
In gedachteloos zwerven
door licht van zon en maan
zoek ik voorzichtig
hoe ver ik blindelings kan gaan
tracht steeds verband te vinden
in verlangen of noodzaak
vraag mij af of door ’t licht
mijn zoeken niet vergeefs zal zijn
en ik verblind geen doel bereik
waaraan verlangen noch noodzaak
mijn fysiek wezen beantwoord
maar tot schaduw zal verdampen.
