
Vogels vliegend tegen grauwe lucht naar ’t zuiden
onder dekens wolken triest en droevig zwaar
zwoegend tegen weer en wind en stormgevaar
beelden reeds de herfst en koude duiden
groepen strijken nu en dan te neer op velden
eten ’t weinig voedsel of hett jonge wintergraan
en na verkwikkende nachtrust verder gaan
hier te lande blijven doen ze echter zelden
mijn gedachten vliegen met hen naar ‘t land
waar somb’re wolken luchten niet bedekken
waar mensen neder vleien aan zonnig strand
en vogels vrij door blauwe luchten trekken
ongebonden en verlost van strakke band
vrijheid van ware leven weer ontdekken.
