.